Helden in Holland

EERST dacht Jan Blokker de fototentoonstelling die hij samenstelDe, 'Verkondiging' te noemen. Het werd: 'Jongens van Jan de Witt'. JA, HIJ IS HISTORISCH INGESTELD: 'Waar eet je nog een lekker bord Kapucijners?' VANAF 24 AUGUSTUS, NIEUWE KERK, AMSTERDAM....

Dagelijks komt de postbode fluitend langs bij het Franse optrekje van de Blokkers. Jan neemt de stapel in ontvangst, haalt de krant uit zijn plastic jas en werpt een blik op de voorpagina. Hij heeft zojuist bijschriften voltooid voor de fototentoonstelling Jongens van Jan de Witt, die hij voor de Nieuwe Kerk heeft samengesteld. En hij moppert boven die krant: 'Ik vind dat de beste journalist vrijgemaakt zou moeten worden om uitsluitend fotobijschriften te schrijven. Een van de vele dingen die ik niet voor elkaar heb gekregen toen ik bij de krant werkte.'

De fototentoonstelling maakte Blokker op verzoek van de directeur van de Nieuwe Kerk, Ernst Veen. De bijschriften kwamen in het Franse buitenhuis tot stand, waar Blokker via telefoon, kranten en schoteltelevisie voortdurend in contact staat met het vaderland. Als hij tenminste niet zijn favoriete bezigheid beoefent: op de Mobylette urenlang brommen langs lege Bourgondische dreven. Vanwege de schroeiende hitte geeft Blokker achter de keukentafel tekst en uitleg over zijn expositie, af en toe onderbroken door een greep naar een fotoprint.

'Eind vorig jaar ben ik gevraagd een tentoonstelling samen te stellen. Op basis van de fotocollectie Nederland, zoals het heet. Dus alles wat de Nederlandse beroepsfotografie heeft voortgebracht en dat in archieven, particuliere collecties en bij bedrijven zit. Een ontzettende hoeveelheid, natuurlijk. Vorig jaar was er voor het eerst zo'n expositie, toen op het thema De Noordzee. Ernst Veen, directeur van de stichting De Nieuwe Kerk, had voor mij aanvankelijk het thema Verten en Horizonten in gedachten. Maar daar kon ik niet zoveel mee, leek ook te veel op de Noordzee, vond ik.

'Maar dankzij dat begrip Verten en Horizonten kwam ik wel op iets anders. Ik zag de brug op de weg van Lelystad naar Lemmer voor me, daar kwam ik vroeger vaak langs. Je ziet er aan de linkerkant, bijna altijd in een vals licht, Urk liggen. Altijd een beetje regen en een enkele lichtstraal door smerige zwarte wolken. Die ene lichtstraal kwam dan terecht op de torenspits van Urk. Een gereformeerde aanblik. En ook Rem brandt, en dus Neder land. Zo kwam ik op het thema Verkon diging. Een prachtig woord. Ook heel beperkend, want iedereen brengt het in verband met religie, verkondiging van Gods woord. Maar het betekent natuurlijk ook bekend maken. Wij Nederlanders hebben de wereld veel mee te delen. Handel, vrijheid, gidsland. Maar van meet af aan heeft er een doem rondom dat woord gehangen. De tentoonstelling mocht van alles heten, maar verkondiging in de Nieuwe Kerk, dat kon niet. Zeker niet nadat bekend was geworden dat Willem-Alexander en M xima daar zullen trouwen.

'Toen ben ik op helden gekomen, voorbeelden, en als allerlaatste ingeving Jongens van Jan de Witt. Ernst Veen was bang dat dat niet meer begrepen wordt, maar het staat nog wel in de Van Dale. Victor Levie, de inrichter van de tentoonstelling, heeft een logo en een affiche ontworpen. Met een foto van Sjoukje Dijkstra, die daar een dubbele axel draait zodat je meteen ziet dat met die jongens van Jan de Witt ook vrouwen worden bedoeld. En toen was het perfect.

Is het een opvatting over Nederland geworden?

'Hoe langer ik ermee bezig was, hoe meer ik een dubbel gevoel over Nederland kreeg. Wat er ontzettend deugt en niet deugt aan dat land. Vreselijk ambivalent. Er is altijd een raar soort schommelbeweging tussen: goh, wel een leuk land, leuke mensen. En dan: gatverdamme dat ik daar lid van ben. Daartussen penduult het gevoel, als dat een woord is.

'Ik vind echt: Wilhelmina, de oude koningin, dat is iemand. Je hoeft je niet te generen dat je een van haar onderdanen bent. Krijgshaftig in een vormeloze jas, zoals Fasseur het, naar een dichtregel van Ida Gerhardt, heeft genoemd. Die foto heb ik ook opgenomen. Maar ze is zeker geen icoon, zoals ze in menig ander land wel zou zijn. Geen Jeanne d'Arc, daar kan ze niet aan tippen. Ik ben buitengemeen scheutig in m'n eerbied voor allerlei mensen. Maar tegelijk heb ik als ontzettende Hollander ook iets van ma non troppo: het moet niet te gek worden. Dat is niet alleen mijn privé-probleem, maar ingesloten in het Nederlanderschap.

'Dat meen ik zonder ironie: je kunt vreselijk veel aanmerken op dat land. Mijn keuze is tamelijk historisch ingesteld. En dan kun je de pest in hebben dat geschiedenis in dat land niet meetelt. En dat anno 2001 mensen dat begrip Jongens van Jan de Witt niet meer kennen. Daar staat tegenover dat je onze lieve heer moet prijzen dat we vergeetachtig zijn. Dat we niet op 14 juli een waanzinnige parade houden die vijf uur duurt. Zoals hier, omdat er toevallig een relletje bij de Bastille is geweest. Dat is heel aangenaam, om in zo'n land te leven.'

Wat is voor jou dé foto van Nederland?

'Ik heb historiserend en tegelijk heel persoonlijk gekozen. Voor mij is dé foto die van de vrouw, buiten op straat, hoog vanuit een raam genomen. Over een hoge ladder ligt een traploper uitgespreid. En met grote liefde staat ze dat ding te geselen. Dat is ook mijn tijd, dat kon je regelmatig tegenkomen. Nu bestaan er geloof ik niet eens meer mattenkloppers. Maar iets van het wezen is gebleven. Werken, schoonmaken, proper houden, stof eruit, niet thuis maar buiten. Koot en Bie: daar moet de mattenklopper overheen. Een boom waar zo'n gaas omheen is gedrapeerd. Daar is voor gezorgd, dat is nog steeds Neder land.'

Is het wezen van Nederland anno 2001 niet eerder patat vreten in de Kalverstraat, John de Mol, Big Brother?

'John de Mol? Die verkoopt toch de specerijen van nu? Hoewel ik in De Telegraaf las dat Duitsland genoeg heeft van John de Mol. Die expansieneiging, die gidsneiging, dat motortje draait nog in hoge mate. Allang niet meer de verkondiging van Gods woord aan negertjes of in Indonesië. We hebben ons aangepast. Dat bedoel ik met die foto van dat mattenkloppen. Dat w s Nederland, want je ziet het niet meer. Maar tegelijkertijd heeft het een soort kern waarin ik zie: 'Eigen meester, niemands knecht'. Om het refreintje van een negentiende-eeuws vaderlands lied te noemen. Ik sta hier, niemand doet me wat. Dat zit er nog allemaal bij en in.

'De veruiterlijkingen hebben zich aangepast. John de Mol, daar zijn we nu goed in. En waar we goed in zijn, dat willen we meteen verpatsen, verhandelen. De nieuwe spiegeltjes en kraaltjes, dat is de software van de buis.'

Omgekeerd, wat is er definitief weg, wat valt er te betreuren?

'Betreuren, nee. Dat is nostalgie. Spijt is een contraproductief sentiment. Daar doe je niks mee. Wat heb je eraan om te zeggen, jammer dat er geen vrouwen meer zijn die op straat hun traploper uitkloppen. We zijn veel kwijt, we hangen ontzettend weinig aan dingen. Neder landers hebben een waanzinnige neiging om wat ze niet meer kunnen gebruiken, onmiddellijk weg te lazeren. Schilderijen, monumenten, bouwwerken, gewoon ter wille van een hoger geacht doel weggedonderd. In Amerika heeft elke muziekstijl zijn eigen aanhang, een eigen cluppie dat dat in ere houdt. Rock 'n' roll, twist. In Nederland, vergeet het maar.

'Modes van koken: waar eet je nog een lekker bord kapucijners in Nederland? Heel raar. In elk land zou je een prachtig product als de kapucijner, gekookt of gebakken of gebraaien, met spek of ham, dat zou je in lengte van eeuwen bewaren. Wij hebben op een dag bedacht dat het niet meer lekker was en de Franse liflaffen ontdekt. En hup, weg met die kapucijners. Ik denk dat we onszelf ook graag gidsen. We lezen onszelf graag de les, bang dat we de boot missen.'

Is dat gidsige wel zo Nederlands? De Fransen, om maar wat te nemen, zijn toch ook enorme verkondigers? Van tgv tot koken, om maar te zwijgen over hun geleur met de droits de l'homme?

'Zeker, en ze zijn veel consequenter bovendien. Vandaar die parades op 14 juli. Liefst over honderdduizend televisiezenders uitgezonden. Het beslissende verschil is: in Nederland gaat de verkondiging altijd gepaard aan handel. We moeten er beter van worden. In Frank rijk is het ideëler. Onze glorie, onze mensenrechten. De burgerlijke re vo lutie. Mooie goederen, maar wat koop ik ervoor? Als je er in Ne der land niks voor koopt, moet je er onmiddellijk mee ophouden. Cu linair, of wetenschappelijk of poëtisch: als het niks opbrengt dan lazeren we het eruit. Wie leest er hier nog Victor Hugo? De Ne der landse Hugo wordt niet meer gelezen. Omdat we er niks voor kopen. Dus het wordt niet meer onthouden, dus het is er niet meer.'

In hoeverre schrijf je in je begeleidende tekst, en heb je met die foto's ook een beeld van jezelf geselecteerd als verkondiger? Je schrijft per slot in de Volkskrant wat het hoofdartikel had moeten zijn.

'Helemaal niet. Ik waarschuw in mijn schrijfsels niet China voor de laatste maal. Ik geef geen oordeel over wat Kok of wat Melkert moet doen. Of hoe de volgende coalitie wel of niet in mekaar moet zitten. Als ik over politiek schrijf, dan zijn het waarnemingen vanaf de zijlijn. Wat doen die mannen raar. Om maar wat te noemen: Kok, die is minister-president. Niet gekozen, maar door een rare musjawara (dorpsoverleg) benoemd. Die man houdt er misschien mee op, is zestig. En benoemt dan ene Melkert als kroonprins. Een tamelijke oet die man, met die beetje hoge rug van de social climber. Dus Kok gaat met vakantie, en alle Nederlandse media tetteren: waar gaat u nadenken, meneer Kok? Kok komt met veertien dagen terug en dan is er zo'n opgefokte stemming en vraagt Wouke van Schar renburg wel drie keer in één uitzending van Nova: en meneer Kok, heeft u nagedacht? Dat is toch te gek voor woorden? Dat soort dingen noteer ik. Maar absoluut geen verkondiging, kleine kanttekeningen. En al helemaal geen terechtwijzingen.'

Op welke manier is die fotokeuze dan wél een afspiegeling van wat je schrijft?

'Ik rangschik die foto's, dus die vertellen míjn verhaal. Ik heb hier de foto van Den Uyl, die gaat z'n ontslag aanbieden aan de koningin. Ik heb niet die dweepzucht met Joop den Uyl. Juist niet, altijd een rare man gevonden. Ik sta dichter bij Bolkestein: dat kabinet-Den Uyl is eigenlijk een heel slecht kabinet geweest. Maar hij gaat daar het bordes op, met een lullige aktentas en een gekreukelde jas die nog door Liesbeth is genaaid. En daarboven staat een lakei, een reliek uit de Middeleeuwen. Die foto zegt: zo loopt het met rare mannen af. Maar het heeft ook iets vertederends en ontroerends, en absoluut niets heroïeks. Nooit holt hier iemand met wapperende jaspanden die trap op. Die jas kan helemaal niet wapperen. En tegelijkertijd is dat heel prachtig, heel democratisch, hartverscheurend. Jammer dat daarna die malloten van Wiegel en Van Agt kwamen, en we niet meteen met paars zijn begonnen. Die foto vertelt mijn verhaal, met alle ingebouwde afkeuren en sympathieën en alles wat daarbij hoort.'

Heb je terwijl je stapels foto's doorploegde nooit het idee gehad: ik hoor er niet meer bij? Waar is de foto van de Tjoelker-herdenking, van de rouw na Volendam? Van de bloemen in Enschede?

'Ik zal je wat zeggen. M'n producente Esther Scholten, van wie niet genoeg de lof gezongen kan worden, kwam op het laatst aan met een stapeltje foto's. Daar zat Herman Brood bij. En ik riep spontaan: die lul, absoluut niet. Dat is helemaal niks. De muziek was even leuk, maar de Beatles is het nooit geworden. Schilderijen niet om aan te zien, gedichten niet te lezen, echt alleen maar onzin, lariekoek, apekool. En dan die kletspraat in duizenden televisieprogramma's. Ik had het nog niet gezegd of hij ging dood, en at5 zond urenlang wezenloos gemeier uit over de begrafenis. Esther vroeg: heb je nu geen spijt dat je Brood niet hebt opgenomen? Helemaal niet. Dat is mijn rationalisering: die man hoort voor mij dus niet bij Nederland.'

lees verder op pagina 28

vervolg van pagina 28

Je schrijft in je begeleidende tekst over de oude Huizinga. En het feit dat hij, als hij nu uit zijn graf zou opstaan, als een soort Catweazle zou rondstappen. Heb je zelf dat gevoel nooit?

'Er zijn tegenwoordig veel dingen waar ik niks mee heb. Maar ik heb nooit het gevoel dat ik de wereld niet begrijp. Met de pvda in de jaren zeventig had ik ook niks. Ik keer me er niet van af, zoals Huizinga deed in zijn boek Geschonden We reld. Die man kon niet leven met de samenleving die eraan zat te komen. En hij is dus ook doodgegaan.

''t Is waar, ik heb geen Brood begrafenis, geen Ensche de-rituelen, geen Tjoelker opgenomen. Ik geloof niet dat het structurele veranderingen zijn in de samenleving. Die bloemenleggerij is begonnen met de dood van prinses Di, het is een mode die voorbijgaat.'

Verlang je niet stiekem terug naar het gezag? Je verwijst in je expositietekst naar een Amerikaan die zegt: progress is a terrible thing. En in je columns maken de notaris en de koddebeier nog de dienst uit.

'Wat een onzin! Heb ik dan vijftig jaar voor niets columns geschreven? Ik heb inderdaad autoriteiten opgenomen in de expositie. En verwezen naar die negentiende-eeuwse Amerikaan, die het gevoel had: dit gaat verkeerd. Ik voel ook wel mee met Huizinga, die vond dat het puerilisme (kinderachtigheid) om zich heen greep. Zo noem de hij dat. Maar het gevoel dat het mis gaat, is me totaal vreemd.

'Als je de ontwikkelingen achter elkaar zet, dan heb je het algemeen kiesrecht, de leerplicht, het vrouwenkiesrecht, de radio, bioscoop, vrije tijd, studeren grijpt om zich heen, de techniek, kabels gaan de grond in, noem maar op. Een hele ketting van vooruitgangssymptomen, die je ook stuk voor stuk als vreselijke gebeurtenissen kunt beschouwen. Want algemeen kiesrecht: iedereen kan gaan stemmen op de verkeerde partij. De bios coop heeft de infantilisering in de hand gewerkt. En dan gaan ze heus niet naar de beste Bergman, maar een of andere lullige film.

'En het eindigt bij Big Brother. De oude Romein maakte in zo'n raar opstel van 'm een onderscheid tussen Voort gang en Vooruit gang. Dus je hebt volgens hem een slechte voort gang en een mooie vooruitgang. 'Mijn vader nam me in de jaren dertig mee naar de overkant van het IJ en dan zei hij, als er weer een nieuwe schoorsteen rookte: dat gaat goed. Misschien snoof hij die rook wel tevreden op. Het was de jaren dertig, crisis en ellende. Pas later kwam daarbij dat die fabrieken ook stonken. Zo is nou eenmaal de Heterogenie der Zwecke - welke Duitser zei dat ook alweer?'

Je hebt niet het idee dat ze tegenwoordig stapeldol zijn geworden?

'Helemaal niet. Niet stapeldoller dan vroeger. Ik geloof er niks van. Als ik dat dacht, dan hield ik ermee op. Dus ik ben heel tevreden dat Herman Brood van het dak is gesprongen, en dat Duitsland genoeg heeft van Linda de Mol.

'Daar volgt niet uit dat de mensen nu een boek gaan lezen. Ze verzinnen weer wat anders. In de jaren dertig had je het begrip massa. Daar bestond een soort angst voor. Een gezichtloze hoeveelheid mensen, voor wie John de Mol de hele dag in touw is. En die worden ook beroemd op basis van niks. Ik vind dat fascinerend, ik wijs het niet af. Elke boerenlul die niks kan wordt tegenwoordig bij de tros en de eo beroemd. Ik kijk ernaar en ik zeg: dat is toch fantastisch?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden