Hemelsleutel

Leuk artikel van Erik van den Berg en Bert Wagendorp over het gebruik van St. Janskruid als de prozac van moedertje natuur (de Voorkant, 16 mei)....

Gé van den Bovenkamp

In 1902 besloot het Hoofdbestuur der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging een commissie te benoemen die een onderzoek moest doen dat uiteindelijk in 1906 zou leiden tot een 'gestandaardiseerde' lijst van namen van Nederlandse wilde planten. Ruim honderd (amateur)beoefenaars van plant- en taalkunde verzamelden daartoe kennis in alle hoeken en gaten van het land. Als bijproduct van dit enorme werk verscheen in 1907, van de hand van H. Heukels, het onovertroffen Woordenboek der Nederlandsche Volksnamen van Planten. Een boek dat een schat aan oude, vaak regionale, namen van wilde planten redde vlak voor de grote taalvervlakking inzette.

Hemelsleutel (in het Twents en Sallands Hemelslotel of Hemel;slötel) blijkt in de volksmond gereserveerd voor de plant die wij tegenwoordig kennen als de stijve, rode pannenkoek die de hele winter, in afwachting van sneeuw, als een soort paddestoel in de tuin blijft staan en waar geen tuinarchitect meer zonder schijnt te kunnen (Sedum purpureum). Verder werd Hemelsleutel soms gebruikt voor de blauwe, wilde cichorei (Cichorium intybus) en natuurlijk voor de inheemse sleutelbloemsoorten (Primula), maar nooit voor het St. Janskruid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden