Henk lift mee met schrijver Erik Jan Harmens

Henk lift mee

Schrijver Henk van Straten reist elke week een stukje op met een min of meer bekende Nederlander.

Foto Henk van Straten

Hij moet naar de uitgeverij, dichter en schrijver Erik Jan Harmens. Vanuit zijn woonplaats Landsmeer, vlak bij Amsterdam, vertrekt hij naar, nou ja, Amsterdam. Dat doet hij in zijn donkergroene Subaru Forester AWD (all wheel drive), een stationwagon die ooit lijkt te zijn ontworpen met de bedoeling er een SUV van te maken, maar die, halverwege de bouwtekeningen, zelf heel koppig heeft besloten om dat níét te worden.

'Ik weet niet waarom, maar ik vind dit echt een auto voor jou', zeg ik. 'Nuchter, praktisch, een beetje komisch, maar zonder ironie.' Erik Jan is het ermee eens. 'Ik had er ook het dubbele voor betaald, denk ik.'

Zilveren flanken. Erik Jan, niet de auto. Een mooie lange herenjas. Gladgeschoren en fris gekapt. Erik Jan ís ook een frisse man. Loopt veel hard, doet sinds kort aan gewichtheffen en drinkt niet meer. Ooit was hij alcoholist. Toen hij dat niet meer was, schreef hij zijn (voorlopig) grootste succes: Hallo muur.

We rijden op de weg die het dorp in tweeën deelt. Aan de andere kant van de weg woont zijn ex, de moeder van zijn twee kinderen. 'Een heel rustig dorp. Er wonen alleen rustige mensen zoals ik. Soms moet ik controleren of iedereen nog wel leeft.' Alles wat Erik Jan zegt, zegt hij kalm, afgemeten en helder. Op het podium, als hij gedichten voordraagt, zet hij dat nog eens aan, en dan is het zijn unieke stijl. Een klein glimlachje siert nu zijn gezicht. Als hij niet zo'n warme blik in zijn ogen zou hebben, zou je misschien denken dat het een hautain glimlachje was.

Hij deed het afgelopen jaar vijf dingen tegelijk. Zijn Verzamelde gedichten verschenen, plus een bundel met Ilja Leonard Pfeijffer. Hij werkte aan zijn roman Pauwl en aan zijn net verschenen kinderboek Hans is kwijt. Ook was er nog het laatste jaarverslag dat hij schreef in vaste dienst bij een bedrijf dat, inderdaad, jaarverslagen maakt. Inmiddels is hij niet meer in vaste dienst; hij wilde vrij zijn om meer te schrijven. Nóg meer te schrijven. 'Ik ben nu wel heel moe', verzucht hij. En een tel later: 'Echt heel moe.' Hij lacht, misschien omdat hij zó moe is dat hij het haast ook zelf niet kan geloven.

Overigens, 's avonds schrijven doet hij niet meer. 'Ik associeer dat met drank. Ochtenden associeer ik met koffie.' Zijn leven is gekanteld, in die zin.

Landsmeer wordt Amsterdam en meteen staan we vast in het verkeer. Over zijn kinderboek vertelt hij: 'Het gaat over ontevredenheid. Daar wordt veel te weinig over geschreven.' Zijn theorie: het is oké om ontevreden te zijn. Er wordt van ons verwacht dat ontevredenheid tijdelijk is. 'Als ik ergens optreed, doen ze een licht- en geluids-check. De eerste keer kan ik zeggen dat ik de afstelling niet goed vind, en als ze het hebben bijgesteld ook nog wel een tweede keer, maar daarna ben ik een zeikerd.' Er is dus een limiet aan je ontevredenheid, maar wat nou als je gewoon nog ontevreden bént?

Nou ja, zoiets dus, maar dan verpakt in een boek voor kinderen. Laat dat maar aan hem over.