'Herdenken: Anything goes, als het woord 'oorlog' maar valt'

Als het Comité 4 en 5 mei zo doorgaat, kan het definitief op de groeiende lijst instituties die het tegenovergestelde doen van wat ze moeten, schrijft Nausica Marbe. Het ziekenhuis dat ziek maakt. De woningcorporatie die zich failliet bankiert. De hogeschool die onverdiende diploma's uitdeelt.

'Last Post' tijdens de 4 mei-herdenking 2011.Beeld ANP

Vanavond is het Dodenherdenking. Tegenwoordig moet je daarbij opzoeken wie nu weer herdacht worden; door toedoen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Dit instituut, dat zich moet bezighouden met het beschermen van de betekenis en het rituele karakter van de Dodenherdenking, slaagt er optimaal in verwarring te scheppen.

Al een tijd promoot het comité herdenkingsrelativisme, vanuit de bedoeling álle Nederlanders die sinds de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog door toedoen van militaire operaties stierven tegelijkertijd te herdenken. Een slecht idee. Elke oorlog heeft een uniek karakter, dat ook de rouw tekent. In een bulkherdenking verdwijnt het specifieke dat de nabestaanden recht doet. Wie algemeen herdenkt, nivelleert alle herinneringen. Hét recept voor afstomping.

Treurig ook dat de Tweede Wereldoorlog verdwenen is uit de reclamespotjes van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De gebeurtenis die nog steeds een ijkpunt vormt voor het denken over goed en kwaad in Europa, die de politieke en culturele ontwikkeling van ons continent tot vandaag beïnvloedt, wordt in de spotjes - toch de etalage van het comité - niet genoemd.

Bleef het daar maar bij. Recentelijk heeft het onzalige idee bij het comité postgevat dat op de Dam provocatie en controverse nodig zijn. En dan niet van die sneue Damschreeuwer; het rumoer komt van de programmering zelf. Vorig jaar hield de zoon van een fanatieke nazi een allerbest bedoeld, maar volstrekt onsamenhangend verhaal over de relevantie van de Tweede Wereldoorlog. Wartaal, het richtingloze comité kennelijk op het lijf geschreven. Anything goes, als het woord 'oorlog' maar valt.

Dit jaar stond een scholier op het programma die de aanwezigen met een gedicht op het hart wilde drukken dat zijn oudoom die bij de Waffen SS diende ook herdacht moest worden. Logisch, oordeelde het Nationaal Comité. Het jaarthema is: doorwerking op volgende generaties. Of dat nu de gaskamer is of een vent die het een avontuur vond om Hitler te dienen: moet kunnen.

Veelzeggende keuze, die SS'er, voor een herdenking die in de schaduw van de Holocaust staat. Deze schoffering is op het nippertje voorkomen door interventies van het CIDI en het Auschwitz Comité. Dat je aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei moet uitleggen dat zoiets niet kan, is de omgedraaide wereld. Het is al impertinent genoeg dat de ouders van Auke dit optreden niet tegenhielden. Kennelijk achtten ze het moment of fame van hun naar een nazi vernoemde spruit belangrijker dan de pijn van de nabestaanden van de slachtoffers van Hitler.

Deze narcistische assertiviteit - of op z'n minst onverschilligheid - wordt door het comité verward met verruiming, verrijking en vernieuwing van de herdenking. Geen onderscheid meer maken tussen daders en slachtoffers, achtte het comité een puik idee. Weer eens iets anders. Gewoon herdenken is ook maar saai. Beter om dan met je bezopen innovatiedrift de werkelijkheid te negeren: dat als de daders de oorlog hadden gewonnen, 4 mei een gewone dag in een judenfrei Duizendjarig Rijk was geweest. Nogmaals: zo'n comité is er om dit besef levend te houden - en niet weg te moffelen omdat het niet meer van deze tijd zou zijn.

Je vraagt je langzamerhand af of de leden van het Nationaal Comité wel goed bij hun hoofd zijn. Onverschillig, ongevoelig, zonder historisch besef? Dat zou nog een aannemelijk excuus zijn, want het alternatief is ernstiger: dat ze zélf het monopolie van de slachtoffers op de herdenking beu zijn. Dat het Joodse karakter begint te vervelen. Dat ze maar wat aanklooien tijdens obligate brainstorms.

Het blijft gissen naar de reden van hun taakverloedering. Feit is dat dit in een groter patroon van verval past. Als het comité zo doorgaat, kan het definitief op de groeiende lijst instituties die het tegenovergestelde doen van wat ze moeten. Omdat niemand ingrijpt. Omdat het verschil tussen goed en kwaad niet van pas komt. Het ziekenhuis dat ziek maakt. De woningcorporatie die zich failliet bankiert. De hogeschool die onverdiende diploma's uitdeelt. Jeugdzorg onder wiens hoede kinderen vaak worden misbruikt.

Wil het comité aan deze ontsporing ontkomen? Dan moet het de geforceerde vernieuwing vergeten en het modieuze relativisme weren. Zo niet, dan zal de herdenking afbrokkelen en wordt het comité een feestcommissie voor vergetelheid en verstrooiing. Met twee minuten leegte.

Nausica Marbe is schrijfster en columniste van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden