Heimwee naar de soos en het zangkoor

De blinde, verstandelijk gehandicapte Monique voelt zich opgesloten in haar woning...

Monique Fromberg (43) woont als een modern Doornroosje achter een metershoge laurierhaag in een lommerrijke villawijk, vlak bij de dorpskern van Driebergen.

Een idyllisch plekje. Maar niet voor Monique. Ze ziet geen villa’s en ze geeft niets om het overdadige groen, want ze is vrijwel blind.

En bang. Bang dat ze omver wordt gereden door een fietser. Bang dat ze de weg naar huis kwijtraakt.

Monique heeft heimwee naar de instelling waar ze het grootste deel van haar leven heeft gewoond: Bartiméus in Doorn, een instelling voor slechtzienden en blinden met een verstandelijke beperking.

‘Want daar durf ik wel alleen naar buiten’, vertelt ze. ‘Daar kan ik zelf boodschappen doen. Daar is een soos. Daar zitten clubjes, zoals het zangkoor. Daar kan ik vrienden maken.’

De tijd dat verstandelijk gehandicapten per definitie werden weggestopt in instellingen in de bossen, is voorbij. De meeste grote instellingen zijn ontmanteld en steeds meer gehandicapten wonen, samen met vier anderen, onder begeleiding in een gewoon huis in een gewone wijk, in de hoop dat ze deel gaan uitmaken van de samenleving.

Monique wilde dat tien jaar geleden ook graag proberen. Maar ze vindt het experiment mislukt.

‘Het is voor mij te hoog gegrepen’, aldus Monique, die ondanks haar verstandelijke beperking een grote, deftige woordenschat heeft. Ze is in theorie de perfecte kandidaat om mee te draaien in de gewone maatschappij. ‘In principe kan ze zelfstandig met een stok de straat op’, vertelt Marja Houben, een van de begeleiders van Monique. ‘We hebben zó vaak geoefend. Maar ze voelt zich hier niet veilig.’

Contact met de buurt heeft ze niet. ‘Het is goeiemorgen en goeiemiddag, meer niet’, aldus Monique die haar betoog doorspekt met stopwoordjes als ‘Ja,Truus’ (haar sprekende horloge), ‘hopsa’s’ (haar medebewoners) en ‘oh gut’.

Ze voelt zich opgesloten in haar huis achter de enorme haag. Voor elk boodschapje, elk wissewasje moet ze een begeleidster bereid zien te vinden om met haar mee te gaan. Terwijl ze zo graag zelf eens een lekker stukje zeep zou gaan kopen of een nieuwe fles haarshampoo. ‘Ik wil meer zelfstandigheid. Niet afhankelijk zijn.’

Anderhalf jaar geleden diende ze een officieel verzoek in om terug te mogen naar het instellingsterrein, waar ze overigens vier dagen per week werkt in de kantine en de kaarsenmakerij. ‘Het is logisch dat ik even moet wachten. Je kan natuurlijk niet hoppa de volgende ochtend verhuizen. Hè kleintje?’, zegt ze tegen haar begeleidster.

Maar er is geen plek. Alle 305 plaatsen op het Bartiméus-terrein zijn bezet. En net als Monique willen nog eens tussen de 20 en 30 oud-bewoners van Bartiméus terug naar het instellingsterrein.

En àls er een plekje vrijkomt, is het misschien maar tijdelijk, weet Monique. Want de woningen op het instellingsterrein worden vernieuwd. In de nieuwbouw is straks plek voor slechts 260 mensen.

Maar zelfs met een tijdelijke plek op het terrein zou Monique nog genoegen nemen. ‘Al kan ik er maar een paar jaartjes van genieten’, zegt ze.

Volgens bestuursvoorzitter Tobias Witteveen van Bartiméus spreekt de overheid met twee tongen. ‘We moeten woonwensen-onderzoek doen onder de bewoners, maar vervolgens kunnen we met die wensen niet voldoende rekening houden.’

Op de vraag of ze ongelukkig is, schudt Monique het hoofd. ‘Zolang ik hier zit, maak ik er gewoon het beste van. Want piekeren heeft geen nut. Hè, kleintje?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.