Hemelbestormers aan het Markenplein

Het overgrote deel van de Nederlandse filmprofessionals leerde het vak aan de Nederlandse Filmacademie. Sinds de oprichting vijftig jaar geleden, is de Nederlandse speelfilm er een stuk beter voor komen te staan....

De Nederlandse speelfilm stond er slecht voor, toen op 20 oktober 1958 de Nederlandse Filmacademie van prof. dr. J.M.L. Peters zijn deuren opende aan de Nieuwe Doelenstraat in Amsterdam. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er nog geen tien speelfilms gemaakt. In de herfst van 1957 had het gezaghebbende filmtijdschrift Filmforum een open brief afgedrukt, geïnitieerd door de criticus H. Wielek en ondertekend door een groot aantal voorname filmpublicisten, waarin de Nederlandse speelfilmproducenten werden opgeroepen de productie stop te zetten, en zich te richten op de destijds veel succesvollere documentaire.

De nieuwbakken academie had de beschikking over slechts één leslokaal en één projectieruimte. Faciliteiten waren er niet of nauwelijks; het startkapitaal van 30 duizend gulden maakte investeringen in technische middelen en apparatuur onmogelijk. Er waren 22 docenten, die les gaven aan 43 studenten. Die waren verdeeld over twee leergangen: ‘Scenarioschrijven en draaiboektechniek’ en ‘Filmhandel’. Meer smaken waren er niet.

Het onderwijsprogramma duurde twee jaar, elk studiejaar besloeg slechts twintig weken. Zowel de theorie van de film werd gedoceerd (in vakken als ‘Algemene Filmcultuur’ en ‘Filmtaal’) als de theorie van de praktijk van de film (in vakken als ‘Technische grondslagen van de cinematografie’ en ‘Opname en montagetechniek’). Praktijklessen stonden niet op het programma. Om toch maar in aanraking te komen met camera of montagetafel werden excursies georganiseerd naar de Cinetone Studio’s.

In vijftig jaar is veel veranderd. De Filmacademie groeide uit tot hét audiovisuele opleidingsinstituut van Nederland; over de Nederlandse film wordt nog steeds veel gesomberd, maar die staat er onmiskenbaar beter voor dan eind jaren vijftig. Het een kan niet los worden gezien van het ander.

Op de Filmacademie werden in vijftig jaar meer dan 2000 filmprofessionals klaargestoomd. Mannen én vrouwen. Niet alleen film- en televisieregisseurs, maar ook scenaristen, producenten, geluids- en camera/lichtspecialisten, production designers, editors, en sinds een aantal jaar kan er ook worden afgestudeerd op het vakgebied IMVFX: Interactieve Media & Visual Effects.

De studiegids van de Nederlandse Film en Televisie Academie, die sinds 1987 deel uitmaakt van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, beslaat inmiddels meer dan 450 pagina’s. In de vierjarige opleiding zijn nu, net als in andere hbo-opleidingen, European Credits te verdienen, in vier jaar 240 stuks.

Na omzwervingen door de hele stad is de Filmacademie sinds de herfst van 1999 gevestigd aan het Markenplein, op een steenworp afstand van het Waterlooplein, niet eens zo heel ver van de oorspronkelijke locatie. Het kolossale pand, ontworpen door Koen van Velsen, huisvest twee professionele studio’s, hoger en groter dan de meeste andere studiofaciliteiten in Amsterdam, een handvol kleinere studio’s, alle denkbare montage- en mixagefaciliteiten, een bioscoopzaal met comfortabele rood-pluche stoelen, een productiemiddelenmagazijn, een film- en videoarchief en een mediatheek. Er werken meer dan zestig mensen in vaste dienst en er zijn jaarlijks zo’n tweehonderd gastdocenten en coaches actief.

Het eerste filmpje dat op de academie werd gemaakt, in het voorjaar van 1960, was een particulier initiatief: Moreelse Park. Rob du Mée regisseerde; Frans Weisz speelde de hoofdrol. Er gaat een mooie anekdote aan vooraf.

Boet van Rossum, de secretaresse van Filmacademie-directeur Peters, was in 1958 nog bezig de verhuisdozen in te pakken toen Frans Weisz, een in Arnhem gesjeesde toneelstudent, bij het Nederlands Filminstituut binnenstapte. Weisz had een advertentie zien staan en kwam informeren naar de nieuwe opleiding. Volgens de overlevering stroopte Weisz direct de mouwen op. Nadat hij ‘Boetje’ had geholpen met het versjouwen van een aantal dozen was hij als eerste student aangenomen aan de Filmacademie.

Op school leerde Weisz Rob du Mée kennen, de zoon van de eigenaar van het Amsterdamse Rialto Theater die na een kort toelatingsgesprek met Peters ook met open armen was ontvangen. Samen maakten ze Moreelse Park, op eigen initiatief, met apparatuur van de Stichting Film en Wetenschap in Utrecht, waar Du Mée stage liep. Maar de Filmacademie wenste het met graagte als studentenfilm te beschouwen. Bij de uitreiking van de allereerste einddiploma’s van de Nederlandse Filmacademie, in het voorjaar van 1960, werd Moreelse Park met gepaste trots vertoond in het Carlton Hotel in Amsterdam.

Du Mée, die films zou produceren als The Family (1973), Mariken van Nieumeghen (1974) en Heb medelij, Jet! (1975) en Weisz, die vorige maand op 70-jarige leeftijd is begonnen aan de verfilming van Happy End, het laatste deel van een trilogie die verder bestaat uit Leedvermaak (1989) en Qui Vive (2001), waren nog niet afgestudeerd of een andere jongeling stak zijn neus om de hoek van de Filmacademie: Paul Verhoeven.

Verhoeven werd in september 1959 aangenomen. Hij excelleerde in ‘Lichttheorie/Moderne technieken’ en ‘Uitdrukkingsmogelijkheden van het medium film en trucagetechniek’. Maar – zo blijkt uit zijn cijfers voor het Kersttentamen 1959, zoals afgedrukt in de geautoriseerde biografie van Rob van Scheers – met vakken als ‘Esthetische analyses van films’ (cijfer: 6-), ‘Sociologie van film en bioscoop’ (5) en ‘Commentaar en dialoog’ (eveneens een 5) had hij maar weinig op. Ook van de scenariolessen van Anton Koolhaas moest hij niets hebben. ‘Koolhaas had het alleen maar over typisch Nederlandse films als Dorp aan de rivier van Fons Rademakers: leuke film, daar niet van, maar ik wilde iets anders.’

Verhoeven maakte de Filmacademie niet af, omdat hij het gevoel had dat hij er niets leerde. Theo van Gogh en Eddy Terstall hadden helemaal geen filmschool nodig. Regisseurs als Marleen Gorris, Heddy Honigmann en Johan van der Keuken genoten hun opleiding in het buitenland, en er is in Nederland ook een aantal kunstacademies met een audiovisuele opleiding.

Maar het overgrote deel van de Nederlandse filmprofessionals leerde het vak aan de Filmacademie. Alle studenten presenteren zich aan het einde van hun opleiding met een afstudeerproductie – een van de terugkerende hoogtepunten in het bestaan van een filmcriticus, nieuwsgierig naar nieuwe, opwindende talenten. De filmvertoningen worden steevast voorafgegaan door een korte introductie door de studenten. Soms onzeker mompelend, uit angst voor wat de kritische kijkers van hun proeve zullen vinden. Soms vol bravoure.

Désirée Delauney zong ter introductie van haar filmgedicht Vivre een liedje, de makers van de afstudeerfilm Wolf lazen een manifest voor. ‘Wij kunnen natuurlijk een halve school neermaaien met een kalasjnikov, of lid worden van een terreurgroep. Maar brengt ons dat dichter bij onze droom? Filmmakers en acteurs moeten hun geld verdienen met het verkopen van drama. Maar wat als je zelf geen drama meemaakt? Hoe geloofwaardig ben je dan? Wij willen drama. Wij willen leven. Wij willen voelen. Wij willen wolven zijn.’

Dat zijn aardige binnenkomers, maar het gaat natuurlijk om de films. De afstudeerfilm van Dick Maas, de zwarte komedie Adelbert, geniet nog altijd een enorme reputatie; Mike van Diem won met Alaska als eerste Nederlander de Oscar voor de Beste Studentenfilm (er zouden nog acht nominaties volgen). Paul Ruven maakte De tranen van Maria Machita, een megalomane musical met Ellen ten Damme in de hoofdrol, die nog altijd als een van de allerbeste afstudeerfilms mag worden beschouwd (goed voor het Gouden Kalf voor de Beste korte Film, de Tuschinski Award voor studenten van de Nederlandse Film en Televisie Academie, en de Filmprijs van de Stad Utrecht).

Joram Lürsen maakte furore met De finales, een ingenieus filmpje over het jongetje dat Marco van Basten leerde volleren. In twee keer; omdat het materiaal was verprutst in het laboratorium moest Lürsen zijn hele film opnieuw opnemen. Ian Kerkhof maakte in de vakantie tussen het eerste en het tweede jaar, uit eigen middelen met apparatuur van de Filmacademie de avondvullende speelfilm Kyodai Makes the Big Time, waarmee hij tot ieders verrassing het Gouden Kalf won voor de Beste Film. Lodewijk Crijns schiep verwarring met de fake-documentaires Kutzooi en Lap rouge, David Lammers maakte indruk met de prachtig-ingetogen schets De laatste dag van Alfred Maassen, die aansluitend werd geselecteerd voor het hoofdprogramma van het festival van Cannes.

Het talent van Paula van der Oest was direct zichtbaar in Zinderend, dat van Dana Nechushtan in Djinn, en dat van Nanouk Leopold zeker ook in Weekend. Untertage, de overrompelende afstudeerfilm van Jiska Rickels, werd onderdeel van 4 Elements, in 2006 de openingsfilm van het International Documentary Film Festival Amsterdam.

De meest volwassen en complete afstudeerfilm van Lichting 2008 – die zichzelf eind juni presenteerde – was Drang van Sacha Polak, die twee jaar geleden al afstudeerde aan de Filmacademie met het sfeerrijke Teer. Als invalkracht maakte ze in korte tijd, met een crew die ze niet kende, een gevoelig, deels geïmproviseerd filmpje over een jonge vrouw op zoek naar echte liefde. Polak – die na haar afstudeerfilm al de NPS KORT!-aflevering El mourabbi en de One Night Stand Onder de tafel regisseerde – bewees er eens temeer mee dat de Filmacademie een uitstekende leerschool is.

En hoe nu verder? Willem Capteyn, die vorig jaar de naar de VPRO vertrokken Marieke Schoenmakers opvolgde als directeur, is bezig de laatste hand te leggen aan een nieuwe tweejarige Master-opleiding, die excellente filmmakers de kans moet bieden zich verder te ontwikkelen. En deze maand zijn weer 73 nieuwe studenten aan de slag gegaan aan het Amsterdamse Markenplein. Titaantjes boordevol verwachtingen, hemelbestormers met grote dromen. Over vier jaar in een bioscoop bij u in de buurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden