Heilige mis in Havana trekt 300 duizend mensen Paus zegt wat Cubanen alleen durven denken

De inwoners van Havana zijn zondag in het pikkedonker opgestaan voor de paus. Al om half zes 's morgens hebben zich vele honderden Cubanen verzameld voor de kathedraal in Oud-Havana, een van de vertrekpunten naar de heilige mis....

Van onze verslaggever

Art van Iperen

HAVANA

Het is opmerkelijk koud en winderig voor de tijd van het jaar, maar het deert de gelovigen niet, want over vier uur staan ze oog in oog met hun 'amigo' Johannes Paulus II. 'Leve de Maagd van de Naastenliefde, leve de paus, leve de kerk, leve Christus', scanderen ze uit volle borst. Iedereen krijgt een programma van de mis en twee papieren vlaggetjes: de Cubaanse en het geel-wit van het Vaticaan.

Om precies zes uur rijdt het beeld van de Maagd van de Naastenliefde op een rode praalwagen het plein op. De Maagd wordt vereerd als 'de moeder van alle Cubanen' en is al voorzien van het kroontje dat de paus zaterdag tijdens een mis in Santiago de Cuba op haar hoofd plaatste.

Zingend gaat de stoet op weg, achter de Maagd aan, begeleid door politiemotoren met zwaailicht en achtervolgd door lege fietstaxi's die onderweg de uitvallers denken op te kunnen pikken. Het is een uur lopen naar het Plein van de Revolutie. Onderweg zullen duizenden andere katholieken zich op tevoren afgesproken plaatsen bij de stoet aansluiten. Twee vrouwen dragen een spandoek met het opschrift 'Abortus nee, leven ja'. Een priester speelt lopend gitaar.

Enrique Angel Valdes (50) verliest de Maagd geen moment uit het oog. 'Dit is de gelukkigste dag van mijn leven. Ik heb nog nooit zo veel mensen zien marcheren voor iemand anders dan Fidel Castro.' Valdes werd veertig jaar geleden wees. Priesters voedden hem op en gaven hem te eten. 'Ik heb mijn leven aan de kerk te danken. Daarvoor ga ik de paus bedanken. Cubanen zijn arm, maar de gelovigen zijn gelukkig rijk van geest.'

Als de steeds maar aanzwellende stoet in de duisternis langs de Granma loopt (het scheepje waarmee Fidel Castro in 1956 uit Mexico kwam om de revolutie te beginnen), krijgen de agenten in burger van het ministerie van Binnenlandse Zaken die het Museum van de Revolutie bewaken, het programma van de mis in hun handen gedrukt. Ze vertekken geen spier en laten het boekje ongeïnteresseerd op de grond vallen. 'Zie je, die communisten kennen geen blijdschap. Ze missen het geloof', schreeuwt Enrique Valdes boven het gezang en de spreekkoren uit.

'Johannes Paulus, iedereen houdt van je.' 'Johannes Paulus, vriend, het Cubaanse volk is met je.' 'Je hoort het, je voelt het, Johannes Paulus is aanwezig.' Voor het eerst sinds Fidel Castro dictator Batista verdreef, scanderen de Cubanen luidkeels op straat de naam van iemand anders dan de comandante en jefe.

'Achter de Maagd aansluiten', roept een autootje van de verkeerspolitie aan de kop van de stoet. 'Opzij voor de Maagd.' Als de praalwagen even stopt, gilt de agente door de megafoon: 'Vooruit Maagd, opschieten.'

In avondvierdaagse-pas legt de stoet de vijf kilometer naar het Plein van de Revolutie af. Om zeven uur begint het licht te worden. De Plaza is dan al voor meer dan de helft gevuld.

Een dertig meter grote afbeelding van Che Guevara aan de gevel van een ministerie kijkt streng toe. Aan de andere kant van het plein staat een groot standbeeld van José Martí, het symbool van het Cubaanse nationalisme.

Twee priesters op het altaar proberen als ceremoniemeesters de kleumende menigte warm te houden door enthousiast 'Leve Christus, leve de paus' door de microfoons te schreeuwen. Iemand achter een synthesizer begeleidt de religieuze liederen van het koor.

Als de paus om kwart voor negen in zijn buitenmodel papamóvil komt aanrijden, wappert bijna iedereen met door de Mexicaanse kerk beschikbaar gestelde vlaggetjes. De paus staat niet, maar zit. Achter de pausmobiel rijdt een ambulance. Je weet maar nooit, want de fragiele Johannes Paulus II is al 77 jaar en heeft vier dodelijk vermoeiende dagen in Cuba achter de rug.

De naar schatting 300 duizend toeschouwers horen de paus ademloos aan. Normaliter spreekt alleen Fidel Castro of af en toe diens broer Raúl de Cubanen toe op het Plein van de Revolutie. Nu horen ze iemand anders die vol verve en zonder schroom precies zegt wat steeds meer Cubanen stilletjes denken.

Als de mis voorbij is, verlaten sommige Cubanen bijna in trance het Plein. Ze hadden hoge verwachtingen van het pausbezoek, maar zulke harde woorden als de paus net heeft uitgesproken hadden ze nooit verwacht. 'Voor het eerst sinds 1959 hebben we dankzij de paus en Christus weer hoop op een beetje vrijheid', fluistert Enrique Valdes. Hij is sinds vanmorgen half zes niet van mijn zijde geweken, omdat hij toch wel heel graag een paar dollar wil hebben om eten voor zijn vier kinderen te kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden