Herdenken oorlog heeft zin verloren

De herdenking van de Tweede Wereldoorlog is een versteend ritueel geworden, betoogt H.W. von der Dunk. De wereld na 11 september is niet meer te vatten in simpele goed en kwaad-schema's uit de nazitijd....

In 1979 constateerde ik in de voormalige Haagse Post dat de herinnering aan de oorlog, in strijd met de voor de hand liggende verwachting, na meer dan dertig jaar niet verbleekt was. In tegendeel. De oorlog was veeleer teruggekeerd: 'Het verleden kon niet verjaren'.

Vierentwintig jaar later is een niewe generatie volwassen geworden. Zelfs sommigen van hun ouders kennen de oorlog alleen uit de verhalen van hun ouders. Toch lijkt hij in de openbaarheid nog steeds een moreel ijkpunt. Hij levert doorlopend analogieën om de actualiteit te munten. De Shoah heet onvergelijkbaar. Maar ze dient in strijd met die bewering permanent als meetlat voor elke nieuwe massamoord, Cambodja, Srebrenica, Rwanda, Somalië, de Koerden. Waarmee die onvergelijkbaarheid zowel bevestigd als weerlegd wordt. De SS'er komt nog herhaaldelijk op de proppen als symbool voor de wrede menselijke (feitelijk onmenselijke) vernietigingsmachine. En vooral roept elke grote schurk, of hij nu Milosevic, Bin Laden, Saddam of nog weer anders heet, de vergelijking op met Hitler die onveranderlijk als ideaaltype van de superschurk dienst doet. Dat geldt niet alleen voor de oorlosgeneratie. De naoorlogse nam het model en de functie van de oorlog en het nationaalsocialisme als referentiekader en moreel ijkpunt over.

In de media, in de hele publiciteitsindustrie wordt een simpel symbool - een hakenkruis, SS-laarzen, het befaamde snorretje onder de haarlok, duizendvoudig afgedrukte foto's van de lugubere poort van Auschwitz of het meisje tussen dichtschuivende treindeuren - kennelijk een effectief middel geacht om het publiek onmiddellijk te herinneren aan het absolute kwaad. Maar juist dat permanente gebruik heeft het ijkpunt volslagen getrivialiseerd en gedevalueerd. De verwijzing naar de oorlog is een goedkoop, voor ieder toegankelijk commercieel en literair product en kan bij jongeren niet meer losmaken dan een aangeleerde gebedsformule. Nazi-symbolen zijn allang de ware pornografie geworden nu de seksuele variant geen mens meer opwindt en voormalige schuttingwoorden tot de doodgewone omgangstaal behoren. Emancipatie werpt velerlei vruchten af!

Juist die hardnekkige conservering van de oorlog als moreel ijkpunt heeft de echte zin en waarde ervan in een nieuwe wereld en een nieuwe eeuw uitgehold. Die conservering heeft niet alleen het politieke maar ook het historische bewustzijn en debat meer dan een halve eeuw in dit land beheerst, maar ook begrensd. Dat blijkt bij de pogingen om de huidige grote wereldconflicten nog met dat oude patroon van goed en kwaad te lijf te gaan. Zeker na het einde van de Koude Oorlog leidt dat tot zichtbare verwarring en onzinnige constructies.

Bij de beeldvorming van de oorlog is een opmerkelijke verschuiving opgetreden. Na 1945 en tot aan de jaren zestig stond de officiële herinnering vooral in het teken van de Duitse agressie en ontketening van de oorlog, schending van internationale beginselen en ook speciaal wat Nederland aangaat van terreur en verzet. Het zwaar geblutste nationale zelfbewustzijn vond een houvast in de gedachte aan het moedige verweer tegen de brute overweldiger en de ongeknakte nationale eensgezindheid. Zo zag bij voorbeeld ook Wilhelmina het als ze het had over haar 'heldenvolk'.

Vanaf de jaren zestig tekent zich een ommekeer in het herdenkingspatroon af. Het slachtoffer komt in het focus in plaats van de verzetsheld. Juist voor die slachtoffers tegen wil en dank was in de voorgaande periode weinig ruimte geweest.

Maar in al haar vormen gedaanten metselde de oorlogsherinnering een overkoepelende eensgezindheid, ook tussen de generaties. De collectieve cultus ervan vloeide vrij logisch voort uit de enorme slag voor een land dat meer dan een eeuw een neutrale, vredige toeschouwersrol had vervuld en daaraan zowel zijn morele zelfgenoegzaamheid als zijn onervarenheid met geweld had ontleend. Bij heikele kwesties bleef 'de oorlog' daarom een geruststellende maat, waarbij eigen schuld altijd verbleekte.

Die cultus heeft ook literatuur en kunst diep beïnvloed. Boeken, romans, autobiografieën die op een of andere wijze over de oorlog gingen konden bij publiek en uitgevers bij voorbaat rekenen op extra belangstelling. Het onderwerp dreigde daarbij echter herhaaldelijk ook een criterium te worden voor kwaliteit. Men las - en leest - op dit gebied met een andere bril op. In de toekomst zal men waarschijnlijk zo nu dan zijn ogen uitwrijven bij de wonderlijke beoordelingen op grond van dat criterium. Een onovertroffen staaltje van slachtofferfixatie was het voorstel van een jury om de memoires van Weinreb een literatuurprijs toe te kennen. Memoires, die ten eerste slecht geschreven, ten tweede grotendeels door Renate Rubinstein bewerkt en geredigeerd en ten derde onbetrouwbaar waren, zoals de hele figuur van deze heftig omstreden man later als een goeroe en zwendelaar is ontmaskerd. Het gemeentebestuur van Amsterdam bleek nuchter genoeg om er nog een stokje voor te steken.

Veranderende maatstaven voor literatuur zijn zo oud als de literatuur zelf, maar de kolossale massificatie en commercialisering van het literaire bedrijf hebben de fixatie op enkele speciale thema's geweldig versterkt. Daartoe behoorde hier de oorlogsherinnering die ook in de fictieve literatuur in allerlei vermommingen een symbolische betekenis kreeg.

De lange ongebroken periode van vrede in dit deel van de wereld en in Nederland mag als een gunstige omstandigheid niet worden vergeten. Een vergelijkbare catastrofe, die de periode 1940-45 ineens tot eergisteren en plus quam perfectum had kunnen maken, bleef ons bespaard. Ook dat verklaart dat in vroeger eeuwen nooit een dergelijke massieve herinneringscultus ten aanzien van een calamiteit kon opkomen. De tijd ervoor werd de mensen zelden gegund. De volgende ramp viel al over hen heen.

Hoezeer de oorlogsherinnering heeft doorgewerkt blijkt uit de lange taaie anti-Duitse sentimenten die vooral een interne samenbindende functie hadden. Daarbij riep de officiële herinnering de persoonlijke met succes te hulp. En nog steeds houdt de stroom van oorlogs-publicaties niet op, met bijbehorende foto's om die herinnering wakker te houden.

En toch is er logischerwijs iets veranderd. De oorlogs- en de eerste na-oorlogsgeneratie kunnen hun stempel steeds minder op het officiële bewustzijn drukken en dat is ook een natuurlijke gang van zaken. Het einde van de Koude Oorlog, de bloedige conflicten op de Balkan, massamoorden in Azië en Afrika, het almaar door etterende Israëlisch-Palestijnse conflict en tenslotte het internationale terrorisme, de aanslagen van 11 september 2001 en de grimmige mondiale kruistocht van een Amerika onder het Bush-team dat geen enkele macht op aarde meer te duchten heeft en dus de hele wereld naar zijn hand wil zetten, goedschiks of kwaadschiks, dat allemaal kan niet meer in het referentiekader van de oorlog worden ondergebracht.

Analogieën zijn onmisbaar maar ze zijn ook een suggestief instrument van de politiek en de meningsvorming. De wereldgeschiedenis bevat een aaneenschakeling van aanvechtbare analogieën. Bij de huidige conflicten kunnen namelijk vanuit alle kampen bedenkelijke lijnen terug worden getrokken. Israël is de rechtstreekse erfgenaam van zes miljoen weerloze en vermoorde Europese joden en eveneens van een militante mentaliteit die in het verleden bij heel anderen te vinden was en die een staat die zich (terecht of onterecht) bedreigd voelde snel beheerste en tot keihard agressief optreden aanzette. De Palestijnen staan als onderdrukt volk dichter bij de voormalige joden dan de Israëli's die hun armoedige behuizingen in puin rijden. Maar de radicalen en de Hamas-beweging lijken met hun leuze 'Israël moet verdwijnen!' eerder ideologische erfgenamen van de nazi's en hun kreet Juda verrecke! Terwijl ze toch, weer anders dan de nazi's, vanuit een underdog-positie terug slaan tegen een technisch en militair oppermachtige Israëlisch-Amerikaanse alliantie. Het huidige Bush-team sluit direct aan bij het christelijke universalisme van een Wilson, huldigt het ideaal van de vrije democratie en bestrijdt daarvoor dictatoren, of ze nu Hitler of Saddam heten. Maar het toont ook het karakter van de oppermacht en van het rechtlijnige 'wie niet vóór mij is, is tegen mij', dat juist dictatoren en absolute heersers altijd verkondigden. Het heeft meer gemeen met McCarthy en zijn demagogische chauvinisme dan met Roosevelt of Eisenhower. Zijn doctrine van een preventieve aanval om de ander vóór te zijn herinnert aan Frederik de Grote en de Duitse generale staf.

Het oordeel van een Richard Perle en anderen over de Verenigde Naties als waardeloze kwebbelclub stemt overeen met de kwalificatie van de Volkenbond als Quatschbude door Hitler.

Kortom, historische verwantschappen en lijnen kunnen nationale culturen en tradities op verrassende wijze doorbreken en ze bieden munitie voor tegengestelde argumenten en uiteenlopende analogieën.

De officiële herinnering aan de Tweede Wereldoorlog die al lang is versteend tot navelstaren en vooral tot een seizoensgebonden ritueel als de Matthäus Passion, is geen bruikbaar kompas meer. Het argument om aan dat morele ijkpunt vast te houden als een eeuwige waarschuwing is ontkracht door het vervolg. Het heeft geen nieuwe verschrikkingen, noch de hernieuwde fascinatie door geweld kunnen beletten. Dat wil zeggen: Europa heeft dan misschien toch één les ter harte genomen. Het mag nu verdeeld zijn en definitief onttroond als machtscentrum van de aarde. Met het verlies van zijn ijzeren tanden is in elk geval het inzicht gekomen, dat die ijzeren tanden ook in het eigen vlees sneden. Oude vijandschappen tussen de Europese groten zijn begraven. Ook dát heeft de oorlogsherinnering bewerkstelligd. De ironie is alleen dat de wijsheid in de geschiedenis pas komt als de macht geslonken is en omdat ze geslonken is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden