Hemel en aarde bewegen

Haar bewegingstheater is volstrekt eigenzinnig en vernieuwend. In de voorstelling 'Het universum van Schweigman&' zijn nu vijf stukken uit Boukje Schweigmans oeuvre te zien.

DOOR ANNETTE EMBRECHTS FOTO IVO VAN DER BENT

Het was hartje zomer, vorig jaar, tijdens Festival Boulevard in Den Bosch. We zaten op een ongemakkelijk hard bankje, in een stikdonkere zaal. Slechts dertig toeschouwers mochten naar binnen. Voor onze neus rees een houten wand op, met één reep ruimte op ooghoogte. Die spleet was het enige blikveld dat ons werd gegund, tijdens de voorstelling Spiegel van Boukje Schweigman. Keek je daar doorheen, zag je weer donkerte, een groot zwart oppervlak. Wat was dit? De gedachten tuimelden door je hoofd. Zoals vaker bij een beginnende meditatie lieten berusting en overgave even op zich wachten. Maar toen het oog aan het duister was gewend en alledaagse gedachten wegsmolten, zeilde je als vanzelf een andere wereld binnen. Een universum waarin twee zwevende lichamen (Toon Kuijpers en Marinke Eijgenraam) boven het donkere oppervlak tuimelden en speelden met hun spiegelbeeld, totdat ze van vliegende vlinders transformeerden in wegzinkende drenkelingen en later in aan land kruipende reptielen. Soms verried slechts een hand of voet de aanwezigheid van een mens. Zelfs de nuchterste toeschouwers constateerden na afloop dat ze een spirituele trip hadden beleefd, voor even in een andere dimensie waren geweest.

Overgave, concentratie, uitgekiende vormgeving en uitputtende herhaling van sobere bewegingen. Dat zijn vier pijlers onder het gelauwerde werk van theatermaakster Boukje Schweigman (39). Precies tien jaar maakt ze voorstellingen in het genre 'woordeloos zintuiglijk theater', sinds haar debuutvoorstelling Dooier tijdens de mimeopleiding. Reden voor een retrospectief: de komende maanden zijn in tien steden telkens vijf voorstellingen te zien: Dooier (2002), Benen (2003), Hoek (2007), Wervel (2005) en Tussen (2010). Met dank aan deelnemende theaters die haar gezelschap Schweigman& een week lang de ruimte geven voor een minifestival.

Schweigman is een outsider in de theaterwereld door haar vastberaden onderzoek naar de theatrale mogelijkheden van één detail. Dat kan een specifieke beweging zijn, zoals de draai in Wervel, maar ook een lichaamsdeel, zoals de navel in Klep (2003). 'Ik wil terug naar de ultieme verwondering over een haartje op een hand. Ons lijf is het allermooiste wat er is. Stel, je kijkt door een gaatje en dan zie je een navel. Dat is toch fascinerend', zei ze over de herneming van Klep kort na haar afstuderen.

Bijna altijd werkt Schweigman samen met vormgever Theun Mosk (33). Hij studeerde theater & techniek en volgde ook de opleiding tot theatermaker aan de Amsterdamse Theaterschool, toen zij daar de mimeopleiding deed. Met Mosk won Schweigman in 2003 de Top Naeff Prijs voor hun afstudeerproductie Benen. Waar zij de vrouw is van overgave, herhaling en concentratie, is hij de man van uitsneden, structuur en materiaalkennis. 'Ik ben rond en hij is vierkant. Ik ben grillig, hij is strak. Ik zoek, hij kiest', zei ze onlangs over hun jarenlange, succesvolle samenwerking.

Mosk, op zijn beurt: 'Boukje stelt zichzelf één goede vraag en bijt zich als een terriër vast in de essentie van een draaiende wiek, een hoop aarde of een zakkend plafond. In die zoektocht durft ze onzeker te zijn. Ze vraagt mij een ruimte in de ruimte te creëren. Een stolp die geruisloos zakt over spelers en toeschouwers. Of een waterbak met beperkte zichtlijnen. Haar idee over wat het publiek moet ervaren, kan abstract zijn, ze vertrouwt erop dat ik dit concreet kan maken.'

Op het moment dat ze samen een weekend weggingen, sloeg de vonk over. 'We hebben drie jaar een relatie gehad, waren misschien wel te intens verbonden. Toen het uit ging, hebben we één slechte voorstelling gemaakt, Sottenschip. Daarna namen we even afstand, maar we misten onze gezamenlijke artistieke zoektocht. Nu werken we weer samen, al ontwerp ik ook veel voor toneel en opera. Maar een creatie met Boukje voelt nog altijd als thuiskomen. Ik heb nog stapels ideeën liggen uit onze gesprekken.'

Schweigmans eigenzinnige oeuvre ontwikkelt zich langs twee lijnen. Op locatie maakt ze, vaak voor festivals, speelse ervaringsvoorstellingen. Neem Dreef (2006), in een dobber op een meer, of de ultratrage stapvoetse wandeling Walking (2008), de molenwiekende uitputtingslag Wiek (2009), de luchtkussenvoorstelling Blaas (2013) en het gevaarlijke Zweep (2011), vol ritmische zweepslagen en gevechtstechnieken. Toeschouwers worden geleidelijk een ander universum ingeloodst, als voorbereiding op een ritueel. Ze moeten bijvoorbeeld eerst nog schoenen verwisselen voor laarzen. Die liggen niet zo maar op een berg, maar staan in een heksenkring opgesteld. Zo wordt alvast een verbond gesmeed.

Naast de locatieproducties ontwikkelt Schweigman geconcentreerde bewegingsvoorstellingen in het theater zoals Wervel (2005), Grond (2006), Hoek (2007) en Tussen (2010). Die geven zich minder makkelijk prijs. Schweigman speelt met de performers (en meestal ontwerper Mosk) een geduldig spel met licht, geluid, spaarzame beweging en focus van de toeschouwer. Hoek oogt bijvoorbeeld bijna als een bewegende installatie voor vier mimespelers en één mobiele, vouwbare muur. Na een reiniging van je blik door een felle opeenvolging van licht en duisternis, ontwaar je een fraai beeld van vier mensen die zich vrijwillig in 'een hoek laten drukken': samengeperste lijven in pakweg 45 graden. Vervolgens kruipen ze uit de spelonk te -voorschijn en duwen ze liggend op hun rug hun voeten tegen de roestige wanden omhoog. Later verlaten ze 'hun' hoek en waaieren ze uit: rennend richting publiek of wippend op hun buik (als huilende zeehondjes). In Tussen kruipen zeven lijven als wormen over elkaar heen, onder wie Schweigman zelf. Een voor een maken de dansers zich los met de blik op oneindig, zoekend naar een ijler bestaan dan het aardse gekronkel. Wie bereid is mee te gaan, kan er een evolutie in zien, van levende wezens en er misschien weer die andere dimensie in proeven.

Schweigman vraagt concentratie en overgave, van publiek, maar ook van spelers. Kuijpers en Eijgenraam doorstonden tijdens het repetitieproces en de tournee van Spiegel keel-, neus- en oorontstekingen toen ze twee keer een uur per dag in een tuigje op hun kop moesten hangen om door een waterbak te worden gehaald. Toenmalig productieleider Andrea Astbury (nu zakelijk leider van het gezelschap Schweigman&): 'Lang ondersteboven hangen doet iets met je organen. Medisch gezien niks schadelijks, maar alles staat onder druk. En dat water mag niet warm zijn vanwege schimmel- en algengroei en legionellabesmetting. Boukje bouwt het uithoudingsvermogen van meet af aan op met de performers. Rustig, gestaag, langzaam, vergaand.' Zelf staat ze ook op het toneel, maar niet nadat ze zich bijvoorbeeld in China uitputtend heeft getraind in zweepslagtechniek, kungfu en qigong. Nu, tijdens Het Universum van Schweigman& geeft de theatermaakster voor het eerst drie van haar eigen, uitputtende solo's uit handen aan mimespeelsters en danseressen.

Mimespeler Toon Kuijpers, die in tien van haar voorstellingen speelt, roemt het veilige vacuüm tijdens repetities, waardoor spelers bereid zijn ver te gaan. 'Als iets niet meer gaat, moet je zelf op de rem gaan staan. Ik doe dat niet snel. Ik ben loyaal en hou van die bijna onaardse staat van zijn.'

Haar anderhalf jaar oudere broer Jasper schrijft Boukjes voorliefde voor intense samenwerking toe aan de open sociale omgeving waarin ze zijn opgegroeid. 'Onze ouders komen uit warme Brabantse families. Na onze eerste jonge jaren in Afrika zijn we in Groningen in woongroepen opgegroeid en op scholen waar alle niveaus samenwerkten. Mijn vader heeft in Groningen nog de idealistische middenschool opgericht, waar wij beiden op hebben gezeten.'

Als kind al verwonderde Schweigman zich over dat magische lijf dat iedereen zo maar heeft. Daarom wilde ze dokter worden. Ze werd ingeloot voor een studie medicijnen, maar ontdekte snel dat het lichaam daar niet als wonder, maar als machine werd beschouwd, een apparaat met mankementen. Ze stapte over naar geschiedenis, maar bleek niet gemaakt om achter de boeken te zitten. Toen ze op de acteursopleiding van de Theaterschool werd aangenomen, waren de docenten naar haar zin te veel met hoofd en tekst bezig. Ze vond haar draai toen ze definitief voor de mimeopleiding koos. 'Ik wil steeds maar uit dat hoofd, het lichaam in.'

'Mensen denken vaak dat ik zen ben omdat ze mijn voorstellingen als een ritueel ervaren. Maar ik denk nooit: ik ga één ding onderzoeken. Ik ontwaar tijdens het repetitieproces, door in één element te graven, weer een heel nieuwe wereld. Door die beperking durf ik diep te gaan. Zo los ik mijn jeugdig verlangen in, dat de wereld eigenlijk overzichtelijk zou zijn. Als ik er te veel bijhaal, raak ik in de war.'

Onbevooroordeeld

Danser Jaap Flier (79), klassiek opgeleid en jarenlang boegbeeld van het mede door hem opgerichte Nederlands Dans Theater, werd door Schweigman in 2006 opgebeld, om een duet te maken over een jonge vrouw en een oudere man, getiteld Grond. Het moest geen verhouding worden, maar een zoektocht van twee mensen naar 'wat ouderdom is, wat jong zijn'. Flier: 'Ze kwam naar mijn huis in Frankrijk. In de tuin gooiden we met zand naar elkaar. Toen ik vroeg of ze echt wilde weten hoe grond ontstond, zijn we gaan graaien in de composthoop. Boukje ging er vol in en viste walnoten op, een voorraad van een eekhoorn. Tekenend. Ze gaat onbevooroordeeld ergens op af, probeert alles uit en vindt altijd bruikbare dingen. Wat ze definitief gebruikt in een voorstelling, beslist ze pas op het allerlaatste moment, tijdens de laatste twee dagen. Ik voel mij zeer fortuinlijk dat ik met haar heb mogen werken.'

Het universum van Schweigman&. De voorstellingen Dooier, Tussen, Benen, Wervel en Hoek zijn de komende 4 maanden in wisselende volgorde te zien.

In Utrecht (12 t/m 16/11), Leiden (20 t/m 23/11), Haarlem (4 t/m 7/12), Den Haag (11 t/m 13/12), Den Bosch (18 t/m 21/12), Nijmegen (8 t/m 11/1), Rotterdam (15 t/m 18/1), Amersfoort (21 t/m 25/1), Amsterdam (28/1 t/m 1/2) en Groningen (18 t/m 22/2). schweigman.org

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden