Henk lift mee met Paul de Leeuw

Schrijver Henk van Straten reist elke week een stukje op met een min of meer bekende Nederlander.

Beeld Henk van Straten

In de bus van Hilversum naar Blaricum - een route langs kolossale huizen met rieten daken, uitingen van een overweldigende rijkdom - ben ik ietwat nerveus. Ik ga zo Paul de Leeuw ontmoeten.

Inmiddels ben ik na al die ritjes wel gewend aan de omgang met bekende mensen, maar sommige bekende mensen zijn zó bekend dat het ook voor mij spannend is. Het gebeurt zelden. Chantal Janzen was ook zo iemand.

Hij pikt me op midden in het dorp. Met een dikke Range Rover. Een bril, een frisse en vriendelijke kop. Die heerlijke lach die altijd iets vileins heeft, zonder ooit echt vilein te worden. Dat heb ik altijd zijn grote kracht gevonden: je pikt veel van hem, omdat je altijd de warmte voelt.

Het is dinsdag 26 april. Zijn jongste zoon is in Amsterdam met vrienden en zijn oudste gaat vanavond ergens in het dorp Koningsnacht vieren. 'Ik zou zelf ook wel op stap willen', verzucht Paul. 'Dat heb ik wel vaker, hoor. Iedereen is de hort op en ik zit op de bank in Blaricum met Netflix.' Hij en zijn vriend doen dat tegenwoordig minder snel, echt feesten. Het is de leeftijd, misschien. 'De volgende dag ben je dan weer zo brak.' En ach, hij heeft het goed thuis. Het is gewoon fomo: fear of missing out. Bovendien doen ze genoeg leuke dingen samen.

Onderweg naar Zutphen. De Range Rover rijdt als een legertank op de oplegger van een vrachtwagen. Alsof we worden gedragen, alsof ons niets kan overkomen. Paul neemt af en toe een dropje.

In Zutphen heeft hij vanavond een try-out van Mothers & Sons. Een toneelstuk. Hij speelt een homoseksuele man die wordt geconfronteerd met de moeder van een lang geleden aan aids overleden vriendje. Een serieuze rol. 'In het begin was het even wennen. Ik wilde meteen grappen maken over iemand op de eerste rij of als ik iemand hoorde hoesten.'

Het doet me goed, dat hij deze rol speelt. Ik weet niet waarom. Ik vertel hem dat ik hem al ken sinds ik een kind was, dat ik werd betoverd door die befaamde, vier uur durende oudejaarsaflevering. Dat ik ook had gezien hoe de opinie zich ineens tegen hem keerde. Die periode waarin mensen Paul-moe waren. Dat ik Pauls Puber Kookshow zo goed vond. Misschien is dat waarom ik blij ben: omdat het met iemand die ik goed ken - hoe raar dat ook klinkt als iemand jou niet kent - weer goed gaat. Die mooie rol in een toneelstuk is precies wat hij nodig had. Vind ik. Blijkbaar.

Gesprekken over zijn zoons, met wie het goed gaat en die nog altijd geen enkele behoefte hebben aan het verhaal over hun biologische ouders. Over zijn vriend, met wie het nog steeds, na 21 jaar relatie, goed gaat. Over de etentjes die ze geven. Zijn droom om een restaurantje te beginnen. Over hoe hij een keer, toen hij heel dronken was en geil werd van een andere man, naar de wc is gegaan om over te geven.

En dan blijken we verkeerd gereden te zijn. Paul stopt op de vluchtstrook. Hij belt. Hij typt een adres in. Het gaat allemaal wat langer duren. We hebben nog even. We rijden weer. De radio belt. Voor een uitzending die pas donderdag wordt uitgezonden. Of Paul kan doen alsof hij gisteren Koningsdag heeft gevierd. Dat is geen probleem. Hij kijkt naar mij en grijnst die bekende grijns. En liegt dan vlekkeloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden