Heimwee naar de toekomst

'Mijn land leeft, er wonen mensen, het functioneert, maar we hebben geen enkel idee omtrent onze eigen toekomst. We hebben altijd veel moeite gehad om onszelf te zijn, maar op dit moment zijn we van alles en iedereen afhankelijk.' Deze ontboezeming zou van Nederlandse makelij kunnen zijn, maar ze is...

Aan het eind van de middag haalt Luisa Costa Gomes de kinderen van school en brengt mij terug naar de veerpont over de Taag. Rijdend langs die kale woonkazernes met door de zon verbleekte muurtekeningen van de communistische partij zegt zij: 'Freud sprak over normal unglücklich, een mooie term. Ik zou willen zeggen: wij Portugezen zijn ''normaal ongelukkig''. Gewoon ongelukkig. Dat is verre van ondraaglijk, het kan zelfs heel plezierig zijn.'

Domweg ongelukkig, denk ik, en vertel haar waar de Dapperstraat ligt. Of gaf zij een andere uitleg van dat onvertaalbare woord saudade: pijn die vreugde, vreugde die pijn brengt?

Eerder die middag had ze verteld dat bij een recent onderzoek de Portugezen het minst, de Nederlanders het meest gelukkige volk van Europa bleken te zijn. 'Afgrijselijk als je ziet wat Portugezen vinden en denken. Wij zijn reactionair, racistisch, en van scholen willen wij allereerst dat zij kinderen leren te gehoorzamen.'

Dan wordt het misschien tijd om te emigreren, zei ik.

'Nee, ik ben weg geweest, maar had zo'n heimwee. Dit is het mooiste, fijnste land ter wereld. Nooit wil ik meer weg. Ik houd van Portugal. Wij hebben geen oorlog, geen honger, geen geweld op straat. En we hebben geen haast.'

Wij nemen afscheid en in de krantenkiosk zit een oud vrouwtje onbedaarlijk te huilen. Haar tranen vallen op de avondbladen en lieve woorden van de klanten laten haar glimlachen door de tranen heen.

Op de doorleefde, roestige boot wordt weinig gesproken. Mensen kijken voor zich uit en luisteren naar de melancholieke deuntjes die een jongetje op zijn harmonica speelt. Aan de overkant rust Lissabon in een prachtig, gefilterd licht. Op het dek staat een bleke jongen te vrijen met een giechelend negermeisje. Uit Angola of Mozambique?

'Portugal is anders', had Luisa Costa Gomes gezegd. Zij is schrijfster, haar bekroonde roman Het leven van Ramon, een verhaal over het leven van een middeleeuwse monnik en mysticus, is in het Nederlands vertaald. 'Je voelt het meteen als je iets typisch Portugees ziet. Wij pijnigen ons het hoofd met de vraag wat het is, maar we vinden het nooit. Misschien is het wel helemaal niets, is het hol en leeg. Wij zijn onzeker, altijd bang voor de vijand die ons land binnenvalt.

'De zon, het weer, heeft invloed op ons leven. We zijn gevormd door de godsdienst, de inquisitie, de onderdrukking, de armoe. En de ontdekkingsreizen. Onze geschiedenis dragen wij mee als een zwaar anker.'

Inderdaad, zo schijnt het te zijn. Een anker. De in Zuid-Frankrijk wonende essayist en hoogleraar aan de universiteit van Nice, Eduardo Lourenço, zegt dat tot op de dag van vandaag Portugal het gevoel heeft dat zijn voortbestaan gegarandeerd wordt door een hogere macht, als de hand van God. Misschien daarom dat de Braziliaanse socioloog Gilberto Freire gelooft dat het oude moederland zijn uiterste best blijft doen om tot de grote mogendheden van Europa te behoren, 'in plaats van zich als Nederland te conformeren aan eerzaam weduwschap'.

Op een mooie februari-avond neemt de dichter en bankier Casimiro de Brito mij mee uit eten in de oude wijk Bairro Alto en hij zegt: 'Wij houden ons meer bezig met de mythe dan met de geschiedenis.'

Hij vertelt over Vasco da Gama, wiens ontdekkingsreizen in het nog altijd prachtige episch gedicht de Lusiaden zijn beschreven door de grote dichter Luis Camois (1525-1580), die zelf ook als een Homerus de wereld rond zwierf. Om Camois te kunnen lezen leerde Erasmus Portugees. De sterfdag van Camois, 10 juni, is Portugals nationale feestdag. Is het niet mooi, je nationale dag te wijden aan een man die 's lands grote daden verhief tot een mythische fantasie?

De dichter-bankier moet lachen en wandelend naar het restaurant geeft hij, tot vermaak van de passanten in de nauwe straatjes, college. De achter hem aan huppelende verslaggever noteert ijverig: 'De ontdekkingsreizigers wilden de volkeren ontmoeten over wie zij gehoord hadden, zij wilden de beschaving uitdragen, de werelden met elkaar verbinden, maar zij konden niet, als de Nederlanders later, veroveren. Zij zochten iets, maar wisten niet wat. Amerikanen gaan recht op hun doel af, de Fransen komen er via een elegante omweg, wij verkiezen de doolhof waarin we verdwalen. Wij wantrouwen wat duidelijk is, wij houden van het vage.'

Aan tafel vertelt hij dat hij in Duitsland heeft gewoond. Toen de airconditioning het niet deed, begrepen Duitse experts niet goed wat er fout was. 'Vervolgens vroeg ik een Portugese elektricien die ik kende, om eens te komen kijken. Hij bleef net zo lang prutsen tot hij het op de een of andere manier voor elkaar kreeg. Hoe wist hij ook niet, maar dat is de kunst. Improviserend door het leven gaan, zonder planning. Het is niet perfect, maar meer dan voldoende. Daar nemen wij vrede mee.'

Wij eten van onze vis en hij zegt als bankier met Europese overtuiging: 'Het is heel belangrijk dat Portugal zich aanpast, maar langzaam. Het gaat nu te snel en dan zeggen wij: ''De wetten beklijven niet.'' Portugezen zijn heel bedreven in het negeren van wetten.'

Casimiro de Brito spreekt rustig, zonder enige vorm van triomf in zijn stem. 'Natuurlijk weten we dat alle politici corrupt zijn, dat ze naar Brussel gaan om hun zakken te vullen, maar het is kleine corruptie. Portugal kent geen mafia en daarom is het draaglijk. Wij lijden niet te zwaar.'

Keer op keer benadrukt hij het woord 'zacht'. Het zachte klimaat, het zachtaardige karakter ('maar we kunnen ook heel wreed zijn'), de zachte klank van de taal en de zachte zee.

'Toch hebben we ons als enigen op het Iberisch schiereiland staande weten te houden tegen de luidruchtige Spanjaarden. Wij zijn door hen ingesloten, wij zijn een uithoek van Europa, maar hebben de zee als uitweg. De zee is voor ons een vriendin, je moet haar goed kennen, want ze kan gevaarlijk en verraderlijk zijn. Jullie zagen de zee als een vijand die je moest overwinnen. Onze zee is blauw, die van jullie grijs. Wij zeggen: we gaan naar zee. En dat betekent, we zullen wel zien. Zo gingen wij ook naar Europa: we zullen wel zien.'

Hij kijkt me aan, aait zijn jonge vrouw lieflijk over de hand en zegt: 'Wij hadden de kerk, we hadden Salazar en mochten nooit zeggen wat wij dachten, doen wat wij wilden. Portugezen zijn niet concreet, onze filosofen zitten hoog in de mist, de Verlichting is aan ons voorbijgegaan. Een Voltaire hebben wij nooit gekend.'

Bij het verlaten van het restaurant lopen wij langs een schaal met glimmende sinaasappelen: 'Wij hadden zulke lekkere sinaasappelen, klein en niet zo mooi, maar heerlijk. Nu zijn ze groot en smakeloos, net als jullie tomaten.' In de grote supermarkten liggen, vrijwel exclusief, de Hollandse tomaten. 'Jammer, al die plastic vruchten, die oprukkende plastic maatschappij. Maar Portugal zal zijn ziel bewaren. Portugal gaat niet dood.'

José Saramago, de beroemde schrijver, heeft pas in een interview gezegd dat Portugal dood is. Saramago, zei ieder die ik ernaar vroeg, is een teleurgestelde communist, woont niet in Portugal en is getrouwd met een Spaanse vrouw die geen Portugees wil spreken: 'Uit Spanje komen geen goede winden, geen goede huwelijken.

DE volgende ochtend is Lissabon weer een bedrijvige stad met de grote Amerikaanse en Europese banken. Op een oud groen trammetje staat reclame van de Bank van Macau. Camois was op Macau, het eiland dat wij van Slauerhoff kennen. Camois zag er het Eiland van de Grote Liefde.

De voorspelde verkeersopstoppingen vallen mee: 'Eind van de maand, de mensen hebben geen geld meer voor benzine. Het is duidelijk te merken', zegt een Nederlandse die al jaren in Lissabon woont. Zij vertelt over de snelle stijging van de welvaart, de realiteitszin en het enthousiasme van de jongeren. 'Nederlandse vestigingen zijn heel tevreden over de Portugese arbeiders.' Jarenlang was arbeid Portugals voornaamste exportartikel. De besten, zei men, vertrokken, de minsten bleven achter. Ze keren allemaal terug om het marmeren huis van hun dromen te bouwen. Maar na al die jaren zwoegen in koude landen, zijn ze hun vrienden ontgroeid, hun kinderen kwamen niet mee. Die werden Fransman, Belg of Duitser.

Almeida Faria heeft plezier. Hij is schrijver, essayist en hoogleraar filosofie aan de Nieuwe Universiteit van Lissabon. 'De noordelijke arbeidsethiek is ons vreemd. Arbeid adelt niet. Werk is voor mensen die niet anders kunnen, zeggen wij. Wij zijn passief, wij wachten. Nu komt het geld in bakken binnen uit Brussel, maar de stroom droogt op en je ziet zowel links als rechts dat men zich tegen Europa gaat keren. Je hoort zelfs zeggen: wij hebben Europa niet nodig, Europa heeft ons nodig.'

Almeida Faria is een waarachtig Europeaan, gaat gekleed als een Engelse gentleman op weg naar het cricketveld, werd geboren in het verschroeide land van het 'heidense' Alentejo, is getrouwd met een Duitse, werd gevormd door de Europese denkers en is ervan overtuigd dat de Portugezen blijven denken dat op een dag alles in orde zal komen.

Zijn jongste roman, O conquistador, is een erotische parodie op de mythe van Sebastiaan, de in 1578 op het slagveld tegen de Moren gesneuvelde koning, die eens als de Verlosser zal terugkeren. 'Pas toen ik al die felle reacties op mijn boek kreeg, begreep ik hoe sterk die mythe nog leeft, ook al wordt het in alle toonaarden ontkend.'

Camois heeft zijn Lusiaden opgedragen aan koning Sebastiaan, en Fernando Pessoa, de grootste Portugese dichter van deze eeuw, schreef: 'Sebastiaan is Portugal'. Als de 'Lang Verwachte' terugkeert zullen de Portugezen hun nieuwe wereldrijk stichten, geen rijk gebaseerd op geld en macht, maar een rijk van de geest. 'En ons ras zal op zoek gaan naar een nieuw Indië, aan boord van schepen die gemaakt zijn van wat dromen maakt', schreef Pessoa. Eduardo Lourenço schrijft vanuit Zuid-Frankrijk over 'een verlangen naar een verlangen dat nooit vorm zal krijgen'.

Almeida Faria wordt ervan beschuldigd niets van het huidige Portugal te begrijpen, maar volgens Gerrit Komrij is hij een van de meest Portugese schrijvers van zijn tijdgenoten. Hij ergert zich niet, maar amuseert zich als de nar die het volk de spiegel voorhoudt. 'Wij kennen geen zelfkritiek en kunnen niet analyseren. De ratio wantrouwen wij en dat maakt het er in het nieuwe Europa niet makkelijker op.' Hij gelooft dat Portugal na de Europese euforie weer in zichzelf gekeerd raakt en overgevoelig wordt voor kritiek van buiten.

Maar ook in zijn isolement heeft Portugal de ruimte. Binnen Europa mag het Portugees een minderheidstaal zijn, erbuiten blijft het een wereldtaal. Dank zij Brazilië, waar een kleine 200 miljoen mensen Portugees spreken. De Portugese televisie wordt overspoeld met Braziliaanse soap opera's. 'Plat en banaal, maar wij kunnen het niet beter.' De Braziliaanse produkties houden de Amerikanen op een afstand. 'Die worden ondertiteld, maar vanwege de vele analfabeten - Salazar vond onderwijs maar gevaarlijk - zijn de produkten van Hollywood niet zo populair. Dank zij Brazilië en Salazar blijven wij groot.'

Almeida Faria spot, maar alleen omdat hij zo houdt van zijn land, zijn mythen en geschiedenis; veel meer dan hij zal toegeven. Hij vertelt bizarre griezelverhalen over luie doktoren en zegt dat mensen het recht in eigen handen nemen, elkaar vermoorden, omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de rechterlijke macht. Maar als hij zegt dat hij de toekomst vol optimisme tegemoet ziet, voel je dat hij het meent. Sebastianisme is geen schijn, het is een benijdenswaardige levensvisie.

Almeida Faria zet mij af bij een boekwinkel, waar ik toch weer te veel koop. Op de terugweg naar mijn hotel blijf ik kijken bij de stratenmakers die met kleine zwarte en witte steentjes, een hamer en wat zand de mozaïek-trottoirs repareren. Er zijn meer mensen die met bewondering het trage vakwerk in zich opnemen. Het lijkt of iedereen afleiding zoekt, loopt, blijft staan en poseert. Ga een steeg in of een plein op en je vermoedt dat een regisseur de figuranten zorgvuldig in kleine groepjes heeft neergezet en dat alle huizen van de VVV de was moeten buiten hangen om de straten te versieren voor de Vlaggetjesdag van de nieuwe sardine. En dan maar op en neer in de met mahoniehout beklede wagentjes, half tram, half lift, in de steile, met lakens versierde straatjes. Ideaal om je omhoog te tillen, en dan weer terug omlaag. Want ze leiden tot niets, deze heerlijke speelgoedcapsules voor wereldreizigers in spe.

Portugal wil terug naar Afrika. Vijf jaar geleden leek het of Portugal Angola en Mozambique had ingeruild voor Europa. Maar nu willen de Portugezen weer naar het verloren paradijs. 'Voor de eerste keer sinds de Gouden Eeuw van de Ontdekkingsreizen verschijnt ons land weer in de voorhoede, klaar om de toekomst van de mensheid te bepalen', zei president Soares.

Almeida Farida ziet zijn stelling bevestigd, maar fascinerender vind ik nog dat dat zo maar kan, ja dat zelfs Portugese troepen weer terug mogen om de vrede in Mozambique te bewaken. De 'politionele acties' van Portugal hebben jaren geduurd, tot de Anjerrevolutie van 1974. 'En wij hebben grote wreedheden bedreven.' De Portugezen zijn er heel open over, over de gruweldaden die zij als iedere wereldmacht hebben bedreven; zoals ze ook uitvoerig schrijven en vertellen hoe verschrikkelijk ze tijdens de Contrareformatie tekeer gingen tegen de joden en ketters. 'Heel erg, maar wij kennen geen schuldgevoelens, zoals in de protestantse landen', verduidelijkt Almeida Faria, die, zegt hij, 'als iedere Portugees natuurlijk ook half of kwart joods' is. 'Zoiets als een Vietnam-syndroom is ons volledig vreemd. Wij verwerken het verleden niet.'

Fernando Assis Pacheco, socialist en hoofdredacteur van het weekblad Visaio, was als militair naar Angola gestuurd. 'Wij waren niet meer dan spelers in het drama van de geschiedenis. Door de geschiedenis werden wij in de rol gedrukt. Ik was geen held, ik bekeek de oorlog door een looking glass.'

Met zacht leedvermaak vertelt Assis Pacheco dat dit jaar de Camois-prijs, bestemd voor schrijvers van het Portugese 'gemenebest', niet zal worden uitgereikt. Eduardo Lourenço ziet dit als een nieuw symbool van het eeuwig falen. 'Maar waarom toch dit voortdurende bevuilen van het eigen nest', vraagt mijn Hollandse zegsvrouwe. 'Het is zo Portugees.'

Maar dan wijzen de Portugezen op 'de paradox': Oost-Timor, de kolonie die net voor de onafhankelijkheid in de verwarring van de Anjerrevolutie door Indonesië werd veroverd. De moorden op de vrijheidsstrijders trekken zij zich persoonlijk aan. 'Oost-Timor is ons geweten. Maar in Europa staan wij alleen. Zelfs de Nederlanders steunen ons niet.'

Over Europa is Assis Pacheco somber gestemd. 'Zolang Brussel, het machtscentrum, in de noordelijke invloedssfeer blijft, is er weinig hoop voor de Latijnse landen. Brussel kijkt naar Oost-Europa, uitstekend, maar negeert het gevaar van de fundamentalisten in Noord-Afrika, aan onze grenzen. Als Europa niets doet, niet probeert daar de armoe te bestrijden, worden wij onder de voet gelopen. Door horden hongerige mensen.'

Hij zegt: 'De politici bekommeren zich niet om de noden van het volk. Zij hebben zich aan Brussel verkocht. Mensen roepen weer om een sterke leider. Wij zijn geen echte democratie.'

Hij ziet mijn zorgelijk gezicht en vertrouwt me toe: 'Wat is democratie? In onze maatschappij gaat het om de familie. De familie gaat boven alles. Achterneven die ik misschien niet eens ken zal ik altijd helpen; en zij mij. De familie is een clan, een stam.'

Hij vraagt zich daarom af of de verzorgingsstaat 'uit het Noorden' wel goed is voor Portugal. 'Ik ben socialist en ik zou er een paar jaar mee willen experimenteren, maar ik ben bang dat de verzorgingsstaat uiteindelijk de familie zal ondermijnen. En de familie zal ik, nog eerder dan Portugal, tegen alle aanvallen verdedigen.'

Op de ochtend van vertrek ga ik naar een platenzaak om een cd te kopen van de popgroep Madredeus die de weemoedig-blije muziek schreef voor de nieuwe film van Wim Wenders over Lissabon. 'Prachtige muziek voor een rustige avond met vrienden', zegt een student sociale geografie die ik in de winkel ontmoet. 'Maar ik luister meer naar Amerikaanse groepen, zoals alle jonge mensen.' De student heeft twee jaar in Luxemburg gewoond, maar verlangde naar Portugal. 'Het leven is hier beter. Wij kunnen wel wat harder werken en jullie kunnen wat meer levensvreugde gebruiken. Ik ben Europeaan, maar ik wil hier blijven, Portugal tot een modern land maken. Maar we blijven onszelf.'

Hij straalt van zelfvertrouwen, geeft een hand en komt weer terug: 'Eigenlijk wil ik ook wel naar Afrika.'

De Portugezen spreken over 'heimwee naar de toekomst'.

Peter Brusse

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.