Helft ontvoerde kinderen komt niet terug naar Nederland, ontvoerder meestal vrouw

De helft van de in Nederland geregistreerde ontvoerde kinderen blijft achter in het land waar ze zonder toestemming van één van de ouders mee naartoe zijn genomen. Het ontbreken van een verdrag met bepaalde landen en het vooropstellen van het belang van het kind, staan een terugkeer vaak in de weg.

Beeld anp

Dit meldt het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO), dat met subsidie van het ministerie van Veiligheid en Justitie een meldpunt heeft voor getroffen ouders. IKO weet van 251 kinderen die van of naar Nederland zijn ontvoerd in 2016. De afgelopen tien jaar nam het aantal ontvoeringen sterk toe: in 2006 ging het om 98 gevallen, sinds 2010 registreerde IKO elk jaar meer dan 200 ontvoerden.

De cijfers zijn lastig te interpreteren, zegt IKO-directeur Coskun Çörüz nadrukkelijk. 'Wij weten zeker dat we niet alles weten'. Volgens hem komen ontvoeringen vaker voor dan de cijfers laten zien. 'Uit vrees voor negatieve reacties vanuit de omgeving zeggen veel ouders niet dat de kinderen tegen hun wil zijn meegenomen.'

Kinderen die worden meegenomen naar een land dat niet is aangesloten bij het Haags kinderontvoeringsverdrag uit 1980 zijn het lastigst terug te halen. In het verdrag staan juridische richtlijnen voor het oplossen van geschillen tussen ouders. Met niet-aangesloten landen, zoals Iran, Syrië, maar ook Curaçao en Indonesië, komt het in de diplomatieke sfeer terecht, wat het ingewikkelder maakt de kinderen terug te halen.

Ook met verdragslanden lukt dit vaak niet, doordat een rechter altijd het belang van het kind laat prevaleren. Stel dat een kind op zijn tweede wordt meegenomen naar Duitsland en de zaak pas op zijn vijfde voor de rechter komt. Dan woont het kind al drie jaar in het buitenland. Grote kans dat de rechter dan oordeelt dat het, in het belang van het kind, beter is daar te blijven.

'Dat de oorsprong van het geschil een ontvoering is, doet dan minder ter zake', zegt Çörüz van IKO. 'Om die reden, en dit staat ook in het kinderontvoeringsverdrag, hameren wij er altijd op dat kinderen zo snel mogelijk terugkomen naar de laatste verblijfplaats. Als kinderen langer dan een jaar weg zijn is het in het nadeel van de achterblijvende ouder.'

Vooral vrouwen (70 procent van de gevallen) lijken hun kinderen te ontvoeren, zo blijkt uit de cijfers van het IKO. Vaak nemen zij die stap om hun kind te beschermen tegen de andere ouder. In veel gevallen weten zij dan niet dat ze hun kind feitelijk ontvoeren. Hiervan is sprake als tenminste een van de ouders geen toestemming heeft verleend dat het kind de 'gewone verblijfplaats' verlaat.

De belangrijkste landen waar kinderen naartoe zijn ontvoerd in 2016 zijn Turkije, België, Duitsland en Polen. Ze behoren tot de in totaal 87 landen die het kinderontvoeringsverdrag uit 1980 hebben ondertekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden