Heitings paprika glanst in volle glorie

Etienne Carjats portret uit 1862 van Charles Baudelaire hangt er, de migrantenmoeder met haar twee kinderen die Dorothea Lange in 1936 in Californië fotografeerde, Man Rays Kiki (1926), de oude moeder van Alexander Rodchenko, in 1924 ingespannen turend door het glas van een opgevouwen brilletje dat ze voor haar gezicht...

De Duitse, in Amsterdam wonende, verzamelaar Heiting (1943) bezit een van de indrukwekkendste particuliere fotocollecties ter wereld, met meer dan vijfduizend vintage-afdrukken vanaf de uitvinding van de fotografie in 1839 tot nu. Hij verzamelt, zegt Heiting, op 'auteur en geschiedenis': hij zoekt naar het belangrijkste werk van beeldbepalende fotografen. 'Ik wil een afspiegeling geven van een tijdperk'.

Uit Heitings enorme collectie, waaruit internationale musea al vaker putten voor overzichtstentoonstellingen, koos het Rijksmuseum de stillevens en portretten - de klassieke thema's uit de schilderkunst, omdat, zegt samenstelster en conservator fotografie Mattie Boom, 'wij een klassiek museum zijn'.

Klassiek en een beetje deftig is de tentoonstelling, met zijn grote namen, zijn gedempte licht, de keurige rangschikking - links stillevens, rechts portretten - van de foto's, de nadruk op het bekijken van elk beeld afzonderlijk, het zwarte gordijntje waarachter een van de oudste, meest kwetsbare foto's, Talbots Articles of Glass uit 1843, verscholen hangt.

De inmiddels peperdure bloemenstudies van Charles Aubry, van Karl Blossfeldt, van Adolphe Braun, dienden als studiemateriaal voor textielontwerpers of industriële tekenaars, dat ze rond slingerden in ateliers, en in de leslokalen van kunstnijverheidscholen - je bent geneigd de vormgevers, de leerlingen over het gat van de tijd heen toe te roepen en ze te manen tot voorzichtigheid.

Hoe de fotografie in de begintijd beïnvloed werd door de schilderkunst is mooi te zien aan de stillevens in de eerste zaal. Foto's als Charles Nègres Stilleven met gevogelte, een unicum uit 1855, Eugène Cuveliers Stilleven met dode haas (1855) of het anonieme Franse Jachtstilleven uit 1860 zijn gemodelleerd naar stillevens zoals schilders die maakten.

Hoewel er recent werk te zien is - De twee matrozen van Pierre et Gilles uit 1993, het stilleven VI 73 van Claus Goedicke uit 1998 - ligt de nadruk op de oudere fotografie, zoals ook in Heitings collectie. 'Ik heb een reeks portretten van Julia Margaret Cameron en van August Sander, maar van Thomas Ruff heb ik er maar twee, maar die zijn dan ook heel groot, tot wel 2,5 meter.' Cameron fotografeerde eind negentiende eeuw, Sander begin twintigste, Ruff nu. 'Hedendaagse portretten ontbreken hier een beetje, ook vanwege ruimtegebrek.'

Ze worden niet werkelijk gemist - het mooiste van deze tentoonstelling is de kwaliteit van de beelden. Heiting verzamelt vintage-afdrukken, afdrukken die zijn gemaakt door de fotograaf zelf, of zijn vaste drukker, in dezelfde tijd als de foto gemaakt is. Op reproducties, ook in de zeer verzorgde, gebonden catalogus, vallen nuances weg die in het prentenkabinet in hun volle glorie te zien zijn, zoals het zachte glanzen van de abstracte paprika (Pepper #30) die Edward Weston in 1930 even nauwkeurig fotografeerde als afdrukte, of de doffe gloed van Jaromír Funkes metalen Borden (1923).

En op geen reproductie is te zien wat zich in het prentenkabinet zo mooi laat vergelijken: hoe de verschillen in papier en in druk het resultaat beïnvloeden. Bijna tegenover elkaar hangen de sigarettenpeuken van Irving Penn en een Parijse foto van Ed van der Elsken. Penn gebruikte voor zijn sterk uitvergrote peuken (Cigarette 125, New York, 1974) platinapapier, waarop het grijs van de as zichtbaar wordt in al zijn nuances.

Van der Elsken drukte zijn Pierre et Paulette uit 1951 (een foto opgenomen in Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés) af als ontwikkelgelatinezilverdruk, een techniek die minder grijstinten laat zien en de foto's contrastrijk en krachtig maakt, passend bij Van der Elskens stijl.

Heiting is blij met de tentoonstelling. Hij vindt dat musea meer moeite mogen doen voor fotografie. 'Tegenwoordig is fotografie belangrijk in het kader van de beeldende kunst. Het wordt gemaakt voor musea en galeries, niet voor verzamelaars. Musea willen Nan Goldin en Rineke Dijkstra, fotografen van wie je precies weet wat ze hebben gemaakt en waar het is. Maar bij iemand als Ed van der Elsken weet niemand wat hij maakte, hoeveel afdrukken hij maakte, waar alles is. Dat te achterhalen is werk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden