Hel en verdoemenis

De duivel zelf heeft een voorkeur voor de viool, maar ook een pesterig melodietje of zelfs 'Für Elise' op het juiste moment kan huiver opwekken....

'Mari-a, Ma-rí-aaaa', zingt Tony in Bernsteins West Side Story hartstochtelijk. In de Middeleeuwen zou hij ervoor zijn geroosterd, opgehangen of geradbraakt. Niet omdat hij Maria aanbad, maar omdat de tonen waarop hij dat deed bij elkaar het beruchte 'tritonus'-interval vormen: de overmatige kwart (de afstand f-b in de 'witte-toetsentoonladder' op de piano), dan wel de verminderde kwint. Of, zoals Guido van Arezzo het rond 1025 in zijn muziektractaat Micrologus verwoordde, de 'diabolus in musica'.

Dat waren nog tijden waarin de duivel in de muziek kennelijk genoeg had aan een enkel interval. Tot aan het eind van de Renaissance was het gebruik van de tritonus in de kerkelijke muziekleer ten strengste verboden en was - in de muziek althans - het zieleheil van de mens enigszins veilig gesteld. Maar zeg tegen Eva dat ze geen appel mag eten, en ze doet het. Vertel een componist wat hij niet mag, en hij zal al zijn muzikale vernuft gebruiken om toch, heel even, een heel klein beetje en soms een beetje meer de regels hier en daar wat naar zijn hand te zetten.

De duivel heeft ook in later eeuwen niet al te veel nodig. In de film Rosemary's Baby zijn Beethovens Für Elise en een onschuldig kinderlijk melodietje veel onheilspellender dan de engste griezelmuziek. Om Eva te verleiden, gebruikt Stravinsky in zijn muzikale spel The Flood (1961-'62) een heel klein pesterig melodietje en fluistert de duivel temerig een paar woordjes in Eva's oor. 'Het is een héle simpele, maar een héle mooie duivel', vindt musicoloog Elmer Schönberger, die als artistiek adviseur van het Schönberg Ensemble medeverantwoordelijk is voor de uitvoering van Het mondelinge verraad van Mauricio Kagel, dit weekeinde in Felix Meritis in Amsterdam.

Het is een bonte parade van duivels en duivelsverhalen die daar in tekst en muziek voorbijtrekt. Maar echte duivelsmuziek? Nou nee, zegt Schönberger. Hij bespeurt bij Kagel altijd wel een 'zekere opgeruimde duivelse inslag', in die zin dat de Argentijns-Duitse componist het niet kan laten te wrikken aan stijlen, conventies en idiomen. Alleen is Het mondelinge verraad daarin niet duivelser dan zijn andere stukken.

En ook Stravinsky, die de duivel toch regelmatig een prominente rol heeft toebedeeld, schrijft geen echt duivelse muziek. Natuurlijk kan hij de duivel symboliseren met het slagwerk in L'Histoire du soldat of met griezelige klavecimbelakkoorden in The Rake's Progress, maar, benadrukt Schönberger, je moet niet de boel omdraaien en zeggen dat die muziek dús duivels is. 'Zo concreet werkt muziek niet.'

Dat mag inderdaad opgaan voor de lijst klassieke muziek geïnspireerd door bijvoorbeeld Goethe's Faust. De opera's van Boito, Busoni en Gounod, de Faust Symphonie van Liszt en de Faust Ouverture van Wagner zullen nu nog weinig mensen werkelijk verontrusten. Ook de adembenemende hellerit en het pandemonium met koor in helletaal die Hector Berlioz in zijn Damnation de Faust van muziek voorzag, brengen eerder esthetisch genoegen dan moreel verval. En de tritonus in Saint-Saëns Danse macabre is allang geen misdaad meer.

Al heeft de duivel een opvallende voorkeur voor de viool, die hij - uiteraard - virtuoos weet te bespelen. Tartini's sonate voor viool en piano heeft als bijnaam de Duivelstriller, rond Paganini zweeft de mythe dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht, en de befaamde Italiaanse vioolbouwer Guarneri del Gesù maakte in 1734 een viool die 'Le violon du diable' werd genoemd. Ook modernere duivels doen het met de viool: in de film Witches of Eastwick speelt de onverklaarbaar charmante Jack Nicholson een virtuoze duivelsdans en glijden nauwelijks hoorbare flageolet-glissandi van de viool als een tintelend kippenvel over je huid.

De duivel in de klassieke muziek is, kortom, elegant, virtuoos, soms speels, soms furieus, maar zelden bedreigend. Maar in popgenres als heavy metal en shockrock dreunen hel en verdoemenis met ruim honderd decibel geluidssterkte onontkoombaar naderbij. Een enkele dissonant is helemaal niets in vergelijking met het geweld dat met gierende gitaren uit de boxen scheurt. Robert Johnson liet in 1937 de wereld schrikken in Me And The Devil Blues, een halve eeuw later maakte Frank Zappa zich in Titties 'n Beer vrolijk over een duivel die de zielehandel niet helemaal over z'n hart kon verkrijgen. Het zijn, net als in de klassieke muziek, toch nog altijd verhalen over de duivel, die vaak ook nog z'n vet krijgt. Groepen als Black Sabbath en Slayer vereenzelvigen zich met hun satan en belijden duivelsverering in muziek en vormgeving. Bij sommigen gaat die voorliefde gepaard met vervaarlijk zwarte kledij, heftige make-up en zelfs bloederige praktijken op het podium.

Nijvere bijbelprekers waarschuwden jaren geleden al voor demonische boodschappen die te horen zouden zijn wanneer sommige popnummers achterstevoren zouden worden afgespeeld. Een nogal omslachtige methode lijkt het, als je op internet leest op welke veel eenvoudiger manier de duivel tot ons kan doordringen. 'Muziek heeft macht, ten goede en ten kwade!', waarschuwt pastoor David Brown op de Logos Resource Pages (zoekwoorden 'devil' en 'music'). Vooral de beat, aldus deze pastor, is het middel van de duivel, want een snelle puls roept in het lichaam chemische reacties op die letterlijk een kick geven en zo ook een vorm van verslaving kunnen veroorzaken. 'Rockmuziek is de advocaat van de duivel', waarschuwt een andere site, met een stevige inventaris van duivelaanbiddende songteksten.

Het zijn niet alleen de streng christelijke hoeders die in deze tak van muziek een daadwerkelijke bedreiging zien. Marilyn Manson, de nummer één onder de satanverheerlijkers en in de Verenigde Staten razend populair bij een voornamelijk bloedjong publiek, is ook het kopstuk in de discussie over pop en geweld. Zijn boze, harde metalvariant van de jaren zeventig glamrock zou jongeren aanzetten tot geweld. Inderdaad bleken de twee jongens (17 en 18 jaar) die in 1999 in de VS op een school in Littleton een bloedbad aanrichtten, fans van onder anderen Manson. En de 19-jarige Duitse scholier die drie weken geleden op een gymnasium in Erfurt zestien mensen en zichzelf doodde, deed inspiratie op bij de heavy-metalband Slipknot.

Die goeie oude tritonus is er de onschuld zelve bij. En Tony uit West Side Story? Die ging ook dood. Maar dat kwam niet door z'n liedje. Hij werd gewoon op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats verliefd op het verkeerde meisje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden