Helpers weg, geleerden erin

Instrumentenmakers, inkopers hulppersoneel op de universiteiten moet weg. De onderzoekers moeten zichzelf maar ondersteunen. Hoe goed of slecht is dat?...

Door Michael Persson

Tussen sissende slangen en dampende ketels, in een soort bijkeuken van het Huygens Laboratorium in Leiden, duwt Oleg Bacharev een karretje voor zich uit, met daarop een fors vat vloeibare helium. Richting lift. Op de zevende verdieping stapt hij uit, en rijdt het wagentje een lab binnen.

Nee, de Rus is geen amanuensis. Hij heeft het helium voor zichzelf nodig, voor materiaalonderzoek bij lage temperaturen, waar hij als postdoc in december nog een prijs mee won. Of hij daar nog een beetje ondersteuning bij krijgt? 'It's getting worse.'

De plannen om 450 banen te schrappen in het ondersteunende en beheerspersoneel (OBP), vorige week aangekondigd door de Technische Universiteit Delft, staan niet op zichzelf. 'Delft' gaat iets doen wat de andere twaalf Nederlandse universiteiten al langer aan het doen zijn. Helpers eruit, wetenschappers erin. Om efficier datgene te doen waar universiteiten voor bedoeld zijn: het bedrijven van onderzoek en onderwijs.

Maar w dat ook efficier, als de hulptroepen verdwijnen?

De heliumfabricage-afdeling is van vijf naar drie man teruggebracht en dat is volgens wetenschapper Bacharev 'nog wel ok Maar verder, zegt hij, terwijl hij op de supergekoelde magneten en pruttelende vaten in zijn lab wijst, 'doe ik hier eigenlijk alles zelf'.

Want als je de elektronische en mechanische hulpdiensten belt, zegt Bacharev, duurt het zo lang. 'Die zijn veel te zwaar belast.'

Waar in Delft op elke honderd wetenschappers nog honderd hulptroepen rondlopen, zijn dat er bij de Universiteit Leiden maar 76. De Erasmus Universiteit Rotterdam en de Technische Universiteit Eindhoven zitten daar zelfs nog iets onder.

En ns het niet gedaan met de reorganisaties in Leiden. Neem de door Bacharev bedoelde fijnmechanische dienst. Gaat van 21 man, naar 14,5 in 2005. Plus nog drie man, maar die mogen alleen op projectbasis worden aangesteld. 'Wat dan als zo'n project is afgelopen?' vraagt Ewie de Kuyper, hoofd van de dienst, zich af. 'Ekeer verlengen mag van de wet, maar daarna moet ik zo iemand ontslaan. En een nieuwe pluk je niet zomaar van de straat.'

Tussen de met zilverkleurige metaalkrullen bedekte draai-en freesbanken, op het parket van de werkplaats, komt prof. dr. Giorgio Frossati aangelopen, met drie velletjes technische tekeningen in de hand. Een onderdeel voor zijn Grail, een gekoelde bol om zwaartekrachtsgolven te meten. 'Dit lekt. Kunnen jullie een nieuw filter maken?'

Maar hij moet het wel snel hebben. Frossati wil nog deze week aan de slag. 'Zo ad hoc moeten wij werken', zegt De Kuyper. Kom daar maar eens om bij een commercieel bedrijf. 'Als dat hun al lukt, dan sturen ze wel meteen een nieuwe rekening.'

Volgens hem is de bodem bereikt, voor zijn 'uitgeknepen' afdeling. Daar komt bij dat ook het centrale magazijn wordt gekort. Een dienst die, om maar wat te noemen, een partij zuurstofvrij koper kan regelen, van goede kwaliteit en niet al te duur. 'Als ik dat zelf moet doen, ben ik een ochtend aan het bellen. Die reorganisatie bij het magazijn kan ons zo fte kosten.'

Ook wetenschappers als Frossati doen hun boodschappen steeds vaker zelf. 'Ik heb onlangs een goede Duitse smederij gevonden, waar ik meteen maar 250 kilo koper heb besteld.'

Steeds vaker, zegt De Kuyper, gaan wetenschappers zelf 'knoeien en rommelen'. En Frossati, met zijn technische tekeningen en inkoopkwaliteiten? 'Hij is heel handig. Maar dat is een uitzondering. Hij heeft een eigen bedrijf.'

Op de vierde plaats van efficie universiteiten staat Twente, met zo'n 79 OBP'ers per honderd wetenschappers. Er zijn de laatste jaren 350 banen weggevloeid. De Twentse nanotechnoloog prof. dr. Niek van Hulst is kritisch. 'Je kunt een technicus weggooien en daar twee promovendi voor aanstellen, maar op de lange termijn stort dan de pudding in. Je verliest vakmanschap, kennis,continuit, flexibiliteit.'

Maar hoe erg dat is hij weet het niet. 'Je went eraan. Vroeger liep hier ook een juffrouw met een koffiekar langs de deuren.'

Er is niets mis met wetenschappers die zelf aan hun experimenten moeten sleutelen, vindt prof. dr. ir. Han Meijer, hoogleraar werktuigbouw in Eindhoven. Kijk naar de Verenigde Staten, waar je dat als onderzoeker ook gewoon moet kunnen. 'Dat is onderdeel van het wetenschappelijke werk', vindt Meijer.

De TU Eindhoven staat bovenaan in de ranglijst van efficie universiteiten, met nauwelijks zestig man ondersteunendpersoneel per honderd wetenschappers. 'De TU Eindhoven kan als voorbeeld worden gesteld voor de TU Delft', meldt de Delftse universiteit in een rapport waarin de twee instellingen worden vergeleken. Efficier, beter onderzoek, beter onderwijs, wat wil je nog meer?

In Eindhoven zijn honderden banen verdwenen, de afgelopen vijftien jaar. Ten eerste zijn veel administratieve diensten, zoals personeelszaken, financien ict, uit de faculteiten gehaald en gecentraliseerd. Ten tweede zijn de wetenschappelijke laboratoria verdwenen die te veel ondersteuning vergden.

'We hebben alle grote apparatuur weggegooid', zegt Meijer. Ofwel: geen grote proefopstellingen meer voor de chemie of procesindustrie. Alleen nog de wetenschappelijke onderwerpen die 'neergeschaald' konden worden, meestal met behulp van computermodellen, en elektronica. 'Alleen de windtunnel is ontsnapt', zegt Meijer, met spijt in zijn stem.

Want hij vindt het maar niets, die grote ruimte, geld en mankracht vretende installaties. 'Ik was laatst nog in Delft. Als ik zo'n lab voor apparatenbouw-en procesindustrie zie, dan denk ik: vies, groot, gedoe. Bom eronder.'

Het lijkt er inderdaad op dat dergelijke grote labs de laatste ook in Delft zullen sneuvelen, zegt een hoogleraar werktuigbouwkunde daar. De baggerhal, het wervelbed. Maar hij is niet zo enthousiast als zijn Eindhovense collega. 'Ik schaam me dood. Tijdens de voorlichtingsdagen laten we de aankomende studenten mooie hijskranen, raceauto's en andere apparaten zien. Maar als ze eenmaal binnen zijn, zien ze die nooit meer terug.'

Hij verwacht dat in Delft de helft van de benodigde 450 banen zullen verdwijnen in de technische ondersteuning. Een verarming, vindt hij. En een technicus op de werkvloer zegt: 'Dan kunnen ze die T van TU ook wel schrappen.'

Zowel technicus als hoogleraar wil anoniem blijven. Zoals de meesten in Delft alleen off the record willen praten. Want zolang niet bekend is welke banen precies verdwijnen, is iedereen een potentieel slachtoffer. 'Natuurlijk voel ik me aangesproken', zegt de technicus, tussen een paar ontmantelde machines in een werktuigbouwhal.

Vooral op de verdieping met administratieve diensten is de sfeer gespannen, en licht vijandig. Aan de andere kant, zegt A. de Haan van de afdeling Personeel en Organisatie, is het logisch wat er gaat gebeuren. 'Als we een gewoon bedrijf waren geweest, waren we nu allang failliet.'

Van Hulst, in Twente: 'Maar dat ik nu een promovendus de financi zaken moet laten doen, is erg jammer. Er zijn genoeg mensen die dat werk beter doen, en die het nog leuk vinden ook. Zo wordt de wetenschap een stuk minder lollig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden