Henk lift mee met Arjen Lubach

Schrijver Henk van Straten stapt elke week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Een enkele keer neemt hij de tram. Deze week: Arjen Lubach.

Arjen Lubach en Henk van Straten. Beeld Henk van Straten

Op een bronzen plaatje naast zijn voordeur aan de Raadhuisstraat in Amsterdam is te lezen: 'Lubach, Lubach & De Jong. Assurantiën en Solutions. Geen kamers, geen orgels, geen drukwerk. Aan de deur wordt geen schelvis gekocht. Aan de deur wordt geen snuitpaling gekocht.'

Arjen doet open. Op sokken. 'Ik moet nog even de computer afsluiten.' Even later verschijnt hij opnieuw. Zwarte zonnebril op, vaalblauw sportvestje met capuchon, sneakers. Nu pas realiseer ik me dat ik hem niet anders had verwacht dan zo, terwijl hij op tv, met Zondag met Lubach, tegenwoordig toch echt vaker in een strak pak is te zien.

'Wat was je op je computer aan het doen?', vraag ik. 'Iets aan het schrijven?' Hij staat nog maar net buiten en aarzelt even. De vraag overvalt hem; hij zoekt naar een houding en kijkt naar m'n blocnoteje. 'Is het interview al meteen begonnen? Voelt een beetje raar dit.'

We lopen naar het kantoor van zijn producent. Arjen moet er iets ophalen. Het is donderdagmiddag. Weken geleden dat het zulk lekker weer was. De stad bulkt, barst uit haar voegen. Toeristen, werklui, trams, fietsers, kantoormedewerkers op trapjes met sigaret en telefoon. 'Het kantelpunt is officieel gekomen', zegt Arjen. 'Meer dan 70 procent vindt Amsterdam nu echt te druk.'

We kunnen slechts sporadisch naast elkaar lopen. De meeste tijd zijn er zo veel obstakels dat de stoep slechts één mens breed is. We ontwijken voetgangers, fietsen, op de stoep geparkeerde auto's, stellages, hondedrollen. Na iedere tien stappen op de stoep worden we gedwongen een stukje op straat te lopen, alleen maar om dan weer door een driftig ringelende fietser terug de stoep op te worden gejaagd. 'Ik begrijp het wel', zegt Arjen. Ik knik. De vraag is alleen: is er iets aan te doen? Hij zegt: 'Ze zouden die airbnb's kunnen aanpakken. Alle hotels zitten vol en dan krijgen we dát er ook nog bij. Maar aan de andere kant, ze bouwen ook nog steeds nieuwe hotels.'

Is het wel tegen te houden? Is dit niet gewoon hoe het gaat? Met alle dingen? Opkomst, piek, overdaad, ellende? Ik zie hem pijlsnel een blik werpen op de stoep, vlak voor mijn voeten, waar een stukje poep ligt. Ik stap eroverheen; hij ziet het. 'Ja, maar als ik het zó meta ga bekijken dan kan ik natuurlijk nérgens meer mee zitten. Ook niet meer met oorlog, want dat is dan ook gewoon hoe de dingen gaan.'

Ik knik, wijk uit, ga de stoep af, ga de stoep op. 'Oké, maar het blijft knagen: wat móet je met het besef dat het hier te druk wordt?'

'Hm, ja. Niks, eigenlijk.'

En er écht mee zitten, doet hij nu ook weer niet. Lubach heeft weinig te klagen. Zijn tv-programma sloeg aan en er is net een nieuwe druk verschenen van Magnus, zijn laatste roman, alweer uit 2011. Hij werkte ooit als redacteur bij de radio - 'Wat een superleuke baan was' - en droomde destijds van een zelfstandigenbestaan. Een beetje schrijven, muziek maken, tussendoor lunchen met vrienden. 'Dat besef ik misschien te weinig, dat ik dat nu heb.'

Hij heeft iets bijzonders, Arjen Lubach. Ik kan het niet goed uitleggen. Hij is alert, snel van geest. Maar daardoor ook erg bewust van zichzelf en van anderen, denk ik. Hij is het gewend om dingen snel te begrijpen - ik vermoed sneller dan de meeste anderen. Dus hij denkt zijn eigen gedachten, maar tegelijk polst hij ook hoe ver jíj bent. Het is een beetje alsof je zijn radar kunt horen werken.

Hij lacht ingetogen als hij vertelt over zijn toch redelijk nieuwe status als BN'er. Over het herkend worden op straat. 'Het gênantst was in de kroeg, toen een kerel me optilde en meedroeg naar zijn vrienden, om me aan hen te tonen.'

We zijn er al. Mijn benen zijn moe na dat kleine, maar hectische stukje lopen. 'Wil je binnen nog iets drinken?' Nee, dat wil ik niet. Ik moet weer door. 'Raar is dit', zegt hij nog eens, en dan lopen we twee verschillende kanten op.

O, er woont inmiddels nog maar één Lubach op zijn adres. En ook die De Jong woont er niet meer. Maar dat is een ander verhaal, voor een andere keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden