Helpen die miljoenen wel?

Miljoenen zitten er in de campagne kassen van de presidentskandidaten. Of die ook echt helpen, hangt ervan af van wie de dollars komen. Door Michael Persson Illustratie Lumine.nl

Beeld Lumine.nl

Je hoort eerst de overslaande stem van een opgewonden verslaggever en dan de diepe bas van een voice-over met een dreigende conclusie - het recept van onthullende actualiteitenprogramma's. 'Donald Trump zette zijn naam op een torenflat van 52 verdiepingen in Tampa', zegt de verslaggever. 'Die kwam er nooit.' En dan de voice-over: 'Hardwerkende Floridianen staken er hun geld in en hielden er niets aan over, terwijl Trump er met miljoenen vandoor ging. Trump heeft ons één keer voor de gek gehouden. Gaat hij Florida opnieuw oplichten?'

Het is een spotje zoals die deze week om de haverklap te zien en te horen zijn in de staten waar dinsdag de volgende voorverkiezingen worden gehouden voor het Amerikaanse presidentschap. Het wordt weer een grote dinsdag: doordat in Ohio en Florida alle gedelegeerden naar de winnaar gaan, kunnen de kandidaten hier een grote klapper maken.

Met een miljoenenoffensief aan spotjes probeert het establishment in de Republikeinse partij Trump te stoppen.

Daarmee is dinsdag een nieuwe lakmoesproef voor deze verkiezingen. Niet alleen staat de geloofwaardigheid van sommige kandidaten op het spel, maar ook die van het Grote Geld achter hen. Hoe bepalend is de diepte van de campagnekas voor de uitslag van Amerikaanse verkiezingen?

Het spotje in Florida is een van de zevenduizend anti-Trump-advertenties die vorige week zijn uitgezonden, zo telde het Center for Public Integrity, een ongebonden organisatie die het geld volgt dat de politiek in gaat. De meeste spotjes komen van zogeheten super-PAC's, ofwel politieke actiecomités die officieel los van de kandidaten opereren maar in de praktijk een machtig verlengstuk zijn. Ze kunnen ongelimiteerd geld uitgeven en vormen zo een belangrijk instrument voor rijke donoren om invloed uit te oefenen.

Het Trump-verzet komt van de super-PAC's achter Marco Rubio en Ted Cruz, maar er is er ook eentje die speciaal is bedacht om de vastgoedmagnaat te stuiten. Deze groep, Our Principles, werd in januari opgericht en bleek later vooral te zijn gefinancierd door Marlene Ricketts, de matriarch van een miljardairsfamilie, rijk geworden in de financiële wereld en eigenaar van honkbalclub Chicago Cubs. Ook hedgefondsbelegger Paul Singer is erbij betrokken - echte klassieke Republikeinen, die houden van lage belastingen (met name voor beleggers) en zo min mogelijk regulering van Wall Street. Daar zijn ze met Trump niet zo zeker van.

Beeld Lumine.nl

Negatief filmpje

Hoewel in Amerika geld en politiek altijd al met elkaar verstrengeld zijn geweest, zijn de mogelijkheden met de komst van de super-PAC's eindeloos geworden. Ze zijn een gevolg van een discutabele uitspraak van het hooggerechtshof in 2010, een heet hangijzer dat in de politieke volksmond 'Citizens United' is gaan heten, naar de club die de zaak had aangespannen. Deze conservatieven hadden in 2008 een negatief filmpje over Hillary Clinton willen uitzenden, maar dat was verboden omdat het te kort voor de verkiezingen was. Op die manier wilde de wet de verkiezingstijd vrijhouden voor écht politiek debat, zonder de invloed van rijke outsiders.

Maar dat, zo redeneerde het hooggerechtshof in een 5-4-besluit, was tegen de vrijheid van meningsuiting. In een tijd waarin dankzij internet feiten en meningen door elkaar begonnen te lopen en officiële media niet langer heilig waren, besloten de neoconservatieve opperrechters dat advertenties van bedrijven en belangengroepen min of meer gelijkwaardig waren aan de nieuwsrubrieken in kranten, radio, tv en internet. Kortom: geld=opinie.

De sluizen gingen open. De uitgaven aan federale verkiezingscampagnes zijn tussen 2000 en 2012 verdubbeld, van 3,1 miljard dollar naar 6,3 miljard, zo rekende het Center for Responsive Politics uit. De super-PAC's nemen nu de helft van de campagnekosten voor hun rekening. Officieel hebben ze niets met de campagnes maken, maar de hypocrisie is schaamteloos: in de praktijk worden ze vaak geleid door overgestapte campagnemedewerkers van de kandidaat die ze steunen. Op de website van Keep The Promise, de super-PAC van Ted Cruz, staat gewoon 'supporting Ted Cruz 2016', en in kleine lettertjes daaronder dat de organisatie met geen enkele kandidaat gelieerd is.

Beeld Lumine.nl

De super-PAC's zijn instrumenten van de rijken. Volgens het Brennan Center for Justice van de Universiteit van New York, dat de senaatsraces van 2014 onderzocht, worden ze voor 60 procent gefinancierd door nog geen tweehonderd families. Daarmee is de vrees groter dan ooit dat de verkiezingen kunnen worden gekocht.

Nu is echter de vraag: helpen die miljoenen wel?

Deze verkiezingsronde zijn er in elk geval twee kandidaten die het anders lijken te doen. Bernie Sanders en Donald Trump, de twee kandidaten die de frustraties van de gewone Amerikaan het best aanvoelen, hebben allebei een groot punt gemaakt van hun onafhankelijkheid. Sanders krijgt alleen geld van individuele donoren, Trump bijna alleen van zichzelf (en wat fans en een handvol bedrijven). En beiden lijken ermee weg te komen: Trump gaat bij de Republikeinen aan kop, Sanders maakt het Hillary Clinton bijzonder lastig. Het kan dus anders.

Sanders heeft bij bijna vijf miljoen Amerikanen gemiddeld zo'n 27 dollar opgehaald, en komt daarmee aan 135 miljoen dollar. Hij heeft geen gewoon PAC en al helemaal geen super-PAC waarmee hij zaken doet. Sanders laat zien dat je geen groot geld nodig hebt om een gooi te doen naar het presidentschap.

Obama-mythe

Sanders overtreft hiermee Barack Obama, die in 2008 als eerste op zoek ging naar kleine, individuele donoren om zijn campagne te financieren. Hij kreeg toen geld van ruim drie miljoen supporters. Maar onder hen zaten veel minder kleine donoren (onder de 200 dollar) dan Sanders nu achter zich krijgt. Obama's aandeel kleine donaties was uiteindelijk net zo groot als bij George W. Bush vier jaar eerder, bleek uit een analyse van zijn campagne na zijn verkiezing. Het idee dat Obama de campagnefinanciering fundamenteel had veranderd is 'een mythe', zei directeur Michael Malbin van het Campaign Finance Institute eind 2008.

Helemaal onafhankelijk is Sanders overigens niet. De vakbond van verpleegsters tourt al sinds Iowa achter de senator aan, en heeft twee miljoen dollar gestoken in spotjes die Sanders steunen ('Kan ik ook niet helpen', zegt Sanders). Dat is in lijn met zijn verleden, waarin hij wel degelijk geld heeft gekregen van belangengroepen - voornamelijk van vakbonden. Dat gaat echter om relatief kleine bedragen (10 duizend dollar maximaal, voor een 'gewoon' politiek actiecomité), en die krijgt hij niet voor zijn presidentscampagne.

De frustratie bij het team-Clinton is enorm. Dagelijks krijgen haar aanhangers bedelbrieven met jaloerse verwijzingen naar de concurrent. Sanders heeft haar verslagen, met zijn miljoenen aanhangers, en nu is het tijd om ook bij te dragen, schrijft ze in haar mailtjes. En dan ter aansporing: 'Ze insinueren wel dat onze campagne wordt gefinancierd door duistere miljardairs, maar dat is gewoon niet waar - de helft van het geld komt van kleine donoren. Nu is het jouw beurt.'

Tja - dat is nog steeds maar de helft. De andere helft komt van rijke gulle gevers. Maar nu die aan hun maximum van 2.700 dollar zitten, probeert ze à la Sanders met veel kleine giften extra geld bij elkaar te sprokkelen.

Dat lukt niet hard genoeg en daarom heeft ze een van haar super-PAC's, Priorities USA, moeten aanspreken (al moet het initiatief officieel van de super-PAC zijn gekomen), om advertenties tegen Sanders te financieren. Dit terwijl ze in oktober had beloofd dat geld alleen te gebruiken tegen Republikeinen. Extra pijnlijk is dat deze hulptroepen grotendeels gefinancierd worden door Wall Street.

Daarmee maakt Clinton zich juist kwetsbaar voor kritiek: het negatieve effect van deze actie zou weleens groter kunnen zijn dan het positieve. Sanders, de horzel van Wall Street, heeft haar al hard aangevallen op deze steun. 'Je merkt dat Clinton zenuwachtig wordt', zei hij. 'En dit maakt duidelijk wie baat heeft bij haar verkiezing.'

Donald Trump is de andere kandidaat met een alternatieve manier van financiering: hij betaalt het bijna allemaal uit eigen zak. En wat hij heeft moeten betalen, is tot nu toe relatief weinig geweest, met dank aan zijn alternatieve manier van campagnevoeren: hij teert bijna volledig op zijn roem en extreme uitspraken en de gratis publiciteit die daaruit voortkomt. Bij de laatste meting (per 22 februari) had hij 27 miljoen dollar uitgegeven; Ted Cruz zat toen op 62 miljoen. Jeb Bush besteedde, zwaar gesteund door de miljonairs van de elite, meer dan 150 miljoen - wat hem welgeteld vier gedelegeerden opleverde.

Vastgoedvrienden

Trump heeft overigens wel wat externe donoren, voornamelijk vastgoedvrienden uit New York - maar die tellen bij elkaar op tot slechts 2 miljoen, wat hij verwaarloosbaar vindt.

Voor Trump geldt hetzelfde als Sanders. Wanneer zijn vijanden hun super-PAC-kanonnen op hem afvuren, kan hij die kogels weerkaatsen met het argument dat dat het establishment is dat hem aanvalt. Hoe sterk de boodschap in de spotjes ook is, de zender van de boodschap maakt ze hoe dan ook verdacht.

Beeld epa

Geheim overleg

Dit is precies de reden dat de gebroeders Koch zich tot dusver uit het verkiezingsgeweld hebben gehouden. Dit zijn de beruchte grootindustriëlen die bijna synoniem zijn voor de gekochte politiek van Amerika - met hun steun kunnen zij congresleden maken en breken. Voor deze verkiezingsrace hebben zij naar verluidt 900 miljoen dollar opgehaald in hun netwerk. In januari verzamelden ze vijfhonderd conservatieve Amerikaanse rijkaards voor een geheim overleg in Californië, volgens de geruchten om te kijken hoe ze hun geld het beste kunnen inzetten. Maar toen hun gevraagd werd mee te doen aan de anti-Trumpcampagne hebben ze geweigerd, zo schreef persbureau Reuters vorige week.

Reden: campagnes tegen Trump hebben toch geen effect. De Koch-broers hebben ook een beetje hun bekomst van presidentsverkiezingen, na al het geld dat ze verloren aan de campagnes van Newt Gingrich en Mitt Romney in 2012.

Dus ja: het grote geld krijgt een reality-check, deze maanden.

Maar de echte verkiezingen moeten nog komen. In 2012 spendeerden Mitt Romney en Barack Obama ieder rond een miljard dollar aan de eindronde - voor Romney was het tien keer zo veel als voor de voorverkiezingen. Romneys super-PAC's leverden hem 400 miljoen, die van Obama 130 miljoen.

Beeld epa

Zou dat nu ook nodig zijn? Analisten verwachten dat Trump niet op gratis publiciteit kan blijven draaien, omdat zijn Democratische tegenstrever straks evenveel aandacht zal krijgen als hij (in de eindronde is het duidelijker voor de media wie ze moeten verslaan dan in de voorverkiezingen met hun verdeelde deelnemersveld). Mocht de ander Hillary Clinton zijn, met haar super-PAC's, dan zal Trump daar, om haar te kunnen bijbenen, meer tegenover moeten zetten dan de 300 miljoen dollar die hij volgens schattingen aan eigen geld zou kunnen ophoesten.

Ook als het Sanders wordt, die ook grote hoeveelheden geld bij elkaar harkt, dan zal Trump daar iets tegenover moeten zetten.

Andersom geredeneerd: als Trump (of een andere kandidaat) de grote Republikeinse donoren als de gebroeders Koch achter zich krijgt, zal zijn Democratische concurrent ook alles uit de kast moeten halen.

Pas als beide kandidaten, en hun aanhangers, zich inhouden, kan er een nieuw evenwicht ontstaan. Dan zullen de super-PAC's zich gaan richten op senatoren en congresleden, in Washington en in de staten. Die hebben het geld in elk geval nodig om iets te kunnen betekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.