Henk lift mee met Frédérique Spigt

Schrijver Henk van Straten stapt elk week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Deze week: Frédérique Spigt.

Beeld Henk van Straten

Rotterdam, op de rand van Delfshaven. Uitzicht op de Euromast. Roel, de vaste pianist van Frédérique Spigt, pikt haar op in een zwarte Volkswagen Caddy. 'Fré' komt de hoek om met een keyboardje onder haar arm. 'Ik dacht dat hij de pianist was', zeg ik, en wijs naar Roel. Meteen bijt ze terug: 'Gaan we nu al grappig doen?' Ze zegt het met dat heerlijke Rotterdamse accent, waardoor je meteen het gevoel krijgt dat je welkom bent maar ook dat je je vooral niets in je hoofd moet halen.

Donderdagmiddag, onderweg naar Amersfoort. Frédérique zit midden in de tour van Elvis Never Left The Building, de muzikale theatershow met Annet Malherbe. Ze spelen covers van, nou ja, Elvis Presley. Annet en Frédérique zijn al lang bevriend. 'Maar we zagen elkaar nooit, dus samen een voorstelling maken was de enige manier.'

Dat ze nu Presley covert, was eigenlijk niet de bedoeling. 'Ik speel liever eigen materiaal. Ik heb gezworen dit nooit te zullen doen.' Maar goed, van het één komt het ander.

'Ik heb een lekkage!' Fré zit voorin, naast Roel, en begint meteen driftig tegen hem te praten. Ze woont in een oud huis. Alle leidingen worden vervangen. Ze is ervoor verzekerd, blijkt, maar praktisch gezien is het een ramp. Ze baalt vooral van de oorspronkelijke tegeltjes. 'Als ze die eraf willen halen, schiet ik ze dood.' Of ze ondertussen ergens anders gaat wonen, vraag ik. 'Nou, in ieder geval zal ik ergens anders moeten poepen.'

Daarna gaat het over een cadeautje voor Annet, die jarig is, en over wie van de groep aan dat cadeautje willen meebetalen, en dat Fré ervoor de stad in moest, waar ze niet tegen kan, al helemaal niet tegen parfumerie Douglas, waar ze op haar nazilaarzen naartoe ging en waar alleen maar jong grut werkt dat nergens verstand van heeft.

Ik zit schuin achter haar. Ik zie de rimpeltjes in haar gezicht en het rock-'n-roll-haar dat altijd, dus ook nu weer, perfect zit. Ringetje in haar oor, sjaal met doodshoofdpatroon. 'O Jezus', zegt ze, wanneer ze mij ziet notuleren. 'Ik ben alleen maar aan het klagen hè?'

Toch heeft ze goede zin. Er zijn voor vanavond zevenhonderd kaarten verkocht. Bovendien beleeft ze veel plezier aan deze voorstelling. 'We geven ons helemaal', zegt ze. 'En de mensen staan op de stoelen hoor!' Ook het familiegevoel is fijn. De groep is hecht. Er spelen zelfs twee zoons van Annet mee. 'Maar dit is dan ook alles wat ik heb hè', zegt Fré. 'Ik ben altijd aan het werk. Ik doe niets anders.'

De tijden zijn veranderd. Geld verdienen is moeilijker geworden. Nu met deze voorstelling gaat het best lekker, en er komt een reprise aan, maar aan haar eigen albums verdient ze amper nog iets. Mensen kopen geen cd's of lp's meer. 'Shit, dit klinkt alwéér negatief. Ik ga effe sigaretten kopen.' We stoppen bij een tankstation. Roel grijnst naar me: 'Met Fré vallen er nooit stiltes.'

In Rotterdam noemen ze het misschien kankeren, wat Frédérique doet. En misschien is het inderdaad klagen, maar dan wel gezellig klagen. Eronder hoor je aldoor een grondtoon van plezier en gezelligheid. Maar soms, bij een zeldzame en korte pauze tussen haar zinnen, zie ik een zekere mijmerende melancholie in haar ogen, alsof in de klauwen van een naamloos verdriet.

Vlakbij Amersfoort spuugt ze haar kauwgom uit het raam en zegt: 'Denk je dat ik van zorgverzekeraar moet veranderen?'

Twitter: @henkvanstraten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden