Heimwee naar Nkrumah

Vijftig jaar vrijheid heeft de Afrikaanse landen weinig goeds gebracht. Hoe kon de droom van een verenigd Afrika uiteenspatten, vragen Afrikaanse intellectuelen zich af. 'Ooit zullen we onze eigen vredesproblemen oplossen.'Door Wim Bossema

Wie somber wil zijn over hoe Afrika er na vijftig jaar onafhankelijkheid voorstaat, kan een bezoekje brengen aan de krottenwijk Ashaiman aan de rand van de Ghanese hoofdstad Accra. Die bestaat ook vijftig jaar. Op een hete woensdagmiddag is het er druk op de stoffige zandwegen vol kuilen tussen de opeengepakte bouwsels van hout en plastic. De geur van bederf, latrines en open riolen. Vrouwen verkopen eten dat ze voor hun krot laten pruttelen op eenvuurtje. Kippen en honden zoeken wat eetbaars in hoopjes vuilnis. Een oude man klaagt dat hij geen werk geeft, wel honger, maar 'misschien drink ik ook wel te veel'.


In Ashaiman is ook een man die de bezoeker van al te veel spleen kan genezen: Farouk Braimah. Als de regering niets doet voor de sloppenwijkbewoners moeten ze het zelf doen, met een beetje hulp van vrienden als zijn club People's Dialogue. Hij laat een nieuw gebouw zien, van steen en cement, midden in de wijk. Betaald uit een spaarpot van het buurtcomité en donaties van buitenlandse organisaties. De wooneenheden zijn niet groot, maar hebben water, een toilet en douche, elektriciteit. Het gebouw telt vier verdiepingen en spaart dus ruimte, zegt Farouk. Op de begane grond zijn kleine winkels. De krotten die hier stonden, zijn afgebroken. De bewoners zitten in een tijdelijke keet. Zo zullen langzaam maar zeker alle krotten plaatsmaken voor stenen huizen, voorspelt Farouk.


In een van de krotwoningen wordt een vrouw ondervraagd door een enquêteur van People's Dialogue - gegevens verzamelen is een actiemiddel voor lobbyen bij het stadsbestuur. De vrouw wil de vragen wel beantwoorden, omdat ze hoopt op een stenen huis, zegt ze. Deze woning kreeg ze van haar moeder; haar ouders bouwden het een halve eeuw geleden. Binnen staat een flinke koelkast, en zij en haar man hebben het zich zo comfortabel mogelijk gemaakt. Maar houten huizen zijn zo gehorig, zo warm en gaan zo gauw stuk in de plensbuien.


De krottenwijk ontstond in de eerste jaren na de onafhankelijkheid, vertelt Farouk. Toen verplaatste de eerste president, Kwame Nkrumah, de haven van Accra naar de oostkant van de stad. De havenarbeiders verhuisden mee. Werkzoekenden kwamen uit het binnenland naar Ashaiman en bouwden hun hutten. Aan de levensomstandigheden is in vijftig jaar weinig verbeterd.


In 1960 werden twintig koloniën in Afrika onafhankelijk. In veel van die landen wordt dit jaar die halve eeuw vrijheid gevierd. Bijvoorbeeld die van Congo, waaraan in oud-koloniaal moederland België grote tentoonstellingen en een reeks boeken werden gewijd. Afrika-kenners in het Westen wijdden pessimistisch getoonzette beschouwingen aan de Afrikaanse onafhankelijkheid. Maar hoe kijken de Afrikaanse academici er zelf tegenaan? Zij hebben een organisatie, Codesria met het hoofdkantoor in de Senegalese hoofdstad Dakar; dat organiseerde onlangs een symposium op de Universiteit van Ghana in Accra met als titel: De droom, de werkelijkheid: een balans van de Afrikaanse onafhankelijkheid.


Trots en welvarend

Ghana werd al in 1957 onafhankelijk. Toch is dit wel de goede plaats voor dit symposium: Ghana was de eerste Britse kolonie in Afrika die zich losmaakte. Bovendien kwam Kwame Nkrumah hiervandaan. Hij was misschien wel de bekendste leider van de nationalistische bewegingen in Afrika. Hij vertolkte de droom van trotse, welvarende en socialistische onafhankelijke landen. Hij was de grote pleitbezorger van het panafrikanisme, de droom van één groot verenigd Afrika.


Nkrumah is tevens het symbool van de teloorgang van die droom: al in 1966 werd hij door militairen in een bloedeloze coup afgezet, terwijl hij op reis was. Zijn populariteit had hij toen al verspeeld door stakingen hard neer te slaan, politieke tegenstanders op te laten sluiten, de éénpartijstaat in te voeren en miljoenen te verspillen aan wat gezien werd als prestigeprojecten.


Toch heerste op het symposium de heimwee naar Nkrumah, die in 1972 stierf aan kanker in een Roemeens ziekenhuis. Hij had niet zo ongeduldig moeten zijn en het was jammer dat hij zo autoritair werd, maar na de coup werd het alleen maar veel erger met de repressie en armoede in Ghana.


Elders in Afrika waren ook coups en tegencoups, burgeroorlogen, en imploderende staten. De liberalisering onder invloed van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de jaren tachtig leek aanvankelijk een nieuwe economische impuls te geven, maar weldra bleken de effecten desastreus voor onderwijs, gezondheidszorg en de levensstandaard van de armen. Vanaf begin jaren negentig (na de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog) ging het ene na het andere land over tot de opheffing van de eenpartijstaat. Er werden verkiezingen gehouden in de meeste Afrikaanse staten. Dat zagen de academici op het symposium wel als een vooruitgang, maar de kwaliteit van de democratie vonden ze beklagenswaardig. De politici missen visie en aanzien. Op het symposium werd die scepsis vertaald in de retorische vraag: waar is de hedendaagse Kwame Nkrumah?


Goede vraag op een vreemde plek, vond gastspreker Kofi Awoonor, schrijver, oud-minister onder Jerry Rawlings en 'eeuwige student van de geschriften van Nkrumah'. Was Nkrumah niet in het vuilnisvat gesmeten hier op de Universiteit van Ghana-Legon? Tijdens het regime van Rawlings (1982-1996 militair, daarna nog vier jaar als gekozen president) werd Nkrumah postuum gerehabiliteerd - maar niet op de universiteit. Op Amerikaanse universiteiten leren studenten meer over Nkrumah dan in Ghana.


Helemaal terecht was dit geschamper niet. Vorig jaar is er een Kwame Nkrumah-leerstoel in het leven geroepen. Het gehele land vierde de afgelopen twaalf maanden het 100ste geboortejaar van de ooit zo verguisde 'vader van de natie'. Het monument met het mausoleum van Nkrumah is een toeristische trekpleister.


Anyidoho, een zestiger met baardje en ook dichter, sprak na Awoonor. Hij erkende dat op de campus de boeken van Nkrumah werden verbrand na de coup en dat zijn beeld hier werd omgetrokken. Hij vond het jammer dat er zo weinig studenten naar het symposium waren gekomen.


Later, buiten de conferentiezaal, zei Anyidoho: 'Het ligt niet aan die jongeren, maar aan de ons de docenten.' Ze waren wel massaal naar de muziek gekomen, zei hij. De avond ervoor waren er swingende concerten op de campus ter ere van het Nkrumah Festival. Alle stromingen kwamen langs: een religieus koor, een highlife-band (de populaire Ghanese muziek uit de jaren vijftig en zestig), Ghanese hiphop. Inderdaad, veel enthousiaste studenten.


Bidden en zingen

Maar eerlijk gezegd was de universiteit nauwelijks ontwaakt uit een winterslaap van veertig jaar, zei Anyihodo. Zo weinig inspiratie putten studenten uit de colleges dat ze zich massaal bij christelijke sekten hadden aangesloten. 's Avonds zitten ze in kerken te bidden en te zingen in plaats van boeken te bestuderen.'


Het was om moedeloos van te worden, deze bijeenkomsten in een protserig gebouw met gouden pilaren uit de tijd van Nkrumah, die volgens de professor zelf het bijbehorende torentje had geschonken, bekroond met een zwarte ster - het symbool van de onafhankelijkheid. Van de goede ideeën van vijftig jaar geleden was niets terecht gekomen.


Eén voorbeeld: Nkrumah's voorstel om een Afrikaans leger op te richten. Voor dit onderwerp was nu eens geen academische onderzoeker uitgenodigd, maar een man uit de praktijk: Henry Anyidoho, tot juni ondercommandant van de vredestroepen van de Afrikaanse Unie in Darfur. 'Er is nog steeds geen uitzicht op dat Nkrumahs voorstel werkelijkheid wordt', zei hij met spijt in zijn stem. Met een eigen interventiemacht van de Afrikaanse Unie was het misschien anders gelopen; nu moest hij leiding geven aan door lidstaten geleverde soldaten, 'die werden betaald uit de zak van iemand anders', de westerse regeringen. Ze konden zo weinig uitrichten dat de Verenigde Naties de zaak moesten overnemen. Toch zei de generaal: 'Ik blijf de droom koesteren dat we ooit onze eigen vredesproblemen kunnen oplossen.'


Misschien waren er elders op de campus hoopgevender verhalen te vinden. Bij het hoofd van het Instituut voor Afrikaanse Studies misschien, Akosua Adomako Ampofo? Zij heeft veel onderzoek gedaan naar de veranderende man-vrouwverhoudingen in Ghana.


De vrouwen aan de macht, dat zou wel eens de sleutel tot echte verandering kunnen zijn. Er zijn donororganisaties die aleen nog maar met vrouwengroepen willen werken. Met hoop en bewondering wordt gekeken naar de eerste vrouwelijke president van Afrika, Ellen Johnson-Sirleaf die Liberia weer tot leven wekt na gruwelijke burgeroorlogen. In het bedrijfsleven dringen steeds meer vrouwen door naar de top, op de universiteiten eveneens.


Wat er in de man-vrouwverhouding was verbeterd in de afgelopen halve eeuw? 'Nou, eigenlijk was Nkrumah indertijd zo slecht nog niet, zegt Ampofo. 'Hij pleitte voor vrouwen in de politiek, zorgde dat vrouwen in het parlement zaten. De mannelijke politici van nu hebben het daarentegen nog steeds niet begrepen.'


Wat niet? 'Net als veel andere mannen zijn ze blind voor al de kwaliteit die vrouwen te bieden hebben. Ze zien vrouwen als een risicofactor bij verkiezingscampagnes - kiezers willen een Sterke Man, denken ze. Als vrouw in de politiek moet je heel sterk zijn: je doet het altijd verkeerd bij de mannen, als je succes hebt zijn ze jaloers.'


Feministisch activisme

Op de universiteit is zij een van de weinige vrouwen met macht, al leidt ze dan wel een van de belangrijkste instituten. Dus ze wou maar zeggen: vrouwen rammelen aan de poorten, maar het is veel te vroeg om victorie te kraaien. Zij komt voort uit de vrouwenstudies, na een opleiding als architect. Haar ouders waren echte nkrumahisten, maar zij bekeerde zich in 1980 tot het christendom. Haar kerkgang combineert ze moeiteloos met haar feministische activisme, zei ze. Haar eigen onderzoek richt zich steeds meer op mannen: ze schreef over 'fallische competentie en vaderschap', over 'mannelijkheid en huiselijk geweld'.


Mannen in Afrika hebben het almaar moeilijker gekregen om aan de eisen van de cultuur te voldoen, zei ze. 'Het is niet eenvoudig kostwinner te zijn. Dat was voeger misschien makkelijk, toen ze uit jagen gingen, maar nu niet meer. De economische crisis heeft de man-vrouwverhoudingen verder op scherp gezet. Vrouwen maken hun falende mannen verwijten. Die mannen slaan erop uit frustratie en vernedering. Ze kunnen niet zeggen: ik blijf wel thuis en voed de kinderen op - dan worden ze uitgelachen. Vrouwen die mannenrollen op zich nemen, krijgen juist volop lof. Maar de druk op werkende vrouwen wordt door de crisis vaak ondraaglijk groot. We zien een explosie in psychische gezondheidsproblemen bij vrouwen. Dat vertaalt zich in huiselijk geweld door vrouwen tegen kinderen en bejaarden.'


Het is zeker waar dat jonge vrouwen mondiger zijn geworden, zei Adomako Ampofo, en vaak betere studieresultaten halen. Ze merkt het op de universiteit in de werkgroepen die ze leidt. Vroeger waren de meiden vaak timide tegenover de jongens met hun grote mond, maar die tijd is voorbij. Zodra een mannelijke student een opmerking plaatst, wordt hij neergesabeld door de studentes. Een paar jaar geleden had ze bij toeval een werkgroep met alleen jongens - en toen liep alles anders. 'Ze deden niet meer stoer. Begonnen vrijuit te spreken. Ik besefte toen hoe zij in de verdrukking zitten, niet kunnen voldoen aan de verwachtingen van hun ouders, docenten, vriendinnen de samenleving.'


Die druk om macho voor de dag te komen is de vloek van Afrika, zei ze. Een bron van corruptie, vriendjespolitiek en geweld. Vrouwen die doorstoten moeten bijna wel aan diezelfde machocultuur voldoen. 'Trouwens mevrouw Clinton in Amerika ook.' En mannen die een 'vrouwelijker' manier van leidinggeven hebben, krijgen kritiek. 'We hebben nu een president, Atta Mills, die veel te zachtaardig wordt gevonden. Hij wordt belachelijk gemaakt, geen echte Man.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden