Heilige viereenheid overwint alles

Individueel is alleen Knegt een wereldtopper, als ploeg is Nederland meer dan de som der delen. Hoe een turbulente winter, inclusief een valpartij in Sotsji, eindigde met de wereldtitel.

AMSTERDAM - In de doldwaze slotronde van de WK shorttrack bleef Sjinkie Knegt glijden, te midden van vallende, struikelende en afzwaaiende rivalen. Hij stelde zondagavond in Montreal de wereldtitel aflossing veilig met een verbluffend staaltje evenwichtskunst. En wat zei de 24-Friese shorttracker, die al sinds zijn kindertijd wordt geroemd om zijn fabelachtige gevoel voor het ijs? 'Wij kwamen als eerste uit de bocht.'


Wij, niet ik.


In die simpele woordkeuze van Knegt, voor de camera van de NOS, ligt het wonder van het Nederlandse shorttracksucces besloten. Vier mannen telt een aflossingsploeg, exact even veel als het aantal topshorttrackers over wie de Nederlandse bondscoach Jeroen Otter de afgelopen jaren heeft kunnen beschikken. Vier mannen is eigenlijk te weinig in een extreme sport, waarin valpartijen en ander onheil dagelijkse kost zijn.


Afgelopen winter dreigde de heilige viereenheid van Daan Breeuwsma, Freek van der Wart, Niels Kerstholt en Sjinkie Knegt meermaals uiteen te vallen, wat fatale gevolgen zou hebben gehad voor de prestaties. Zij rijden al vijf jaar samen en hebben elkaar in dagelijkse trainingen opgestuwd naar de wereldtop. De ploeg is meer dan de som der delen. Op individuele nummers behoort alleen Knegt tot de wereldtop.


Zilver en brons veroverde het viertal bij de WK's van 2012 en 2013. Goud behoorde dus tot de mogelijkheden, ware het niet dat dit olympische seizoen de afgelopen maanden steeds meer het karakter kreeg van een onheilsjaar. De haren van bondscoach Otter leken met de maand grijzer te kleuren. Steeds werd hij geconfronteerd met de afgrond die gaapt tussen de ambitieuze beleidsplannen van de schaatsbond en de realiteit van de dagelijkse topsport. Elke tegenslag benadrukte hoe broos de kans op teamsucces eigenlijk was.


In het najaar was kopman Knegt de eerst die afhaakte. Hij blesseerde zich aan zijn linkerknie tijdens een schijnbaar onschuldige oefening bij het gewichtheffen. Hij had een scheurtje in zijn meniscus en moest een operatie ondergaan. Hij mocht vier weken het ijs niet op. Daardoor moest hij belangrijke wedstrijden overslaan.


Dat was niet de enige reden waarom de aflossingsploeg in gevaar kwam. Shorttrackers hebben elkaar in de training nodig. Ze rijden altijd met en tegen elkaar, in korte sprints en intervaltrainingen. Als een schaatser lang ontbreekt, hapert dat systeem. Ze missen een sparringpartner, ze voelen zich incompleet.


Knegt herstelde wonderbaarlijk snel, maar daarmee was de ploeg niet gered. Breeuwsma was de volgende die rust moest houden. Hij had een hardnekkig virus opgelopen, het besmettelijke cmv-virus. Hij moest het ijs drie weken mijden en mocht zijn schaatsende vriendin niet zoenen om verspreiding van het virus te beletten. Toen hij eindelijk weer kon schaatsen, voelde hij zich lange tijd te vermoeid om volledig te kunnen meetrainen. 'Het voelt alsof je overal achteraan loopt te harken', zei hij.


Kort na de wedstrijdrentree van Breeuwsma, in december, volgde de derde tegenslag. Van der Wart kwam bij de NK ongelukkig ten val. Zijn schouder schoot uit de kom. De ploegarts vreesde dat hij maanden uitgeschakeld zou zijn.


Vuistslag

De blessure bleek mee te vallen. Van der Wart kon na enkele weken voorzichtig te hebben getraind toch meedoen aan de EK shorttrack, half januari. Prompt schoot zijn schouder opnieuw uit de kom, nadat een tegenstander bij een valpartij precies op zijn kwetsbare lichaamsdeel viel. Hij verbeet de pijn, waardoor Nederland op de aflossing zilver wist binnen te halen, maar hij moest nog wekenlang ingehouden trainen.


Ook Kerstholt, de nestor van de ploeg, kende fysieke klachten. Maar zijn grootste probleem bleek van mentale aard. Het lukte hem in de aanloop naar de WK in Montreal niet de ongelukkige uitschakeling in Sotsji te verwerken. De ploeg verspeelde een goede kans op een olympische medaille na een val van Van der Wart in de eerste bocht.


Het bleef malen in zijn hoofd, vertelde Kerstholt aan dagblad Trouw. 'Ik bleef op mijn bed liggen, probeerde het verlies te relativeren, maar het besef werd al indringender. Toen kreeg ik die vuistslag op mijn bek. Vijftien jaar. Álles, álles, álles opgeofferd voor shorttrack; mijn maatschappelijke loopbaan, mijn studie. Al mijn geld zit erin. Ik sta 25.000 euro rood.'


Kerstholt wilde in Montreal niet uitkomen in het individuele toernooi. Op de aflossing had hij geen keus. Hij moest. Zonder hem zou Nederland bij voorbaat kansloos zijn. Maar in de halve finale voelde hij zich nog zo slecht dat hij soms een korte aflossingsbeurt verkoos boven de gebruikelijke anderhalve ronde. Hij moest zijn vaste positie als een na laatste rijder afstaan aan Van der Wart, die wel in vorm bleek.


In de finale leek alle tegenslag plotseling vergeten. De vier mannen vormden 45 ronden lang een organisch geheel, beschadigd door een teleurstellende winter, maar ook hongerend naar revanche.


'Heel erg bizar', noemde Kerstholt de bloedstollende afloop van wat mogelijk de laatste wedstrijd van zijn loopbaan is. Hij wist niet wat hij moest voelen. 'Wat ik wel weet: als je heel vaak finales haalt, dan win je een keer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.