Henk lift mee met Ali B

Henk lift mee

Schrijver Henk van Straten stapt elke week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Een enkele keer neemt hij de tram. Deze week: Ali B.

Foto Henk van Straten

Hé man', zegt Ali Bouali vanuit de lichtblauwe, sportieve Opel Insignia die deze dinsdagavond staat geparkeerd op de Oosterdoksstraat in Amsterdam. Hij eet een broodje en hij geeft me een hand, maar geen verdere instructies. Ik open de deur van de bijrijdersstoel, maar als ik de spullen en lege verpakkingen die erop liggen opzij wil schuiven, zegt hij: 'Daar zit ik dalijk, man.' Zijn broer Mo zal zo rijden. En die bijrijdersstoel is Ali's vaste plek. Dus.

Mo is onderweg, te voet, vanaf Centraal. Ik ga achterin zitten en zwijg terwijl Ali telefoontjes pleegt met boekers en managers. Zijn zwarte krulletjes hangen er netjes en weelderig bij en hij draagt een onberispelijk leren jack. Een jongen met een capuchon gevoerd met bont loopt naar de Opel toe. Niet Mo. 'Een vriend van me', zegt Ali, en dan tegen hem: 'Ga jij achterin zitten naast de journalist, want ik zit gewoon hier.' Ik zie de jongen aarzelen en dan toch maar instappen. 'Vroeger werkte Ali nog voor mij', zegt de jongen na een tijdje. Niet veel later, als we op de snelweg rijden, heeft hij zijn capuchon opgetrokken en slaapt hij met zijn hoofd tegen het zijraam.

Ali ruilt elk jaar zijn auto in. Morgen krijgt Ali een nieuwe. De volgende wordt ook weer een Insignia, maar dan een sedan. Ik vraag: 'Dus niet zo'n snelle als deze?' Waarop hij energiek opveert en zegt: 'Dacht het wel, vriend. 375PK!'

Het eerste halfuur, onderweg naar het theater van Oirschot voor een uitverkochte opvoering van zijn cabaretvoorstelling Ali Beken(d)t, is hij vooral aan het bellen. Hij heeft te weinig vrijplaatsen gereserveerd en probeert dat probleem nu op te lossen. Tussentijds belt ook een Amsterdams radiostation hem op. Hij geeft hun de eerste paar namen van het nieuwe seizoen van Ali B Op Volle Toeren. Ze zijn hem dankbaar. 'Love', zegt hij, en dan nog eens, maar nu met een lang uitgerekte letter o: 'Looove'.

Een druk baasje, Ali B. Vandaag nam hij voor The Voice of Holland een filmpje op met zijn finalist. Nu direct door naar de voorstelling. 'Het liefst wil ik meteen spelen als ik aankom.' Hij heeft al tientallen shows achter de rug, maar het blijft leuk. Hij scherpt zijn grappen steeds aan, ook door frequente try-outs in comedyclub Toomler, waar hij leert van de andere comedians. 'Een grap is het leukst als hij ook jezelf verrast', zegt hij. 'Alles wat je snapt, is geen verrassing meer, snap je? Dus je moet ook jezelf verrassen, zoeken naar dingen die je niet begrijpt.' Hij laat zien hoe dat werkt. 'Kijk', zegt hij, en opent op zijn telefoon de website van De Telegraaf. 'Hier. Iets over Bush. Dan denk ik: hoe ziet de famílie van George Bush die man eigenlijk? Hoe reageren zíj als hij van die domme shit zegt op tv?'

'En daar komt dan vanzelf een grap uit voort?' vraag ik.

Ali gaapt. 'Ja.'

Een autodidact. Toen hij zijn rapteksten wilde verbeteren, besloot hij uit te zoeken wat stijlfiguren nou eigenlijk precies zijn. 'Ik dacht: iemand die de fucking Van Dale heeft gemaakt, die moet dat toch weten?' Dus nam hij gewoon contact op met de redactie van de Van Dale. Niet lang daarna kreeg hij een drie uur durende workshop. En van Armand leerde hij een 'kreet' te gebruiken. Als je een thema hebt, moet je eerst de kreet vinden, en voelen. Vanuit daar komt dan het ritme, de stijl, alles. 'Geef eens een thema', draagt hij me op. 'Liefde', zeg ik. Hij staart een tijdje door de voorruit en zegt dan: 'Ik vind dat een ingewikkeld iets.' Zijn schouders bewegen op de maat die hijzelf al in dat zinnetje heeft aangebracht. 'Zie je?', zegt hij. 'Nu heb ik meteen het gevoel te pakken.'

Daarna laat hij me nieuwe rapnummers horen, die hij niet wil uitbrengen omdat muziek voor hem nu even een puur iets is; hij wil het niet bezoedelen met pr-gedoe. Maar áls hij straks met een nieuw album komt: 'Dan kom ik hárd'.

Hij gaapt, maar blijft praten. Moe maar onvermoeibaar. Aldoor met zijn mobieltje in de hand. De jongen naast me slaapt nog als Mo Oirschot binnenrijdt.

En dan dat ongemakkelijke moment waarop ik mijn hand uitsteek, ten afscheid, en ik Ali's gebalde vuist vastpak. Ik vervloek mezelf: natúúrlijk had ik hem een boks moeten geven.

Schrijver Henk van Straten reist elke week een stukje op met een min of meer bekende Nederlander. hendrik.v.straten@gmail.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.