Heimwee naar gevangenis in Jakarta

De daders werden aan de nationale en internationale media gepresenteerd, en de politiemannen kregen promotie. De straffen waren navenant. Nicolaas, die zelfs volgens de rechtbank maar een ondergeschikte rol speelde, kreeg ‘slechts’ levenslang, maar in cassatie maakte het Hooggerechtshof daar toch de doodstraf van....

Allebei hebben ze hun cassatie gehad, en nu zijn ze bijna uitgeprocedeerd. Dick Nicolaas en Ang Kiem Soei kunnen alleen nog een ‘revisie’ aanvragen, een herziening van het proces, maar de kans dat dat lukt is klein.

Ang Kiem Soei: ‘Juridische argumenten tellen hier niet. De rechtbank is nooit ingegaan op de argumenten van mijn advocaten. Die werden met één woord van tafel geveegd: menolak, afgewezen.’

Nicolaas: ‘Ik las in de krant dat ik de doodstraf had gekregen. Dat is nu drie maanden geleden, maar mijn advocaat heeft sindsdien nog niet eens de motivering van het vonnis gekregen.’

Dinsdag is een nieuw sprankje hoop gedoofd. Het Constitutionele Hof van Indonesië heeft dinsdag bepaald dat de doodstraf niet in strijd is met de grondwet. Drie ter dood veroordeelde Australiërs hadden de doodstraf bij het Hof aangevochten. De Indonesische grondwet waarborgt het ‘recht op leven’ en de doodstraf zou daar haaks op staan. Volgens het hof zijn er ‘grenzen aan het recht op leven’.

Het Hof heeft zijn vingers niet willen branden. Een verbod op de doodstraf zou uiterst gevoelig zijn geweest. Niet vanwege de drugsdealers, maar vanwege drie moslimterroristen die in 2002 ruim tweehonderd mensen doodden in een bomaanslag op Bali. De executie van die drie wordt al jaren vooruitgeschoven. Afstel zou tot grote woede hebben geleid op Bali. De doodstraf van Kiem en Nicolaas lijkt dus niet meer te veranderen.

De isolatie op Nusakambangan is bijna compleet. Bezoek moet een tijdrovende procedure doorlopen en er vervolgens vanuit Jakarta twee dagreizen voor over hebben om hier te komen. Binnen in de gevangenis is elk contact met de buitenwereld onmogelijk. Midden in het complex staat de jammer, de stoorzender die het mobiele telefoonnet uitschakelt.

Nicolaas: ‘Alleen als de stroom uitvalt en dat ding het niet doet, kunnen wij even bellen. Dat betekent een extra isolatie voor ons. Er is niet eens een openbare telefoon. Niks.’

De twee gevangenen missen hun oude gevangenis, in Cipinang, Jakarta. Ang Kiem Soei had daar een laptop en zijn ‘hiv-project’, waarin hij met hiv besmette gevangenen zijn pillen liet slikken. Iedereen had telefoon. Dick Nicolaas droomde van breedband internet. Hij vond rust bij het vooruitzicht dat hij met een laptop het contact met Nederland kon onderhouden, en misschien zelfs weer zijn werk als vertaler kon oppakken. Dat maakte de dreiging van een langdurige gevangenschap draaglijk.

Daaraan is een hardhandig einde gemaakt. Nicolaas: ‘Op een avond kwamen ze naar binnen. Wij moesten ons uitkleden. Ik kreeg een zak over mijn hoofd en die werd dichtgeplakt met van die zware tape. Aan handen en voeten kregen we zware kettingen. Wij werden met vijf gevangen aan elkaar geketend. Met geweren in de rug moesten we lopen. Ze sloegen mensen met geweerkolven. We werden weggevoerd als beesten. Al onze bezittingen – laptops, koelkasten, televisies, boeken – zijn ons afgenomen. Zelfs de brieven van mijn kinderen. Dat vind ik nog het ergste. Die zijn onvervangbaar.’

Geblinddoekt en geboeid, als levensgevaarlijke terroristen, werden zij naar ‘Pasir Putih’ gebracht. Zij hebben geen idee hoe de omgeving er hier uitziet. Zij ruiken de zee, maar hebben het strand, dat 200 meter verderop ligt, nooit gezien. Het enige uitzicht dat zij hebben is de hemel, en de groene binnenplaats waar zij hun rondjes rennen.

Gezond en fit blijven is bijna een obsessie voor deze mannen. Nicolaas: ‘Er is hier geen dokter. Nou ja, er is er een voor vijf gevangenissen. Die heeft niet eens een dokterstas, alleen een stethoscoop uit de speelgoedwinkel. Medicijnen heeft hij ook niet. Die koopt hij op het vasteland, als je hem betaalt. Als je hier iets krijgt, ben je er geweest. Dan ga je dood.’

Ang Kiem Soei lijkt zich met zijn verblijf in de gevangenis te hebben verzoend. Hij droomt niet meer van de vrijheid. Het enige wat hij hoopt is dat hij nog eens teruggeplaatst wordt naar Jakarta, zodat hij daar zijn medicijnproject kan voortzetten.

Nicolaas zit ‘pas’ twee jaar vast, en heeft de moed nog niet verloren. In Nederland is een advocaat met zijn zaak bezig, misschien kan de Tweede Kamer nog wat doen, denkt hij. ‘Als je niets doet, blijf je hier voor eeuwig zitten.’

Hij put hoop uit zijn Franse medeveroordeelde Serge, die samen met hem werd opgepakt. ‘Over hem heeft een groot verhaal in Paris Match gestaan, en ze maken nu een film over zijn leven. De Franse regering steunt dat van harte, en oefent ook een hoop druk uit op de mensen hier. Heel anders dan de Nederlanders. Die geven hier per jaar 800 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld, maar durven niets te zeggen. Ze zeggen dat zij het via stille diplomatie proberen, maar wat heeft dat tot nu toe opgeleverd?’

Hij negeert het bordje ‘verboden te roken’ en steekt voor de ogen van de bewaker zijn zoveelste sigaret op. ‘Het ergste is dat je je familie niet kunt zien. Je kunt er niet zijn als er iets met ze gebeurt. Dat is vreselijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden