Hemels mandaat houdt communisten in het zadel

Azië-kenner Ian Buruma schetst de wereld van de Chinese dissidenten, die strijden of hebben gestreden voor democratie in hun land....

AAN RUIM eenvijfde deel van de mensheid is de democratie ontzegd omdat ze wezensvreemd zou zijn aan de 'volksaard'. In werkelijkheid is ze wezensvreemd aan het heersende systeem. Democratie, zeggen de Chinese leiders, is een westers importproduct en voor China niet geschikt. Bijna al hun onderdanen zeggen het hun na.

Waarschijnlijk hebben de meeste nazeggers er niet eens over nagedacht. De laatste millennia wordt het Chinese volk immers geacht hetzelfde te denken als zijn leiders. Totdat die het te bont maken en het volk de zittende dynastie, die vroeger Song of Ming of Qing heette en sinds 1949 Communistische Partij, ten val brengt.

Hoeveel van de 1,3 miljard Chinezen zijn voorstander van democratie? Er is nooit onderzoek naar gedaan, en als het wel zou worden gedaan, zouden de democraten wijselijk hun mond houden. Zij zijn immers 'slechte elementen' die het volk vergiftigen door het op te zetten tegen zijn leiders. Over die bad elements gaat het net verschenen boek van de Brits-Nederlandse Azië-kenner Ian Buruma.

In het voormalige Oostblok waren de dissidenten luizen in de pels van de communistische regimes en mobiliseerden zij de publieke opinie in het Westen. Hun vervolging heeft de regimes alleen maar zwakker gemaakt. De rol van de dissidenten in China is daarmee niet te vergelijken.

De Chinese luizen zijn doodgemept, voordat ze gevaarlijk konden worden, en voor de westerse publieke opinie is China te ver en te vreemd om er zich over op te winden. Ten onrechte, want deze week heeft China met de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) definitief zijn poorten opengezet naar de buitenwereld. Vanaf nu kan de wereld China veranderen, en China de wereld.

Buruma's eerdere boeken waren scherpzinnige studies over de verschillen tussen Oost en West op het gebied van politiek, cultuur en ethiek. In zijn nieuwste boek doet hij pionierswerk: hij brengt de wereld van de Chinese dissidenten in kaart, peilt hun drijfveren, verleidt hen tot conclusies en lardeert zijn reportages met tal van treffende observaties over de Chinese maatschappij.

Het boek is een aaneenschakeling van gesprekken met, zoals de ondertitel luidt, 'Chinese rebellen van Los Angeles tot Peking'. Dat zijn naar Amerika uitgeweken leiders van de Tiananmen-revolte van 1989, eenzame dissidenten in Singapore, vroegere verzetsleiders in Taiwan die nu in de regering zitten, democraten in de Britse ex-kolonie Hongkong dat tegenwoordig een kolonie van China is.

Het zijn ook de rebellen in het China van nu: een schrijfster die de criminele praktijken van het Chinese kapitalisme onthuld heeft, de moeder van een Tiananmen-slachtoffer die naar gerechtigheid zoekt, een advocaat van rechteloze arbeiders, een volgelinge van Falun Gong, ondergrondse christenen, een uitgezogen boer, Tibetanen die lijden onder China's culturele imperialisme.

De gesprekken leveren onthutsende inzichten op. Sommige ex-leiders van 'Tiananmen' zijn geheel veramerikaniseerd, andere reizen gedreven maar onbegrepen de wereld af, weer andere hebben hun heil gezocht in een fundamentalistisch christendom, dat de mystiek zou bieden die China nodig heeft om zich van het communisme te bevrijden. En bijna allemaal liggen ze met elkaar overhoop.

Chia Thye Poh bracht 23 jaar in een Singaporese cel door, omdat hij oppositie had durven voeren tegen Lee Kuan Yew, de autoritaire heiland die de stadsstaat omvormde tot een Disneyland met de doodstraf. Toen Chia een dokter mocht bezoeken, showden zijn bewakers hem een brandschone stad vol tevreden mensen en moderne hotels, kooppaleizen en andere zegeningen van de leider.

Iedereen was hem vergeten, zeiden ze. Zijn jaren in de cel waren voor niets geweest. Waarom tekende hij niet even, om de rest van zijn leven als een gehoorzame burger van de Tuinstad te kunnen genieten?

Hij tekende niet en onderging nóg twee jaar een verfijnde kwelling: als enige bewoner van een eilandje, waarvan men een Singaporees themapark had gemaakt.

De levensverhalen van de dissidenten zijn een amalgaam van moed, verschrikking, desillusie en hoop. Dat op zichzelf maakt het lezen van Buruma's boek al meer dan de moeite waard. Maar zijn werkelijke belang ontleent het aan de vraag die de auteur via de lotgevallen van zijn personages stelt: is de democratie waarvoor alle dissidenten, bewust of onbewust, vochten of vechten, in China mogelijk?

Buruma is ervan overtuigd dat het regime van de communistische partij net als alle vroegere dynastieën in China aan zijn eind zal komen. Hij suggereert dat dat niet al te lang meer kan kan duren. Immers, 'vreemde dingen gebeuren wanneer Chinese dynastieën hun einde naderen'. De parallellen met de huidige situatie zijn treffend.

Onheilspellende natuurverschijnselen zijn de voortekens van moreel en politiek verval. Het volk begint te beseffen dat zijn corrupte, wrede heersers het hemelse mandaat hebben verloren. Sektes, geheime genootschappen en protestbewegingen steken de kop op. Een boerenmessias - de laatste heette Mao Zedong - stelt zich aan het hoofd van het opstandige volk, verjaagt de stervende dynastie en sticht een nieuwe, die op haar beurt vroeg of laat aan haar verrotting ten onder zal gaan.

Buruma ziet veel, waaruit hij opmaakt dat het regime aan het eind van zijn Latijn is. Maar hij is niet zo uitgesproken als de Amerikaanse Chinees Gordon Chang, wiens boek The Coming Collapse of China (met China bedoelt hij het Chinese regime) van het begin tot het eind de apodictische titel moet waarmaken. Het boek staat vol boeiende beschouwingen, maar het is tendentieus van a tot z.

Aanwijzingen dat het regime voor een overlevingscrisis staat, zijn er volop. Het systeem heeft behalve zijn totalitaire karakter en zijn politieke controle niets meer van de heilsstaat die Mao voor ogen stond. Het verleden wordt niet verloochend, want het bewind wil niet zijn eigen navelstreng doorsnijden en daarmee zijn legitimiteit verliezen. Maar in naam van het communisme doen de huidige leiders alles wat Marx en Mao een gruwel was.

Deze ideologische crisis hoeft niet dodelijk te zijn, zolang het volk andere waarden kunnen worden voorgezet, zoals nationalisme en rijkdom. Welke Chinees is geen vurig nationalist? En rijk worden wil toch iedereen? Daarom moet de economie tegen de klippen op groeien. Daarom ook is hetzelfde land, dat voorstanders van vrijhandel vroeger zag als landverraders, lid geworden van de WTO.

China moet één gigantisch Singapore worden, waar iedereen het naar den vleze gaat en alleen een verdwaalde dissident het nog in zijn hoofd haalt om dwars te liggen. Dat het WTO-lidmaatschap de welvaartskloof breder zal maken en werkloosheid tot gevolg zal hebben voor miljoenen mensen, wordt gezien als een tijdelijk euvel. De sociale beroeringen die zeker zullen toenemen, moeten in afwachting van de WTO-zegeningen met harde hand worden bestreden.

Maar kan China economisch moderniseren en politiek archaïsch blijven? Kan een open economie, waarin China voor het eerst in zijn geschiedenis moet gehoorzamen aan internationale wetten, samengaan met een gesloten systeem, geleid door een partij die nog altijd denkt in de rigide schema's van een voorbije tijd?

Kunnen de grenzen opengaan voor buitenlandse producten en tegelijk gesloten blijven voor buitenlandse ideeën? Zal de middenklasse die door de WTO tot bloei zal komen, zich politiek niet willen emanciperen? Zullen de werknemers van moderne bedrijven genoegen blijven nemen met hun ouderwetse gebrek aan rechten?

Nog altijd gedoogt de partij geen enkele zelfstandige organisatie naast zich, nog altijd duldt ze geen controle door parlement, rechters of media. Ze wordt geobsedeerd en verlamd door de noodzaak tot 'sociale stabiliteit' en modelleert haar versie van de rechtsstaat niet naar het recht maar naar haar eigen behoeften.

Is er voor zo'n partij nog toekomst? De stelling dat alleen een democratisch systeem een antwoord op de kolossale uitdagingen biedt, is goed te verdedigen, maar ze stuit op formidabele bezwaren.

Democratisering botst op de diep gewortelde idee dat het Chinese volk een krachtige, autoritaire leider nodig heeft, omdat het anders een volstrekte janboel wordt. Democratie is in China haast een ander woord voor chaos, omdat men het verwart met anarchie. Alleen een sterk bewind kan voorkomen dat het land uiteenvalt en krijgsheren om de buit gaan vechten, zoals zo vaak gebeurd is.

De angst voor chaos, zoals die zich voordeed tijdens de burgeroorlog tussen de communisten en de Kwomintang, en na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zit er diep in. Voor de Chinese communisten is het ondenkbaar dat ze zich terugtrekken van het politieke toneel, zoals hun vroegere Sovjet-kameraden hebben gedaan. Dat botst met hun overtuiging dat ze, zoals alle dynastieën vóór hen, een hemels mandaat hebben om voor eeuwig te regeren. Deze idée-fixe en de democratie verdragen elkaar niet.

EEN ANDERE overoude notie is even sterk: de identificatie van land, staat, natie en regering. Wie tegen de regering is, is daarom tegen China. Dat verklaart waarom de Chinezen zoveel slikken en pas protesteren als ze massaal in hun bestaan worden bedreigd. Daarbij speelt ook de taoïstische gedachte mee het leven te nemen zoals het is. Je kunt het toch niet veranderen. Wees met weinig tevreden, bedenk dat het altijd erger kan, conformeer je.

Deze opvatting past volmaakt in de confuciaans-communistische traditie van strikt hiërarchische verhoudingen. Het volk dient onderdanig te zijn aan de mandarijnen, die per definitie deugdzaam, rechtvaardig en goedertieren zijn. Ze hebben altijd gelijk. Nog altijd dienen critici 'van ganser harte' hun schuld te belijden, liefst in het openbaar, zodat het zaad van de rebellie tegen de immer 'correcte' opvattingen van de partij wordt gedood.

Dissidenten zijn automatisch foute Chinezen. Met hun kritiek op de regering verraden ze het vaderland en pogen ze de staat omver te werpen. Deze bad elements zijn handlangers van 'buitenlandse machtscentra' die het grote China klein willen krijgen. Daarom zal een dissident die niet voor landverrader wil doorgaan, de Chinezen ervan moeten overtuigen dat zijn project het vaderland zal redden.

Op een paar experimenten tijdens het Kwomintang-bewind na heeft China geen enkele ervaring met de democratie. De dorpsverkiezingen zijn geen democratisch experiment, maar een trucje van de partij om niet verantwoordelijk te worden gesteld voor de lokale problemen, terwijl ze in een moeite door de gekozen dorpsleiders onder de duim houdt.

Voor de weigering om de democratie in te voeren worden soms koddige argumenten gebruikt. Zo zei Li Peng, de tweede man in partij en staat, in een zeldzaam interview dat China niets moet hebben van een systeem, waarin parlementariërs met elkaar op de vuist gaan.

Vaak ook worden de 'Aziatische waarden' aangevoerd, waarvan de patriarch van Singapore, Lee Kuan Yew, de grote propagandist is. Niet voor niets is deze felle anti-communist in communistisch China zo populair. Aziaten zouden eerder geïnteresseerd zijn in orde, werk en een volle rijstkom dan in 'westerse' waarden als democratie, mensenrechten en het recht op een eigen mening.

Onzin. De 'Aziatische waarden' zijn uitgevonden ter rechtvaardiging van dictatoriale regimes. Hoe zit het met die waarden in Aziatische landen als Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Thailand, de Filipijnen? Kennelijk is de democratie ook voor niet-westerse landen een aantrekkelijk systeem.

Speciaal het geval-Taiwan maakt de leiders in Peking nerveus. Het bewijst dat ook voor Chinezen de democratie kan functioneren. Tegelijk is het voor Peking een afschrikwekkend voorbeeld. Door het land te democratiseren heeft de Kwomintang, eens een even dictatoriale partij als de communistische, haar eigen graf gegraven: vorig jaar raakte ze het presidentschap kwijt, en deze maand ook haar parlementaire meerderheid.

Een eventuele democratisering van China zal niet komen van dissidenten en evenmin van buiten, maar van de communistische partij zelf, maar daarvoor moet eerst de politieke kou van de lucht. In de aanloop naar het zestiende partijcongres in het najaar van 2002 zijn politieke discussies absoluut taboe. Terwijl achter de schermen om de machtsposities wordt gevochten, pleegt iedereen lippendienst aan de orthodoxie van Jiang Zemin.

Als een jongere generatie de macht overneemt, breekt mogelijk het inzicht door dat de partij zonder politieke hervorming haar eigen graf zal graven. Van dat inzicht getuigen al de eerste schuchtere tekenen. Maar wanneer heeft een Chinese dynastie ooit vrijwillig haar macht opgegeven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden