Help! Een zelfhulpboek

Ze helpen je van de regen in de drup, al die zelfhulpboeken. De enigen die er beter van worden, zijn de auteurs. Zegt filosoof Alain de Botton. En gaf er zelf zes uit.

Als je wilt dat niemand je intellectueel nog serieus neemt, moet je toegeven dat je weleens een zelfhulpboek leest, zegt Alain de Botton, de Zwitserse filosoof en schrijver van boeken als De troost van de filosofie en Statusangst, in een e-mailinterview. 'Ze zijn allemaal even slecht en dom.'


De Botton bracht onder de paraplu van de door hem in Londen opgerichte levenslessenschool The School of Life zes nieuwe zelfhulpboeken uit. Een daarvan, over de ongemakkelijke kant van seks, schreef hij zelf. Deze nieuwe zelfhulpserie is volgens De Botton niet dom, maar 'intelligent' en 'tragischer' dan het gemiddelde zelfhulpboek. En, voegt hij eraan toe, geschreven in de traditie van filosofen als Epicurus en Seneca, die in hun dagen allemaal zelfhulpgoeroe waren.


Boeken over 'persoonlijke ontwikkeling', zoals bol.com ze noemt, zijn boeken die langdurend relatiegeluk beloven, en rijkdom, en succes, en slank worden, en meestal alles tegelijk. Door één simpel recept: denk in het vervolg alleen nog maar gelukkige en succesvolle gedachten, en geluk en succes zullen je ten deel vallen. Niets is onmogelijk. Falen is een keuze. Je bent meester van je eigen lot. Het zijn de boeken van zelfhulpgoeroes Stephen Covey, Eckhart Tolle, Byron Katie, Deepak Chopra, John Gray, Louise Hay, dr Phil en Rhonda Byrne. Ze hebben titels als: The Secret; Het geheim van voorspoed en geluk, De kracht van het NU; Gids voor spirituele verlichting, Geen zee te hoog, Krijgen wat je wilt en willen wat je hebt, Niet morgen maar nu, 10 Geheimen van succes en innerlijke vrede, Vier vragen die je leven veranderen, Je kunt je leven helen.


Goed, ik geef het toe. Toen ik nogal ongelukkig was, kocht ik weleens zo'n zelfhulpboek. Ik had de vreemde gewoonte dan de eerste twee, hoogstens vier bladzijden te lezen van dr Phil of John Gray, die van mannen van mars en vrouwen van venus, en dan gingen de levenslessen linea recta naar het onderste plankje van de boekenkast. Ik las ze zoals je naar een zak Patatje joppie grijpt, of naar asos.com om een ongelukkig gevoel kortstondig te dempen.


Dat is volgens psycholoog en geluksonderzoeker Ad Bergsma een bekend verschijnsel. Hij schreef in 2011 een proefschrift over zelfhulpboeken. Hij vergelijkt ze met 'het zoveelste wonderdieet'. 'De lezer heeft er weinig aan en legt zo'n boek snel weer weg, maar grijpt toch de volgende keer weer naar een nieuw exemplaar. De lezer is erg vergevingsgezind als het op zelfhulpboeken aankomt', zegt Bergsma niet zonder ironie.


Mijn eerste exemplaar stamt, ook dat beken ik, al ergens uit de jaren tachtig. 'Gevoelens zijn reacties die je verkiest te hebben. Je kiest er zelf voor ongelukkig te zijn. Je bent vrij om gelukkig boven ongelukkig te kiezen.' Dat zei een van de oude goeroes van het genre, Wayne Dyer, in Niet morgen maar nu (oorspronkelijk uitgegeven in 1976). Een klassieker die nog steeds te koop is.


Met de verkoopcijfers van het persoonlijke-groeigenre is niets mis. In Amerika gaat er 10 miljard dollar per jaar in om, in Engeland werd er de afgelopen vijf jaar omgerekend meer dan 70 miljard euro aan zelfhulpboeken gespendeerd. Waar in 2010 nog 1 procent minder boeken werd verkocht dan het jaar daarvoor, ging de verkoop van zelfhulpboeken met 25 procent omhoog. Ondanks, of juist dankzij de crisis. In Nederland is het lastiger achter de verkoopcijfers van zelfhulpboeken te komen. Maar er is geen reden te denken dat het hier slecht gaat met het genre. De uitgever van Louise Hay (de Zaak) wil bijvoorbeeld (alleen) kwijt dat Hay al 25 jaar 'fantastisch verkoopt' in Nederland. Sinds 2007 zijn er van zelfhulpauteurs Wayne Dyer, Rhonda Byrne en Deepak Chopra 495 duizend boeken verkocht.


Critici, en die zijn er nogal wat, hebben nauwelijks een goed woord over voor het zelfhulpboek. Alain de Botton wil graag vertellen wat hem stoort aan het genre. Hij stuurt een lange e-mail: 'Over het algemeen zijn zelfhulpboeken sentimenteel en zalvend. Ze beloven hun lezers het eeuwige leven, de financiële hemel en een ontsnapping van alle nare aspecten van mens-zijn. Ze beloven verlossing. Ze zijn ook altijd geschreven in een repetitief en neerbuigend proza. Maar het ergste vind ik hun optimisme. Dat soort boeken komt uit een maatschappij, de Amerikaanse, die denkt dat voor elk probleem een oplossing is. Dat is niet zo, denk ik. Lijden hoort bij de mens. Zelfhulpboeken gaan ook allemaal uit van het idee dat de beste manier om iemand op te vrolijken is hem te vertellen dat alles goed zal komen. Terwijl de filosofen duizenden jaren geleden al wisten dat de snelste manier om iemand zich beter te doen voelen, is hem te vertellen dat het nog slechter wordt dan hij zich had kunnen voorstellen. Of, zoals Seneca het zo mooi zei: waarom huilen over delen van het leven, terwijl toch het hele leven om tranen vraagt.'


Het overoptimisme van zelfhulpboeken is ook het onderwerp van een kritisch boek van de Britse Guardian-journalist Oliver Burkeman, The Antidote; Happiness for people who can't stand positive thinking (dat in het Nederlands als Tegengif uitkomt in november). Burkeman herleidt dat optimisme tot de New Thought, een belangrijke Amerikaanse beweging uit de 19de eeuw, die een tegenwicht wilde zijn voor het sombere calvinisme. Tegenover de hel, hard werken en je maar in je lot schikken, predikte de New Thought dat God in alles is, en dat iedereen door de kracht van de geest geluk en succes kon bereiken. Zelfs ziekten konden met deze geestkracht genezen worden. 'Ik geloof dat we elke zogenaamde ziekte in ons lichaam creëren', zegt Louise Hay in haar miljoenenseller Je kunt je leven helen.


New Thought werd een dwingend principe in de Amerikaanse maatschappij, en in Amerikaanse zelfhulpboeken, zegt Burkeman. Verplicht positief denken als verlossing. Maar, legt hij uit, positief denken helpt niet echt. Het helpt echt niet. Het uitbannen van onveiligheid, mislukking en verdriet uit onze gedachten maakt ons, volgens de nieuwste psychologische inzichten, juist ongelukkiger. 'Heel hard denken dat je aantrekkelijk bent, terwijl je je onaantrekkelijk voelt, maakt dat je je uiteindelijk nog onaantrekkelijker voelt dan eerst.'


Moeten we dan de hele dag in tranen bij de pakken neer gaan zitten? Nee, zegt Burkeman, maar wel onder ogen zien dat het kwade altijd kan gebeuren en dat je maar een beperkte invloed op de realiteit hebt. Dat helpt.


De enige die gematigd optimistisch is over het optimisme in zelfhulpboeken is Ad Bergsma. Uit zijn proefschrift komt naar voren dat er weinig onderzoek is gedaan naar wat het zelfhulpboek zijn lezers nou echt brengt, en of zo'n boek helpt. Bergsma is niet per se een tegenstander van het genre. Hij zegt: 'In principe is optimisme goed voor mensen, voor hun gezondheid, tevredenheid en welzijn. Misschien is een zelfhulpboek goed voor lezers omdat ze er het idee door krijgen dat er hoop is, dat er verandering mogelijk is. Misschien dat zo'n zelfhulpboek, al is het maar even, gevoelens van hopeloosheid en wanhoop afweert.'


Bergsma vermoedt wel dat zelfhulpboeken meer placebo's zijn dan werkelijke oplossingen. 'Misschien moet je ze als reisgidsen zien. Je dagdroomt er wat bij weg en plukt er iets uit wat je aanspreekt.'


Een lot uit loterij is een betere vergelijking: zo klein is de kans dat een zelfhulpboek helpt, zegt Steve Salerno. Zijn boek Sham; How the selfhelpmovement made America helpless is een kruistocht tegen zelfhulpboeken. Ze worden geschreven door ongeschoolde therapeuten, zegt Salerno. Ze bieden bedenkelijke remedies en geven de lezers onterecht altijd het gevoel gefaald te hebben in het leven. Alleen de schrijvers hebben er wat aan: miljoenen op de bank.


Er is meer. Het is ook de bedoeling dat zelfhulpboeken niet helpen, beweert Salerno. Hij onthult de 18-maandenregel: zelfhulplezers, en dat weten boekhandelaren en uitgevers, zijn geneigd na 18 maanden weer een zelfhulpboek te kopen. Dat maakt de zelfhulpindustrie zo'n bloeiende business. Salerno denkt zelfs dat de hele Amerikaanse maatschappij is vergiftigd door de zelfhulpbeweging. 'Eerst is ons massaal aangepraat dat we ziek zijn. Opeens zat iedereen bij zijn eigen AA, voor gokkers, eetverslaafden, seksverslaafden, en ga zo maar door. En daarna kwamen alle zelfhelpers die ons de hemel op aarde beloofden. Daarom zijn Amerikanen zo'n ongelukkig volk.' Salerno: 'We willen allemaal zo graag in wonderen geloven. Dat is wat ons kwetsbaar maakt. En hun rijk.'


Ik overzie het oude zelfhulpstapeltje onderaan in de boekenkast. Er is laatst een kop koffie op de grond gevallen. En nu zien de ruggen met hun veelbelovende titels er morsig en bespetterd uit. 'Maak je wensen waar voor de rest van je leven', belooft Johns Grays Krijgen wat je wilt en willen wat je hebt op de achterflap. Ik vraag me af of ik iets aan dat plankje heb gehad. Nee, niet. Ik geloof dat een goeie therapeut en een leuke echtgenoot toch beter hadden gewerkt indertijd. Nu ik ze nog eens doorlees, vind ik deze boeken empathieloos en letterlijk troosteloos. Het grote probleem met zelfhulpboeken is dat pijn niet bestaat in de zelfhulpwereld. Verdriet, teleurstelling en zelfs de dood, worden weggeredeneerd door positivistische gedachtengoochelarij. 'Dood is maar een aanname', tweet 'lijdensspecialiste' Byron Katie, een vrouw trouwens. Zij wordt gevolgd door 65 duizend mensen (ze volgt er zelf acht). In haar boeken beweert Katie dat een gedachte die pijn doet gewoon niet waar is. Vervang die gedachte eenvoudig door vredige, liefdevolle gedachten en alles komt goed. Het probleem met zelfhulpboeken is dat ze nauwelijks over het leven gaan. Niet over de dood van een ouder, of over een kind dat niet wil deugen, of over een scheiding. Maar ook niet over een stralende herfstdag of een zondagmiddag in bed. Ze lijken enkel te bestaan uit dat soort levenloze mantra's die gedachten willen controleren.


Maar het grootste probleem met zelfhulpboeken vind ik dat de lezer altijd de schuld krijgt. 'We zijn zelf 100 procent verantwoordelijk voor alles in ons leven', zegt Louise Hay. 'Je bent verantwoordelijk voor je eigen geluk,' zegt John Gray. Je bent een magneet, staat in The Secret. Je hoeft alleen maar aan het universum die 100.000 euro te vragen. Vragen hoeft niet eens. Denken: ik heb die 100.000 euro al, en het komt naar je toe. Lukt dat niet? Dan heb je er zeker niet hard genoeg aan gedacht. Want dat is de val van het zelfhulpboek. Eerst de lezer iets onmogelijks beloven, en hem er dan zelf verantwoordelijk voor maken als dat niet lukt.


Alle persoonlijke, wetenschappelijke en filosofische kritiek bij elkaar opgeteld is het zelfhulpboek dus in het gunstigste geval een placebo. Maar wat dan? Moeten we het allemaal maar zelf uitzoeken met een geschoolde therapeut, een luisterend oor, en een kom kippensoep, en nooit meer een boek inkijken dat ons wat over het leven kan leren? Alain de Botton vindt van niet. Zijn mails worden langer en langer. Hij vertelt dat de filosofen vroeger altijd zelfhulpcoaches waren: 'Tweeduizend jaar lang waren bijna alle filosofische boeken die verschenen zelfhulpboeken. Filosofie was zelfhulp. Epicurus schreef over liefde en gerechtigheid. Seneca hielp zijn mederomeinen met hun woede om te gaan, Over de woede is nog altijd een heel leesbaar boek, en Meditaties van Marcus Aurelius een van de beste zelfhulpboeken ooit geschreven. Daarna continueerden de christenen het genre, bijvoorbeeld met de bestseller van Thomas a Kempis, De navolging van Christus.'


Volgens De Botton ging het mis toen de moderne universiteit in de 19de eeuw de werkgever werd van filosofen en intellectuelen. De filosofen vonden dat ze geen burgers meer hoefden te troosten, maar zich bezig moesten houden met empirische zaken en het staven van feiten. 'Dat een filosoof of historicus een wijs iemand zou zijn, was opeens een lachwekkend en kinderachtig idee. Dat idee ging hand in hand met de opkomst van de meer wereldlijke maatschappij, waarin de nadruk lag op het gezond verstand, een goeie accountant, een sympathieke dokter en een groot geloof in de wetenschap. De nieuwe burger had geen les meer nodig om met zijn angst om te gaan.' De Botton vervolgt: 'Toen waren het alleen nog de religies die zich levensvragen stelden zoals: Waar werk ik voor, hoe kan ik liefhebben, hoe kan ik goed zijn.' 'Maar,' zegt De Botton, 'ik ben een atheïst, en ik denk dat we het best kunnen zonder religie. Er is genoeg geschreven over wijsheid, gekte, lust, afgunst, trots, door Freud, Marx, Musil, Tarkovski, Kenzaburo Oë, Fernando Pessoa en Saul Bellow. Die kennis wordt alleen nauwelijks ergens onderwezen. Er is geen wereldlijk instituut dat ons levenskunst leert, een studie om licht op je leven te werpen. Als je ergens bij een faculteit geesteswetenschappen vertelt dat je een studie wilt volgen om meer over het leven te leren, dan kijken mensen je aan of krankzinnig bent. En intussen lijkt het zelfhulpgenre voorgoed overgenomen door die vele curieuze, veel te optimistische typen waar we het al over hadden.'


Daarom richtte De Botton The School of Life op. Een levenslessenwinkel in een Londense winkelstraat, met 'Good Ideas for Everyday Life'. De Botton: 'Wijsheid verspreiden, dat wil ik met The School of Life. We hebben wijsheid nodig en niet alleen aardrijkskunde of astrofysica.'


De Botton vertelt dat er cursussen worden gegeven over simpeler leven, depressie, of 'spiritualiteit zonder god'. Maar je kunt er ook terecht voor een relatietherapeut, een avond cocktails drinken of met een groep naar de maan kijken. De Botton: 'Ja, ik zou graag willen dat er ook een Nederlandse School of Life kwam. Voorlopig werken we samen met Brandstof, de Nederlandse club die over levensvragen nadenkt.


Onder de vlag van The School of Life zijn nu ook zes zelfhulpboeken op de markt gekomen, die 'het zelfhelpgenre wat meer aanzien moeten geven'. Ze gaan over werk, seks, geld, leven in het digitale tijdperk, de wereld verbeteren, en 'bij je verstand blijven'. Voorin in elk boek staat: 'We willen de grote levensvragen onderzoeken. Hoe kunnen we onze mogelijkheden ten volle benutten? Kan werk inspirerend zijn? Waarom is een gemeenschap zo belangrijk? Kunnen relaties een leven lang duren? We hebben niet alle antwoorden, maar zullen u tal van nuttige ideeën aan de hand doen - uit de filosofie, de literatuur, de psychologie en de beeldende kunsten, die u beslist zullen stimuleren, uitdagen, voeden en troosten.'


De Botton: 'Deze zes boeken hebben duidelijk minder torenhoge claims dan het gebruikelijke zelfhulpboek.' Hij claimt dat ze niet meteen een hemel op aarde beloven, dat de schrijvers geen goeroes zijn, en dat de boeken realistisch zijn, en vriendelijk, relativerend en soms grappig. Ze verkopen in Engeland al goed. Daar zijn inmiddels 100 duizend School of Life-boeken verkocht. De Botton over de zes: 'Philippa Perry vertelt in Bij je verstand blijven dat het niet gaat om gelukkig worden, maar om iets minder gekweld te leven. Roman Krzanaric nodigt ons in Werk vinden dat bij je past uit om te accepteren dat er ambities zijn die we nooit zullen waarmaken. We maken, met andere woorden, het menselijk falen acceptabel en menselijk.'


De Botton nam zelf een boek over seks voor zijn rekening. 'Seks is een van nature ontregelende en krankzinnige kracht', zegt hij. 'Ik schreef dit boek omdat bijna niemand het leven doorkomt zonder een vreemd, ongemakkelijk gevoel over seks. Seks is een gebied waarover we bijna allemaal hetzelfde pijnlijke gevoel hebben, diep van binnen, het gevoel dat we niet helemaal normaal zijn. We worden allemaal geplaagd door schuld, neuroses, schaamte en verstorende en zelfs walgelijke verlangens. Niemand van ons benadert seks zoals het voor ons idee zou horen, vrolijk, sportief en gezond. Zoals andere mensen wel zijn. Denken wij. Dus, het is tijd om de vreemdheid van seks eens te accepteren met humor, moed en er eerlijk en met begrip over te praten. Dat was mijn missie.'


Eigenlijk, zegt De Botton, is het belangrijkste dat de boeken van The School of Life veel tragischer zijn dan de andere zelfhulpboeken. 'Dat is goed.'


De zes zelfhulpboeken van the school of life zijn uitgegeven bij de arbeiderspers en kosten 14,95 euro.

Floreren in het digitale tijdperk - Tom Chatfield

De (sociale) media zijn in razend tempo zo vervlochten geraakt met ons leven, dat er alleen nog online en offline bestaat, betoogt de schrijver van dit deel uit de School of Life-serie. Wat betekent dat voor ons? Wat moeten we met alle informatie? Wat doen anderen met informatie over ons? Wat betekent het dat we steeds meer en intiemer contact hebben met mensen die we niet recht in de ogen kijken? En meer van dat soort vragen.

Meer denken over seks - Alain de Botton

'Seks', zegt De Botton, 'kan subliem zijn, maar dat is een uitzondering. Seks laat zich niet netjes terugbrengen tot de bekroning van onze liefde. Seks is niet alleen teder, maar onlosmakelijk verbonden met wreedheid, en het verlangen naar onderwerping en vernedering.' Verkoopt Fifty Shades daarom zo goed? De Botton: 'Seks heeft de neiging een ravage aan te richten in ons leven, maar zonder seks geen extase.' Zijn remedie: 'Ons erbij neerleggen dat seks behoorlijk raar is.'

Bij je verstand blijven - Philippa Perry

Psychotherapeute Perry laat zien hoe je het midden houdt tussen te veel chaos of juist te veel starheid. Haar adviezen: doe aan zelfobservatie, bijvoorbeeld in een dagboek. Dat helpt gevoelens te verwerken en jezelf beter te leren kennen. 'Gerichte aandacht', zoals bij meditatie, is ook gezond. En vergeet niet hét essentiële onderdeel van geestelijke gezondheid: contact met vrienden en geliefden. Bevraag elkaar over dromen en hoop. Plus: een beetje stress is goed, anders ben je nooit genegen iets te veranderen.

Minder piekeren over geld - John Armstrong

Geen zelfhulpgids voor mensen met deurwaarders aan de deur. 'Voor hen past alleen de oplossing minder uitgeven of meer verdienen', zegt Armstrong droog. Maar ook zonder acute geldproblemen moet je je volgens Armstrong afvragen: 'Waar heb je je geld voor nodig. Wat is voor jou het verband tussen geld en een goed leven. Welke rol speelt geld in je leven? Wat is echt belangrijk voor je? Gaat het hier over geld, of ergens anders over?'

De wereld veranderen - John Paul Flintoff

Dat grote mannen de geschiedenis bepalen, is onzin, zegt Flintoff. Merkte Tolstoi al niet op dat de geschiedenis is opgebouwd uit 'het gezamenlijke effect van de vele kleine dingen die doodgewone individuen iedere dag doen'? Je bent nooit zomaar een radertje in een systeem of tegenstander van 'de hoge heren'. Ook jij telt mee, lezer. Kom erachter wat je inspireert en help mee de wereld te veranderen. De wereld veranderen maakt bovendien gelukkig.

Werk vinden dat bij je past - Roman Krznaric

Toegesneden op de moderne mens die te veel keuze heeft in mogelijke carrières, en te vroeg in zijn leven al een loopbaanrichting moet kiezen. Krznaric presenteert diverse methoden om erachter te komen waar 'jouw talenten en de behoeften van de wereld elkaar treffen.' Hij stelt ook voor dat je soms maar een baan moet uitproberen om erachter te komen of het werk je ligt. Zoals Leonardo da Vinci al zei: 'Ervaring zal mijn meesteres zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.