Helft Somaliërs in Nederland zit in de bijstand

Er moet speciaal doelgroepenbeleid komen voor Somalische Nederlanders. Alleen zo kan de slechte positie van Somaliërs op de arbeidsmarkt worden verbeterd. Daarvoor pleiten integratiedeskundigen en veel Somaliërs zelf.

Amina Mohamud moest weg als thuiszorger. Beeld Mike Roelofs

De helft van de Somaliërs in Nederland zit in de bijstand. Slechts iets meer dan één op de vijf Somalische Nederlanders heeft überhaupt werk, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Daarmee hebben zij van alle bevolkingsgroepen veruit de meeste problemen op de arbeidsmarkt.

Het merendeel van de 37 duizend Somalische Nederlanders is als asielzoeker gearriveerd, op de vlucht voor de al decennia durende burgeroorlog in hun land. Maar ook vergeleken met andere vluchtelingengroepen hebben Somaliërs het moeilijk. Afghanen en Iraniërs hebben in Nederland bijvoorbeeld twee keer zo vaak werk als Somaliërs. Van de Afghanen en Iraniërs van de eerste generatie zit ongeveer een kwart in de bijstand, van de Somaliërs de helft.

Terwijl Somaliërs in eigen land, maar ook in Amerika, Engeland en Zuid-Afrika vaak ondernemer zijn, is in Nederland slechts 1 procent van hen zelfstandige, tegen 30 procent van de Bulgaren en 10 procent van de Afghanen. Somaliërs zeggen moeite te hebben met de administratieve rompslomp die komt kijken bij het starten van een bedrijf en met het bijeensprokkelen van voldoende startkapitaal, blijkt uit een rondgang langs Somaliërs in Nederland.

De hoge werkloosheid onder Somaliërs heeft voor een belangrijk deel te maken met een laag opleidingsniveau of zelfs analfabetisme, zegt onderzoeker Jaco Dagevos van het SCP. 'Het zijn vaak jonge, alleenstaande mannen of vrouwen, die de Nederlandse taal niet goed spreken en geen geweldig ontwikkeld netwerk hebben.'

Slecht uitgepakt

De overgang van de Nederlandse overheid naar een algemeen integratiebeleid, met weinig specifieke aandacht voor kwetsbare groepen, heeft voor Somaliërs nadelig uitgepakt, zegt Dagevos. Datzelfde denkt de Somalisch-Nederlandse jurist Mohamed Elmi, beleidsadviseur voor gemeenten op het gebied van werk en inkomen. 'Het is alsof we iemand die niet kan zwemmen in het diepe gooien en dan hopen dat hij als een Pieter van den Hoogenband door het zwembad raast.'

Het kabinet kiest voor een algemeen integratiebeleid omdat dat ervoor zorgt 'dat de breedte van de problematiek wordt aangepakt en het leidt tot een effectievere aanpak dan gericht beleid op bepaalde groepen', schreef minister Asscher van Sociale Zaken vorig jaar aan de Tweede Kamer.

Maar in het geval van de Somaliërs werkt deze aanpak niet goed, zegt Ilse van Liempt van de Universiteit Utrecht, die samen met haar collega Gery Nijenhuis onderzoek heeft gedaan naar de Somalische gemeenschap in Nederland. 'We verwachten dat Somaliërs zelf hun inburgering regelen en de taal leren, maar dat is bijna niet te doen voor mensen die zelfs in hun eigen taal niet kunnen lezen en schrijven.'

Nederland vs. VS en Zuid-Afrika

Somaliërs doen het in Nederland blijkens onderzoek veel slechter dan andere migranten. In andere delen van de wereld is dat niet zo. In de Verenigde Staten vergaat het de Somaliërs bijvoorbeeld relatief goed. En in grote delen van Afrika staan ze bekend als gewiekste handelaren en geslaagde immigranten.

10 duizend euro

Asielgerechtigden moeten sinds 2013 zelf hun inburgeringscursus organiseren en betalen. Als ze de cursus niet kunnen betalen, mogen ze tot maximaal 10 duizend euro lenen. Als ze daarna niet slagen en onvoldoende inspanning hebben verricht, moeten ze de lening terugbetalen. 'Ook in andere Europese landen doen Somaliërs het slecht', zegt Van Liempt. 'Het is duidelijk dat deze groep extra aandacht nodig heeft, bijvoorbeeld in de vorm van alfabetiseringscursussen.'

Veel Somaliërs hebben moeite de inburgeringscursus te halen. De eerste grote groep Somalische asielzoekers uit de jaren negentig was nog redelijk tot goed opgeleid en had een Somalië gekend waarin het geen oorlog was. Maar de tweede groep asielzoekers, naar Nederland gekomen vanaf 2005, is grotendeels analfabeet en heeft nooit anders dan oorlog en een disfunctionele overheid meegemaakt, zegt de Somalische pedagoog Shukri Said. 'Het niveau is voor velen te hoog en daardoor kunnen ze de cursus niet afronden. Het zijn vaak getraumatiseerde mensen, die weinig steun krijgen van hun gemeente, de taal niet spreken en in een isolement raken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden