Helm, Judt, Jonk

En dan hier nog een pleidooi voor de trein, een prachtboek over kwantumtunneleffecten, een biografie van de maker van voloptueuze bronzen en andere net verschenen titels.

Hoe leven ontstaat

Een verbazingwekkende reeks eyeopeners voor liefhebbers van echte wetenschap', schreef Martijn van Calmthout eerder in Sir Edmund over Life on the Edge van Jim Al-Khalili en Johnjoe McFadden. Hun 'veelgeprezen prachtboek' op de grens van biologie en kwantumtheorie is nu door Robert Vernooy vertaald als Hoe leven ontstaat. De slotzin na 338 pagina's kwamtumtunneleffecten, chloroplasten en receptormoleculen: 'Er is nog veel te ontdekken, maar het mooie van elk nieuw onderzoeksgebied is al het onbekende.'

Beeld .

Ravensbrück

Het motto voorin citeert Primo Levi ('overdenk dat dit gebeurde: ik beveel u deze woorden') en de opdracht luidt: 'Voor hen die weigerden.' In het vuistdikke Ravensbrück reconstrueert de Britse journaliste Sarah Helm de geschiedenis van het gelijknamige nazi-concentratiekamp voor vrouwen, dat Heinrich Himmler in 1939 op zijn eigen landgoed liet aanleggen. Helm maakt gebruik van interviews met overlevenden en onlangs geopende Russische archieven en belicht naast de gruwelen ook heroïsche verzetsdaden.

Beeld .

Wanneer de feiten veranderen

In 2010 overleed de Britse historicus Tony Judt - auteur van het meesterlijke Na de oorlog, over de Europese geschiedenis na 1945 - aan de ziekte ALS. Hij liet het materiaal na voor een volgend boek, dat nu onder redactie van zijn weduwe Jennifer Homans verschijnt als Wanneer de feiten veranderen, een verzameling thematisch verbonden essays over hoe de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog een rol zijn blijven spelen in de wereld, van Israël, Palestina en de Balkan tot 11 september. Maar ook met een verrassend pleidooi voor de trein en het klassieke treinstation: 'Het spoor moet terug!'

Beeld .

Nic Jonk - Een leven vol beelden

Hoe 'een polderwilgje uitgroeide tot een woud-reus in het bos der beeldhouwers'. In Nic Jonk - Een leven vol beelden schrijft Rob Bouber het levensverhaal van de Noord-Hollandse kunstenaar (1928-1994), die in zijn dorp Grootschermer een populair beeldenpark met eigen werk aanlegde en wiens voluptueuze bronzen in tientallen Nederlandse gemeenten te vinden zijn. Bouber somt er honderdvijftig op, van Den Helder tot Maassluis, maar ook in Detroit en San Gimignano (Water en Zon in het Parco Publico della Rocca).

Beeld .

De voddenkoningin

Laura Dols, die in het centrum van Amsterdam een winkel heeft in tweedehandskleding, wordt voorin de roman De voddenkoningin van Saskia Goldschmidt bedankt, omdat ze de auteur 'niet alleen een baljurk schonk, maar ook de stof voor dit boek'. De vertelster is Koko Kwast, die in de jaren zestig en zeventig naam maakte in de tweedehandskledingbranche, die daarna een merk werd en tijdelijk een lokale beroemdheid bij wie Herman Brood een smokingjasje meenam in ruil voor een zeefdruk, en bij wie Gaultier, Galliano en de piepjonge Viktor & Rolf kwamen buurten.

Beeld .

Bloed aan de paal

De Nederlandse titel is een verwijzing naar het wereldkampioenschap voetbal 1978 in het toentertijd dictatoriale Argentinië, waartegen het cabaretduo Freek de Jonge en Bram Vermeulen protesteerde met deze leuze. Bloed aan de paal is de vertaling die Peter Valkenet maakte van de roman La pena máxima van de Peruaanse auteur Santiago Roncagliolo (1975). Politiek, moord en kijken naar voetbal in Peru, met in het slothoofdstuk ook bekende namen: 'Voorzet Van de Kerkhof... Daar komt Nanninga... Nanningaaaaaaaa... Goal!'

Beeld -

Ik heet Julius heet

Met zijn schoolgenote Mimi fietste de eveneens spijbelende Julius Ruysbroek op een voorjaarsmiddag naar de Nieuwe Meer. Daar gingen ze languit in het hoge gras liggen en rookten een joint. Mimi bedacht toen voor hem de bijnaam Skip. Want Julius vond ze meer iets voor een man met rimpels en een baard, een hypotheek, auto en kinderen. Zo vangt de proloog aan van de tweede roman van Martijn Simons (1985), die niettemin Ik heet Julius heet, en waarin de verteller terug moet naar Nederland en naar zijn jeugd.

Beeld Melissa Peen

De nieuwe kok

Die was er nog niet, een vertaling van het debuut van Julia Franck, Der neue Koch uit 1997 (en niet 2001, zoals het colofon meldt). De Duitse schrijfster die bekend zou worden met de romans Lagerfeuer (2003) en vooral Die Mittagsfrau (2007), laat in De nieuwe kok, vertaald door Goverdien Hauth-Grubben, een 30-jarige vrouw aan het woord die lusteloos het hotel bestiert dat ze heeft geërfd van haar overleden moeder. Die ze 'nooit beter heeft willen kennen dan strikt noodzakelijk was'. De nieuwe kok is een Cubaan, zegt hij zelf, wat de hotelhoudster moeilijk kan geloven, 'omdat ik altijd heb gedacht dat Cubanen goed kunnen koken'. Hij blijkt ondernemend te zijn en van pikant te houden. Dat heeft gevolgen.

Beeld Melissa Peen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden