HEIMWEE NAAR DE DIAMANTBUURT

Bert en Marja hielden de strijd tegen de overlast van 'vijftien etterbakjes' vol tot 20 oktober 2004. Toen verliet het stel de Amsterdamse Diamantbuurt....

De belangstelling voor wat even de bekendste woning van Nederland was, reikte tot in Israël. Toen Bert en Marja 's nachts op 20 oktober 2004 uit de Amsterdamse Diamantbuurt werden verjaagd en hun dichtgespijkerde huisje dagenlang op alle tv-netten voorbij kwam, meldde zich een Israeli bij de Algemene Woningbouw Vereniging (AWV), eigenaresse van de buurt.

De man zocht voor een paar jaar een woning in Amsterdam en meende dat de gehavende benedenetage tegenover het voormalige badhuis aan het Smaragdplein geknipt was voor hem. Waarom? 'Omdat wij hier wel gewend zijn met terreur om te gaan', antwoordde de buitenlandse gegadigde.

Maar ook in eigen land regende het aanvragen voor al of niet tijdelijke bewoning. Zo werd er een plan ingediend voor een buurtmuseum en informeerde de lokale tv-zender AT5 of er een week of twee vanuit het huis kon worden gefilmd wat die Marokkaanse lastpakken voor de deur allemaal uitspookten.

Bijna honderd dagen later zijn de houten schotten allang verdwenen, is de verwarming gerenoveerd, maar staat de etage nog leeg. Dat zal niet lang meer duren. Vorige week stond de woning weer op woningnet.nl. Tien kandidaatbewoners meldden zich, vanwie de eerste zes afgelopen dinsdag werden uitgenodigd voor een bezichtiging.

Slechts enkele woningzoekers bleken op de hoogte van de korte maar heftige geschiedenis van het pand. Niemand heeft zich erdoor laten afschrikken. Vanaf 1 februari wordt het huis weer betrokken en zal de AWV in overleg met de nieuwe huurders bekijken of er iets aan de pui kan worden verbouwd, opdat de afstand tussen trottoir en woonkamer ruimer wordt. Van de hangjeugd overigens geen spoor; de jongelui hebben zich verplaatst.

En Bert (31) en Marja (25)? Die zitten sinds eind december hoog en droog op een fraaie flatwoning, ver weg van de Diamantbuurt. Bert staat nog dagelijks uren voor het raam te genieten. 'Nooit meer hoeven de gordijnen dicht, niemand die tegen het raam tikt en door de ruiten staat te gluren. Nooit meer herrie voor de deur tot vier uur 's ochtends. Geen gerotzooi op straat.'

Marja is eveneens tevreden, maar erkent in tegenstelling tot Bert regelmatig heimwee te hebben naar de Diamantbuurt. 'Ik voelde me er thuis, het is een fantastisch buurtje, maar we hadden de pech recht tegenover de hangplek te wonen. Bewoners die tien meter verderop wonen, of zelfs in het eigen pand op drie hoog, hadden veel minder last en begrepen niet zo goed waar wij het over hadden.'

Het publicitaire geweld dat losbarstte, nadat de stenen door hun ruiten waren gevlogen, noemen de twee 'ongelooflijk'. 'Diamantbuurt' was tot in de Tweede Kamer ineens het synoniem geworden voor hinderlijke overlast; voor alle dag-en weekbladen, radio- en tv-zenders was het echtpaar in Amsterdam plotseling en een hot item. Elders in Nederland bleek het pesten van buurtbewoners een lang verzwegen probleem. Het aantal lezersreacties was in ieder geval bij de Volkskrant ongekend. Burgemeester Cohen van Amsterdam kreeg voor het eerst in zijn carrière heftige tegenwind en raakte politiek beschadigd. Hoge politiefunctionarissen stonden in hun hemd. Journalisten-in-opleiding kregen opdracht te onderzoeken hoe zo'n op het eerste oog lokaal kwestietje dergelijke proporties had kunnen aannemen.

Intussen verwoordde Marja, geheel onvoorbereid, maar bijna professioneel nuchter, bij onder meer Barend en Van Dorp wat er was gebeurd. Hier en daar klonk twijfel, met name in media die er niet in geslaagd waren het ondergedoken echtpaar zelf te spreken. Dieptepunt: topless zou Marja volgens een van de geinterviewde Marokkanen in de tuin hebben gelegen. Tuin? Er zijn geen tuinen in de Diamantbuurt.

Was het duo soms racistisch? Hadden Bert en Marja het niet aan zichzelf te wijten? Waren ze via een omweg op zoek naar een groter huis? De nieuwe Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb hielp de twijfelaars uit de droom. Hij was de eerste bestuurder die ter plekke poolshoogte nam, met de knapen en hun ouders sprak, contact zocht met Bert en Marja en vaststelde dat er van racisme geen sprake was.

De knapen, hooguit vijftien in aantal, in leefmenlijk variërend van twaalf tot 22 jaar, zorgden volgens hem voor ernstige overlast. Hij haalde ze allemaal naar het stadhuis, liet ze om beurten in zijn stoel zitten, noteerde de klachten en riep de ouders op beter op hun kinderen te letten. Binnen no time had de wethouder zoveel baantjes bij elkaar voor de hangjongens, dat ze voor het uitkiezen hadden. Als ze maar van straat waren. Het stadsdeel Oud-Zuid, verantwoordelijk voor de Diamantbuurt, vroeg zich verbolgen af wat Aboutaleb in de Diamantbuurt had te zoeken.

Andere stadsdelen – zoals Amsterdam-West, waar ze gewend zijn met de jonge Marokkaanse overlastveroorzakers om te gaan – maakten de verantwoordelijke collega's in Oud-Zuid publiekelijk belachelijk over het feit dat de overlast door een relatief klein groepje zo lang kon dooretteren. Waarmee volgens Bert onbedoeld eindelijk de kern van de 'Diamant-affaire' duidelijk werd.

Bert: 'Hoe is het mogelijk dat de overheid, politie, politiek en welzijnswerkers, er niet in geslaagd is vijftien etterbakjes van straat te halen? Waarom moest het een jaar duren? Waarom duikelde iedereen machteloos over elkaar heen en moesten wij met de staart tussen de benen ons huis verlaten? Vijftien man! Je had er nog beter een kleuterjuf neer kunnen zetten. Die moet er in de klas wel twintig in toom houden.'

'Erg kinderachtig', vindt Bert achteraf, dat burgemeester Cohen na hun vlucht 'alle shit over zich heen kreeg.' Voor hem ligt het grootste probleem bij de politie 'voor wie niemand meer ontzag heeft.'

Moeiteloos somt Bert nog eens zijn ervaringen op, die hij vorig jaar opdeed met de Amsterdamse politie. Het inmiddels beroemde advies om toch vooral te verhuizen; de boterzachte aanpak van de knapen; het door een agent op straat hardop roepen wie aangifte van overlast heeft gedaan (daags waarna Marja een hakenkruis op haar auto kreeg); het afdoen van de overlast als 'mierenneuken'; het verdacht maken van lokale politici door een voormalig hoofdcommissaris van politie.

Aan het gekrakeel kwam een abrupt einde op dinsdag 2 november, de dag waarop Theo van Gogh werd vermoord. Bert: 'Ik heb vanaf het moment dat we moesten vluchten angst gehad dat er iets verschrikkelijks zou gebeuren, waardoor men ons zou vergeten. Het duurde even, maar gelukkig werd er een maand later alsnog een woning voor ons gevonden.'

Spijt dat ze na de zomer via de Volkskrant de publiciteit hadden gezocht?

Marja twijfelt, omdat zij op haar werk nog steeds te horen krijgt dat ze gewoon had moeten verhuizen. Bert: 'Ik heb helemaal geen spijt, maar vraag me af en toe nog wel eens af hoe het zou zijn gelopen als ik de overlast zelf had opgelost. Ik bedoel als ik met een knuppel naar buiten was gerend. Want hoe je het ook bekijkt, wij blijven wel het slachtoffer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden