Hengel

Vader en zoon betraden de hengelsportwinkel. Je kon zien dat ze niet zo niet vaak met elkaar op stap waren....

Vader was een jaar of vijftig en hij zag er gezond uit. Zijn bruine hoofd en armen zaten onder de witte verfspetters. Hij had een baard van een paar dagen. De zoon was nog jong, een jaar of acht - zo'n Hollands kereltje met vlasblond haar dat zijn handen al heel goed in de zakken van zijn korte broek kan steken.

De hengelsportwinkel was geen stoffig klein zaakje met hier en daar een hengel en een paar lieslaarzen, maar een enorme, helverlichte supermarkt waar de benodigdheden per vissoort in een lange stellingen hingen. Alleen al voor het vissen op snoek en baars waren tientallen soorten onderlijn beschikbaar. Om over het aantal haken nog maar te zwijgen; rijen vol kleurige zakjes.

Vader en zoon liepen stuurloos rond tussen de artikelen. De beheerder van de winkel stond bij de kassa en was in gesprek met twee dikke heren in jagersoutfit. Behalve in hengelsportartikelen deed de zaak ook in spullen voor de jacht; geweren, munitie, kleding. De heren hadden geen haast. Net als vissen bestaat jagen voornamelijk uit praten.

'Wat wil je hebben?', vroeg de vader aan zijn zoon.

Dit was een wrede vraag, gezien het aanbod.

'Een hengel', zei het jongetje dapper.

Hengels genoeg in de winkel, een hele afdeling. Lange hengels, korte hengels, vaste hengels, werphengels in ronddraaiende rekken, een muur vol molentjes.

'Het makkelijkste is een gewoon hengeltje', zei de vader. Hij plukte even aan het prijskaartje van een willekeurige hengel. 'Hoeveel zakgeld heb je gespaard?'

'Bijna twintig euro pap', zei het jongetje.

'Je weet wat we met mama hebben afgesproken hè, je moet hem helemaal zelf betalen.'

'Ja pap', zei het jongetje vermoeid. Dit was een onderwerp waar hij het liever niet over had.

'Nee echt Tim', ging de man door, 'van mij mag je een hengel, maar je moet hem zelf betalen.'

'Jaaaahaaaa', zei Tim kwaad. Dat gezeik over geld altijd.

'Vroeger had je van die bamboehengeltjes', mompelde zijn vader nu.

'Jij hield niet van vissen', zei Tim.

'Ik had wel een hengel hoor. Iedereen had een hengel.' De man bekeek dromerig een paar hengels die meterslang de winkel instaken, over de stellingen heen. Dat was nog eens iets anders dan bamboe.

'Misschien moet je vragen of ze een hengel voor me hebben', zei het jongetje naast hem, 'een kinderhengel.' Hij sprak het uit met een mengeling van trots en tegenzin.

De man zuchtte.

'Kom pap', zei Tim.

Vader vermande zich en liep op de mannen bij kassa af. Toen hij vlakbij was, schraapte hij zijn keel. De eigenaar van de zaak maakte zijn verhaal af en keek toen zijn nieuwe klant grijnzend aan. De twee jagers draaiden zich om. Ze namen de man van top tot teen op.

'Excusez-moi', stamelde de man, 'mais avez-vous une. . une. .' Het Franse woord voor hengel wilde hem niet te binnen schieten en de mannen keken hem genadeloos aan. Op de achtergrond stond Tim, met zijn handen in zijn zakken: wat een stomme vader had hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden