Held van moderniteit

Het antieke leerdicht van Lucretius bevat alles wat God verboden heeft. Volgens Stephen Greenblatt gaf het de beslissende stoot tot de Renaissance. Niet overtuigend, wel meeslepend.

Een gedicht zou voldoende zijn geweest. De rerum natura (Over de natuur van de dingen) van de Romeinse dichter Lucretius (99 v. Chr - 55 v. Chr.), herontdekt in de vijftiende eeuw, gaf het startschot van de Renaissance. Dat betoogt Stephen Greenblatt in De zwenking: zonder de herontdekking van dit stoffige manuscript in een Duitse kloosterbibliotheek zou de moderniteit totaal anders zijn verlopen.


Het is een boude stelling en Greenblatt weet hem nergens overtuigend te onderbouwen. Hij vertelt niet 'hoe de wereld modern werd', zoals de ondertitel van De zwenking wel belooft, al zouden we ons kunnen afvragen of dat überhaupt mogelijk is in één boek. Greenblatts bewijsvoering is veelal anekdotisch van aard en juist op dat vlak is hij op zijn best. Eigenlijk vertelt de Harvardprofessor één prachtige, uit de hand gelopen anekdote, die de lezer meesleept naar een tijd van orthodoxie en blasfemie, vrome zelfkastijding en pauselijke corruptie, op het breukvlak van de Middeleeuwen en de Renaissance.


De zwenking, in Nederland gekraakt door vaklui als Jona Lendering en Piet Schrijvers, is een warm en soepel geschreven boek. Het voldoet niet aan de harde criteria van de geschiedwetenschap, maar is wel een van die zeldzame boeken die het verleden werkelijk tot leven weet te brengen. Het leest soms meer als een historische roman dan als een wetenschappelijk werk. Greenblatt merkt in zijn inleiding op dat echte kunstwerken, zoals De rerum natura, ook kunnen imponeren in een matige vertaling, maar De zwenking is met veel gevoel vertaald door Arthur de Smet.


Poggio Bracciolini, pauselijk secretaris van beroep, speelt de hoofdrol. Als het boek begint, in de winter van 1417, is hij net zijn baan kwijt en is zijn meester, de paus, gevangen gezet in Heidelberg vanwege diens 'verwerpelijke en onbetamelijke leven'. Poggio zit zonder inkomsten en moet nodig terugkeren naar Italië om een nieuwe baan te zoeken. In plaats daarvan gaat hij op boekenjacht.


Alleen trekt hij door het zuiden van Duitsland, dan nog een lappendeken van vorstendommen en ministaatjes. Hij graaft in de diepste krochten van kloosters en kastelen, op zoek naar verborgen schatten. Vaak zijn ze vies van stof en modder, beschimmeld, aangevreten door wormen en bijna onleesbaar. Poggio is vooral geïnteresseerd in manuscripten van minstens vier- of vijfhonderd jaar oud. Niet dat hij terugverlangt naar die donkere tijd die de Italiaanse humanist Petrarca eerder de 'smerige midden-tijd' heeft genoemd, integendeel. Poggio veracht de Middeleeuwen, de tijd van barbarij en onwetendheid. Waar hij op hoopt, is een kopie van iets wat echt de moeite waard is, overgeschreven door een leeghoofdige monnik, maar ooit door een Grieks of Romeins wijsgeer op papyrus gezet.


Ironisch genoeg waren het juist de godvrezende monniken die het manuscript, volgens Greenblatt de 'motor van de Renaissance' die later Montaigne, Darwin, Freud en Einstein zou inspireren, behoed hadden voor de tand des tijds. In januari 1417 komt Poggio aan bij de benedictijnerabdij bij Fulda, de laatste rustplaats van Bonifatius (in 754 bij Dokkum vermoord).


Maar Poggio vindt een heel andere schat, het gedicht De rerum natura, het atheïstisch manifest van de Oudheid. Eeuwen voor Richard Dawkins (God is 'jaloers', 'homofoob', 'genocidaal', enzovoorts) en Christopher Hitchens ('religie vergiftigt alles') geloofde Lucretius dat de mens wordt gecorrumpeerd door religieuze angst. Alles wat God verboden heeft staat in zijn gedicht: dat de aarde maar een klein betekenisloos bolletje is in een heelal van ontelbaar veel atomen, dat mensen en dieren gelijkwaardig zijn, dat goden niet bestaan, dat er geen leven na de dood is en dat we dus maar beter van ons aardse leven kunnen genieten. Niet toevallig is De rerum natura het eerste hoofdstuk van Hitchens' bloemlezing The Portable Atheist.


Hoe lekker De zwenking ook wegleest, Greenblatt geeft een karikatuur van de Middeleeuwen en het christendom die al jaren geleden door andere historici is ontmaskerd. Er waren genoeg monniken bekend met Lucretius' gedicht. Het feit dat ze het al eeuwen overschreven maakt het onwaarschijnlijk dat ze diep geschokt waren toen Poggio het 'herontdekte'. Ook de atoomtheorie deed al langer de ronde. De meeste historici zijn het erover eens dat de overgang tussen de Middeleeuwen en de Renaissance beter als langzame evolutie dan een plotselinge breuk kan worden opgevat.


Maar Greenblatt kan schrijven. Hij verweeft zijn indrukwekkende eruditie met hilarische anekdotes in een boek dat talloze 'verrek, zit dat zo?' momenten bevat. Jaloerse mediëvisten zullen schamperen over een hoogleraar die zijn specialisme zo in de uitverkoop doet, hobbyisten smullen ervan.


Stephen Greenblatt: De Zwenking - Hoe de wereld modern werd.

De Bezige Bij; 352 pagina's; € 39,90.


ISBN 978 90 234 6543 0.


De natuur van de dingen van Lucretius verscheen in 2008 bij de Historische Uitgeverij in een tweetalige editie. De vertaling uit het Latijn is van Piet Schrijvers. 612 pagina's; € 49,50.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden