HELE EN HALVE COMMUNISTEN

VOORMALIG links kan opgelucht ademhalen. De nieuwe bundel van Frits Bolkestein, Onverwerkt Verleden, waarin hij door middel van vraaggesprekken met direct betrokkenen (vooral uit Oost-Europa) de aantrekkingskracht van het communisme op intellectuelen onderzoekt, is geen startsein voor de gevreesde 'heksenjacht'....

Die angst was trouwens absurd. Het idee dat de liberale leider een soort McCarthy is, die elke voormalige communist op een beroepsverbod wil trakteren, lijkt eerder op een - klassieke - poging om lastige vragen uit de weg te gaan. Wie tijdens de Koude Oorlog het communisme bekritiseerde, kreeg ook altijd meteen te horen op een 'hetze' uit te zijn. Het geeft te denken dat deze dialectische omkeringstruc nog steeds zoveel invloed heeft, vooral op 'nette progressieven', die zelf geen communist zijn geweest, maar hen wel tegen 'onheuse' aanvallen menen te moeten beschermen.

Gelukkig zijn de echte communisten minder kleinzerig. Dat mag ook wel, want kameraden die zich vroeger aan kritiek op de officiële partijlijn waagden, konden op een lastercampagne rekenen, waarbij hun persoonlijk verleden compleet werd omgespit. Verdraaiingen en leugens werden niet geschuwd. Vergeleken met de 'zelfkritiek' zoals die door de gestaalde kaders werd afgedwongen, is de rekenschap waarom Bolkestein vraagt een prettige massage.

Wél maakt de bundel Onverwerkt Verleden nogmaals duidelijk dat anticommunisme de beweegreden is die de politicus Bolkestein drijft. Zijn tegenstanders voelen dat goed aan, wat de - soms paranoïde - reacties op zijn plaagstoten verklaart. Dat zijn niet zozeer voormalige communisten (de meesten zijn redelijk openhartig over hun zonden en ontlenen daar zelfs een zekere status aan), alswel al diegenen die zich voor hun karretje lieten spannen.

Hier zit het diepere probleem, waarover we voorlopig niet zijn uitgepraat. Daarbij moeten we ons niet blindstaren op de radicale studentengeneratie van de jaren zestig en zeventig. Wat mij van dit protest het meest is bijgebleven, was het onnozele en puberale karakter. Volgens mij waren de oudere en intelligentere activisten zich dat zéér bewust, maar kwam het gemak waarmee de op drift geraake jeugd te mobiliseren was goed van pas. Overigens werd er al halverwege de jaren zeventig nog vóór de strijd tegen de neutronenbom en de gloriedagen van het IKV, geklaagd over de 'verrechtsing' onder jongeren.

Ik herinner me nog het dédain waarmee de activistische avant-garde sprak over medestudenten die minder politiek onderlegd waren. Volgens mij wisten de meeste 'marxisten' in die tijd ook heel goed dat het in de communistische heilstaten niet pluis was. Dat Stalin en Mao miljoenen doden hadden gemaakt, was algemeen bekend. Daarom was de flirt met het communisme juist zo geschikt als burgerschrik. Of de protestgeneratie van toen meer om het lijf had, betwijfel ik (wat niet wil zeggen dat alle onzin uit die tijd geen schade heeft aangericht).

Bolkestein concentreert zich in zijn bundel op Oost-Europa, waar het 'reëel bestaande socialisme' het van klapgrage collaborateurs moest hebben. In 1956 bezocht hij een studentencongres in Praag, en merkte op (na resoluties waarin het kolonialisme van het Westen werd veroordeeld) dat ook Polen door de Sovjet-Unie werd gekoloniseerd. Het beklemmende conformisme waarmee de zaal elke anti-westerse uitspraak van applaus voorzag, maar doodstil bleef na de soloactie van een 23-jarige uit Amsterdam, is hem altijd bijgebleven.

Met zulke sfeerbeelden contrasteert Bolkestein zijn eigen 'verzet' met het 'begrip' waarmee de progressieve westerse intelligentsia later tegenover het communisme stond. Dat klinkt nu potsierlijk en gelijkhebberig (dit jaknikkersverleden is een cliché en lijkt inmiddels 'verwerkt'), maar vertelt ook iets over de slappe knieën die de liberale leider bij intellectuelen vermoedt. In een gesprek met de Hongaarse schrijver György Konrád wordt verwezen naar de vele baantjes die bureaucratieën te vergeven hebben. Intellectuelen die zichzelf moeilijk kunnen bedruipen zijn daarop aangewezen, en dat maakt hen gevoelig voor politieke pressie en totalitaire beleidsconcepten.

West-Europa is tijdens de Koude Oorlog het lot van Mitteleuropa, waar de ambtenarij traditioneel in hoog aanzien staat, bespaard gebleven. Maar ook bij ons liet de sociaal-democratie zich door radicaal-linkse propaganda intimideren. Alleen niet in de jaren vijftig toen de PvdA onvervalst anti-communistisch was. Maar als sociaal-democraten een realistische politiek voeren, wordt die altijd - ook nu - als 'rechts' en 'fantasieloos' gebrandmerkt.

Door zich binnen progressieve organisaties als 'het betere links' voor te doen wisten communisten een grotere invloed uit te oefenen dan op grond van hun getal te verwachten was. Daar waren zij zéér trots op. Juist omdat de sociaal-democratie, naast verstandige bestuurders, van oudsher ook pseudorevolutionairen, een 'lompenintelligentsia' (de term is van Bolkestein) en ander halfzacht volk herbergt, zijn we met de communistische erfenis nog niet klaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden