Help, de huisarts verdwijnt

Volle wachtkamers, overbelaste huisartsen en speurtochten in andere landen om het tekort aan collega's op te vullen. Binnen een paar jaar zullen veel Nederlandse huisartsen hun praktijk verlaten....

door Jet Bruinsma

HET DORP Nagele in Flevoland zit vanaf 1 oktober zonder huisarts, omdat de enig overgeblevene dan vertrekt. In België wordt gezocht naar opvolgers. Het aantal advertenties in het blad De Huisarts waarin om opvolgers, waarnemers en praktijkgenoten wordt gevraagd, neemt maandelijks toe. En flink wat patiënten zitten al zonder huisarts omdat alle praktijken in hun omgeving vol zijn.

Het zijn nog maar de eerste tekenen van een dreigend tekort aan huisartsen. De komende zeven jaar zal bijna eenderde van de zittende huisartsen (bijna tweehonderd artsen per jaar) de praktijk beëindigen, hoofdzakelijk vanwege de leeftijd. Het piekjaar is 2003, omdat dan de goodwill wordt uitgekeerd.

Van de ruim 7200 huisartsen is eenderde vijftig jaar of ouder. Worden de 40-plussers daarbij opgeteld, dan stijgt het percentage niet meer piepjonge huisartsen naar meer dan 80 procent, blijkt uit cijfers van het onderzoeksinstituut Nivel. Het aantal artsen dat tot huisarts wordt opgeleid, is zeker voor de korte termijn niet voldoende om het gat te dichten.

Minister Borst van Volksgezondheid heeft kortgeleden weliswaar beloofd dat de huisartsenopleiding geleidelijk wordt uitgebreid van 361 naar 456 plaatsen per jaar, maar omdat de opleiding drie jaar duurt, is het volledige effect pas in het jaar 2007 bereikt. Áls er tenminste voldoende opleiders en financiën beschikbaar zijn want harde toezeggingen daarvoor zijn er nog niet.

'Het ministerie van Volksgezondheid heeft te lang op het zuinigste paard gewed', zegt onderzoeker (en voormalig huisarts) François Schellevis van het Nivel.

Er is geen recent onderzoek gedaan naar de motieven waarom huisartsen stoppen met hun praktijk. Burnout is zelden een reden, behalve voor 50-plussers, blijkt uit de gegevens van artsenverzekeraar Movir. Maar het verschijnsel neemt wel snel toe. Tussen 1995 en 2000 is het aantal huisartsen met langdurige psychische problemen (aangeduid met de verzamelterm burnout) ruimschoots verdubbeld van 24 naar 56. Dit jaar hebben zich al 33 nieuwe gevallen gemeld. Een kwart van hen vijftigplussers. 'Zij zijn minder gemotiveerd om weer aan het werk te gaan', zegt Hans Zuidema. Hij was 17,5 jaar huisarts voor hij zich bij Movir ging bezighouden met het reïntegreren van langdurig zieke artsen. 'De jongere huisartsen gaan grotendeels terug in hun oude vak, maar draaien minder diensten. Daarnaast zien we veel huisartsen een heel andere richting opgaan, ze worden jurist of bedrijfseconoom.'

Werken in deeltijd (in groepspraktijk, gezondheidscentrum, duobaan, of in loondienst bij een collega) wordt de norm. Het aantal eenmanspraktijken daalt in rap tempo. De huisarts als kleine zelfstandige gaat dezelfde weg op als de kruidenier en de bakker op de hoek: hij verdwijnt. Aan de medische faculteiten zijn de vrouwelijke studenten in de meerderheid. De meesten van hen zoeken een deeltijdbaan. Maar ook hun mannelijke collega's kiezen daar steeds vaker voor.

Het huisartsenvak is drastisch veranderd, lees: zwaarder geworden. En de turbulentie duurt voort dankzij het werken volgens officiële standaarden; het gebruik van computers; het overleg met apothekers én de steeds assertievere patiënten, die met een uitdraai van internet in de hand claimen dat dokter hen déze nieuwe therapie biedt. Door de lange wachtlijsten in ziekenhuizen en ouderenzorg is de dokter uren bezig om patiënten onderdak te brengen. Hij/zij begeleidt en controleert suikerpatiënten, doet aan preventie van hart- en vaatziekten en maakt uitstrijkjes. Tegenover die taakverzwaring valt het verdwijnen van activiteiten in het niet. Nog maar 16 procent van de huisartsen doet bevallingen, het aantal visites is tussen 1988 en nu teruggelopen van één op de zes naar één op de tien consulten.

'We hebben veel te lang gewacht met het inschakelen van hulpkrachten voor de huisarts', zegt dr Jan de Haan, hoogleraar in de organisatie van de huisartsenpraktijk in Groningen en deeltijd-huisarts in Wolvega. 'Het is te gek dat ik dagen bezig ben om mijn computer draaiende te houden. Ik zie veel in het aantrekken van praktijkondersteuners, een verpleegkundige die de bloeddruk kan controleren, uitstrijkjes maken. Neem de huisarts het management uit handen. Veel huisartsen verdrinken in hun vele taken. Ze zijn veel te laat gaan klagen. Ze gaan niet in staking, maar als ze vijftig zijn, stoppen ze ermee.

'De trend naar groepspraktijken en praktijkondersteuners is niet te keren', meent Dinny de Bakker van Nivel. 'De huisarts is niet langer de kruidenier om de hoek, maar een voorziening.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden