Analyse Massatoerisme

Help, de stad verzuipt in de toeristen (en zo lossen we dat op)

Eindelijk vakantie. Lekker weg, uitrusten, op avontuur. Denkt u ook even aan het veelkoppige monster dat massatoerisme is?

Foto Eugenia Loli

Toeristen, dat zijn de anderen. Dat zijn de mensen die ons voor de voeten lopen op een Zuid-Europese boulevard, de luidruchtige landgenoten op ‘uw strand’ en de fotograferende onnozelaars midden op het fietspad in de stad.

U daarentegen bent anders. U gaat wel op vakantie, maar een massatoerist?

Misschien is dat wel het probleem. Net als met het milieu, vlees eten of de plasticsoep. In je eentje ben je een druppel, maar met 7 miljard druppels staat alles onder water.

Vrijwel iedereen in het rijkere deel van de wereld is weleens toerist. 2017 telde 1,3 miljard internationale toeristische trips, in 2009 waren dat er nog 880 miljoen. Dertien miljoen Nederlanders gingen vorig jaar minstens één keer op vakantie.  Was Spanje in 1975 nog een exotische bestemming, anno 2018 pakken we met het grootste gemak het vliegtuig naar Bali of Thailand. Of naar Kopenhagen – voor een weekend.

Wie alleen naar de economische cijfers kijkt, kan concluderen dat we hier te maken hebben met een bloeiende sector. Met 7 biljoen jaarlijks zorgt de totale reissector voor 10 procent van het wereldwijde bbp en voorziet een op de tien aardbewoners van zijn levensonderhoud. 23 procent van de totale reisuitgaven betreft zakenreizen, de rest is allemaal toerisme.

Helaas is de werkelijkheid zelden eendimensionaal. Al die honderden miljoenen vakanties en vakantiegangers hebben ook vernietigende gevolgen voor de planeet. Denk aan de CO2-uitstoot van de vliegtuigen die we nemen, de hotelketens en wegen die kust- en natuurgebieden overnemen, uitwassen als (kinder-)sekstoerisme en populaire bestemmingen die bijna letterlijk platgetrapt worden door toeristenvoeten.

Vrijwilligers ruimen het Filipijnse eiland Boracay op, dat is sinds april 2018 gesloten voor toeristen. Foto EPA/Jo Haresh Tanodra

Zo ging het populaire Filipijnse eiland Boracay (10 vierkante kilometer, 2 miljoen bezoekers per jaar) in april tijdelijk op slot. Om puin te ruimen. En liepen de gemoederen afgelopen zomer hoog op in Europese steden als Barcelona, San Sebastian en Venetië. Basta, riepen de Venetianen ‘Venezia non è un albergo’, het is hier geen hotel! Tourists go home.

Het woord overtoerisme valt steeds vaker. Ook onder wetenschappers als sociaal antropoloog Claudio Milano, werkzaam aan de Ostelea hogeschool voor toerisme in Barcelona. ‘Het is een paraplubegrip voor alle gevolgen van overexploitatie van een plek. Dat kan een stad zijn, maar ook een strandzone met twintigduizend inwoners die ineens driehonderdduizend bezoekers krijgt.’

Venetië is de uitvergrote versie van het veelkoppig monster dat massatoerisme is: dalende inwonersaantallen, exorbitante huizenprijzen, vervuiling, een verstikkende drukte en middenstanders die verdreven worden door toeristenwinkels vol met in China gemaakte souvenirs. Het inwonersaantal (nu 54 duizend) loopt elk jaar terug, terwijl er meer toeristen bijkomen. Milano: ‘Jaarlijks verblijven 30 miljoen mensen in de stad, en dan zijn de dagjesbezoekers van de honderden cruiseschepen die de stad jaarlijks aandoen nog niet eens meegerekend.’

Vaker, korter en verder

In 2017 werden wereldwijd 5 miljard binnenlandse en 1,3 miljard internationale toeristische trips gemaakt, volgens de UNWTO (de toerisme-organisatie van de VN). Meest bezocht, met stip op 1: Europa, 671 miljoen bezoekers. Gevolgd door Azië (met Australië) en Latijns-Amerika. De meeste bezoekers aan steden,  en die ook het meest uitgeven, komen uit China.

Dat geldt overigens niet voor bezoekers aan Nederland. Onze toeristen komen met name uit Duitsland, Groot-Brittannië, België en de VS.

Inzoomend op ons eigen toeristische gedrag zijn dit de feiten: we gaan vaker, korter en verder. Een verklaring hiervoor? We zijn meer gericht op beleving dan spullen (de millennials). In 2017 ondernamen we met zijn allen 36,7 miljoen vakanties, 19 miljoen daarvan gingen naar het buitenland. Driekwart van de buitenlandse trips waren kort en vonden plaats binnen Europa.

De massatoerist is fysiek en visueel vervuilend. Waar de toerist verandert in massatoerist transformeert het landschap. Er ontstaat een monocultuur gericht op het gerief van de passerende massa.

De Amerikaanse journalist Elizabeth Becker omschrijft overtoerisme als ‘een etentje organiseren voor tien vrienden en tweeduizend man voor je deur aantreffen’. Becker, inmiddels met pensioen, werkte jarenlang als correspondent voor The New York Times. Ze reisde veel en woonde lange tijd in Cambodja, dat ze na de Khmer-dictatuur in razend tempo zag verworden tot toeristische massahel.

Inwoners van Venetië protesteren tegen toeristen in juli 2017. Foto EPA/Andrea Merola

‘Het is een klassiek voorbeeld van hoe het niet moet. De bevolking heeft amper profijt van de gigantische instroom aan toeristen. Mensen zijn uit hun huizen gejaagd, hele dorpen moesten plaatsmaken voor Chinese gokpaleizen en bordelen. De tempels van Angkor worden platgelopen: alles voor de inkomsten’, zegt Becker, ‘en dan doet Cambodja het nog beter dan sommige buurlanden, kun je nagaan.’ In 2014 schreef ze het onderzoeksjournalistieke boek Overbooked: The Exploding Business of Travel and Tourism, dat vier jaar later nog even actueel en urgent is.

Door de onvrede in veel Europese steden, waaronder de ‘rolkofferterreur’ in Amsterdam, lijkt de aandacht voor de massatoeristische kaalslag een nieuw probleem, maar dat is het niet, zeggen wetenschappers. Alleen nu het onze Europese binnensteden heeft bereikt is het ineens ‘ons probleem’.

Dit subjectieve sentiment heeft ook een voordeel. Door de publieke onrust en de media-aandacht krijgen wetenschappers die eerder moesten bedelen ineens wel geld voor toerisme-onderzoek. Ko Koens, hoofddocent en onderzoeker duurzaam stedelijk toerisme aan de NHTV hogeschool Breda: ‘Overtoerisme is een trend. Dit jaar alleen al verschijnen er vier wetenschappelijke tijdschriften die een heel themanummer wijden aan overtourism.’

Visie

Een tweede gevolg, volgens de deskundigen, is dat overheden die zich decennialang richtten op het adagium ‘hoe meer, hoe beter’ eindelijk lijken in te zien dat iets meer visie geen overbodige luxe is.

Maar is het wel de overheid die hier iets kan betekenen? Wie reguleert in Nederland eigenlijk het toerisme? Het ministerie van toerisme? Nederland heeft dat niet. Er zijn wel veel grote spelers: luchtvaartmaatschappijen, hotelconsortia, Airbnb.

‘Er is geen machtsconcentratie zoals in sectoren, waar je de beslissingsbevoegden in een vergaderzaaltje kunt samenbrengen. Je kunt een heel voetbalstadion vullen met mensen die een rol spelen in het toeristenwezen’, zegt de Britse Anna Pollock, wetenschapper en oprichter van de beweging Conscious Travel, in de aan massatoerisme gewijde aflevering van het tv-programma Tegenlicht, die begin mei werd uitgezonden. Pollock schetst hierin het beeld van de toerist als Titanic. ‘De vraag is niet of we die ijsschots gaan raken, maar wanneer.’

Desalniettemin zijn er, zeggen diverse deskundigen, een aantal mogelijke oplossingen.

Oplossing 1: Zet een rem op Airbnb en betrek bewoners

Airbnb-gasten in Amsterdam. Foto anp

Een belangrijk deelprobleem is de woningmarkt, zegt Koens. ‘Airbnb is daarin een essentiële speler. Wat ooit begon als deelplatform is een keihard commercieel bedrijf geworden dat nauwelijks belasting betaalt. Je ziet dat gemeenten worstelen met ontmoediging en regulering, maar de stappen die ze zetten, zijn een goed begin. Barcelona verbiedt het nu op sommige plekken, Amsterdam kiest voor maximaal 60 nachten. Al is het handhaven moeilijk.’

Volgens Roos Gerritsma begint het allemaal met de vraag: van wie is de stad? Toen Gerritsma, onderzoeker en docent aan het urban leisure and tourism lab van Hogeschool Inholland, twintig jaar geleden als stadssocioloog begon, ging het bij massatoerisme over tropische bestemmingen, niet over steden. ‘Steden waren tot de vroege jaren negentig plekken waar je woonde, daar ging je niet voor je lol naartoe.’

Ze ziet een beweging ontstaan in Europese steden van bewoners, activisten, kleine middenstanders en academici die zeggen: ‘Het moet anders, er moet een einde komen aan de lelijke neoliberale groei.’ Ze haalt het boek De donuteconomie aan, waarin de Britse econoom Kate Raworth pleit voor een circulaire economie: niet groter worden dan we al zijn, en gericht op duurzaamheid.

Onze tijd eist het, vindt Gerritsma, dat is geen idealisme, maar realisme. ‘In de academische wereld voelt iedereen de urgentie.’ Helaas ontbreekt het bij gemeentebestuurders vaak aan een langetermijnvisie, zegt ze. ‘Je moet geen vier maar veertig jaar in de toekomst kijken en zeggen: zo willen wij het hebben. Anders blijf je ongeleid puinruimen: het is te druk, er is te veel afval.’

Voor Gerritsma en haar studenten is Amsterdam-Noord, waar de opleiding van Gerritsma resideert en ‘een gierend proces van gentrificatie gaande is’, de ideale proeftuin voor het toerisme van de toekomst. Een van de projecten waarbij ze betrokken zijn: Fairbnb. Zie het als een écht idealistische Airbnb, Airbnb als coöperatie. ‘Iedereen mag meedoen, ook als je geen koophuis hebt. In dat geval kun je een dienst aanbieden: een leenfiets, een rondleiding.’ En het belangrijkste: een deel van de opbrengst gaat in een spaarpotje voor de wijk. Het project start dit najaar, in Amsterdam-Noord én in Venetië.

Niet dat dit direct een halt zal toeroepen aan het massatoerisme, dat snapt  Gerritsma ook wel. Maar je kunt er wel de grote ergernis die Airbnb opwekt mee reduceren. ‘Het gaat om de filosofie erachter: betrek de bewoner, maak mensen verantwoordelijk voor hun eigen wijk.’ En laat ze ervaren dat toerisme ook iets oplevert.

Illustratie Eugenia Loli Foto Eugenia Loli

Oplossing 2: Minder vliegen, maak vliegen veel duurder

Toerisme is verantwoordelijk voor 5 à 6 procent van alle CO2-uitstoot wereldwijd – de helft daarvan wordt door vliegen veroorzaakt. Voor Nederland geldt: 20 procent van de vakanties is een vliegvakantie, maar deze reizen veroorzaken 41 procent van de totale vakantie-uitstoot. 

Kan dat nog wel? Volgens Paul Peeters, docent en lector duurzaam toerisme en verkeer aan de NHTV hogeschool van Breda, zeker niet. Zijn promotie afgelopen november aan de TU Delft lijkt zowaar een mild maatschappelijk debat op gang te hebben gebracht.

Peeters ontdekte dat de klimaatdoelen van Parijs (maximaal 2 graden Celsius broeikasopwarming van de aarde) niet gehaald kunnen worden als we de luchtvaart niet drastisch aan banden leggen: ‘Ik was al elf jaar met dit onderzoek bezig en de tussentijdse resultaten die ik meldde kregen nooit veel aandacht, blijkbaar is de tijd nu pas rijp.’

Willen we de afgesproken klimaatdoelen halen dan zit er maar één ding op volgens Peeters: minder vliegen. ‘We moeten wereldwijd terug naar het niveau van 2005, voor Schiphol komt dat ongeveer neer op het niveau van 1995, rond de 300 duizend vluchten per jaar’, zegt Peeters.

Als het aan Peeters ligt, die zelf vrijwel uitsluitend per trein reist, ‘ook als het drie dagen duurt om op een conferentie in Noorwegen aan te komen’, moeten we via internationaal beleid een maximum aantal vluchten per land en luchthaven afspreken. En CO2-uitstoot moet veel zwaarder belast worden. ‘Met een ticketprijs die misschien wel drie tot vijf keer zo hoog is als nu.’

Zaken als compensatie (bomen planten), biobrandstoffen of technologische ontwikkelingen doet Peeters af als ‘druppeltjes op een gloeiende plaat’. ‘Daarmee gaan we het niet redden.’

Of duurdere tickets van vliegen geen elite-aangelegenheid zal maken? Dat is het volgens Peeters al. Nu vliegt slechts één op de vier Nederlanders elk jaar. Wereldwijd is het minder dan 10 procent. ‘Ik ben reëel. Als we doorgroeien op deze schaal vliegen we rond het jaar 2100 negen keer zo vaak als nu. Dat kan gewoon niet. Hoe ziet een negen keer groter Schiphol eruit? Dat is ondenkbaar.’

Vermijd Schipholdrukte en help het klimaat met deze elf bijzondere treinreizen

Van Polen tot de poolcirkel, waarom niet met de trein? Met de trein kom je ook op bijzondere plekken, en het is nog veel beter voor het milieu ook.

Oplossing 3: Kijk af bij de Wadden

Quota en spreiden, het zijn woorden die telkens vallen, maar niemand spreekt zich onomwonden uit voor spreiding, omdat het synoniem is voor het doorschuiven van je eigen problemen. ‘Voor je het weet is Rotterdam een tweede Amsterdam’ geworden, zegt Milano.

Internationaal gelden de Waddeneilanden als lichtend voorbeeld van toeristenplanning. Van der Duim: ‘Op Texel is al in de jaren zeventig nagedacht over de vraag: wat willen we zelf?’ En dus telt nu elk Waddeneiland een afgesproken aantal bedden – en kan het in het hoogseizoen dus gewoon ‘vol’ zijn. 

Fietsers op Texel. Foto anp

Elke bestemming moet een eigen recept opstellen. Dat vergt strijd, maar dat is niet erg, zegt de hoogleraar. ‘Neem Costa Rica, daar is een continue strijd gaande tussen economische groei en het ecotoerisme. Dankzij die balans lijkt niet heel Costa Rica op een Mexicaans strand.’

Elke plek moet zijn eigen strijd tussen kwantiteit en kwaliteit beslechten, zegt Van der Duim. In dat opzicht is er nog een voorbeeld waarvan we volgens Van der Duim kunnen leren: de Spaanse costa’s. Van die regio’s kunnen we vooral leren hoe het níét moet. ‘Zo’n inwisselbare toeristische monocultuur van matige kwaliteit is op termijn niet rendabel. Dat tij lijkt nu wat te keren.’

Oplossing 4: Haal ‘betere’ toeristen binnen

We moeten goed nadenken welke vormen van toerisme we willen, zeggen de deskundigen eensgezind. Onderzoeksjournalist Becker wijst op steden in Europa die de komst van cruiseschepen aan banden leggen (Dubrovnik, Bordeaux). ‘Er zijn weinig vernietigendere vormen van toerisme.’

Allereerst moet je als plek weten wie er naar je toe komen, zegt Ko Koens. In Amsterdam bijvoorbeeld komt de helft van de dagelijkse bezoekers uit Nederland. ‘Het cliché van de Chinese toerist uit een touringcar? Dat is slechts een kleine groep.’

Toeristen zoeken verkoeling op het Museumplein in Amsterdam. De meeste toeristen in de hoofdstad komen uit Duitsland. Foto EPA/Koen van Weel

Niemand wil zuipende en kotsende Britten. Amsterdam heeft liever de oudere cultuurtoerist, Brugge vergrijst en wil juist jonge mensen. Koens: ‘In Denemarken proberen ze toeristen te verdelen door categorieën en bijbehorende plekken aan te wijzen: sportief, historisch, jong en trendy. In Vlaanderen werken de vijf cultuursteden samen.’

Stedelijk toerisme – met de reeds bestaande bebouwing en infrastructuur – is volgens Koens relatief duurzaam, als je het vergelijkt met een klein eiland als het Filipijnse Boracay. ‘Wel moeten steden investeren in langer blijvende bezoekers; dat verlaagt de relatieve CO2-uitstoot.’

Oplossing 5: Geef de toerist niet overal de schuld van

Fijn hoor zo’n gedeelde vijand, al is het wat verwarrend als je zelf ineens toerist bent. Nadere bestudering levert soms verrassende inzichten op. Koens: ‘Geluidsoverlast van bootjes op de Amsterdamse grachten? Dat blijken vaak Amsterdammers met vrienden te zijn. Drukte op de straten? Wat denk je van al die busjes die onze online bestelde producten komen brengen?’

En gij, Brutus?

Claudio Milano vliegt dit najaar naar China voor werk en vakantie.

Elizabeth Becker gaat per auto naar een familiehuisje in Bear Mountain (ten noorden van New York).

Paul Peeters is per fiets en trein naar Duitsland en Tsjechië geweest.

Ko Koens ging per auto kamperen in Frankrijk. Op ‘een gewone en een biologische yurt-camping’.

René van der Duim gaat naar een huisje in Frankrijk, met de auto.

Roos Gerritsen blijft deze zomer in Amsterdam, waar ze een volkstuintje heeft. In de winter gaat ze op vliegvakantie naar de zon.

De auteur van het stuk gaat zeilen in Nederland.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.