Heibel in Amsterdam en in het heelal

En Gerard moet daar bij zijn, de provinciaal die zijn kans schoon ziet aan het volle leven deel te nemen....

'Er woedt een guerilla in de stad, en het is heibel in het heelal. Halverwege mei komt de Gemini-9 in een baan om de aarde, ik kan er bijna niet op wachten. (. . .) De techniek is de nieuwe God, de hemel mag eindelijk worden bestormd.' Met afstandelijk vertoon analyseert Andreas dat Amsterdam in 1966 radiotherapie ondergaat. De relschoppers en spijkerpakken zijn de elementen die met hun besmettelijke praatjes over 'republiek en revolutie, huwelijk en happening' elektromagnetische straling uitstoten, en de politie `beschiet ze met alfadeeltjes'.

Dat is het schema met behulp waarvan Graa Boomsma zijn roman heeft opgetrokken. Hij gebruikt een historisch woelig jaar als voertuig voor een roman over twee manieren van deelname aan de wereld: begeef je je tussen de politiecharges op de straat en denk je daarmee een daad te stellen, of richt je je op de charges van ruimtevaarders in den hoge.

Om los te komen van het schema, inclusief het opzichtige verband tussen de haperende Gemini-capsule en de tweelingbroer van Gerard die dood werd geboren en die hem een Elvis Presley-syndroom zou hebben bezorgd: altijd incompleet, op zoek naar de ontbrekende wederhelft – om te slagen in de opdracht die Boomsma zich met Stadsvlucht heeft gesteld, namelijk een tijdsbeeld te laten herrijzen door twee broers in 1966 te volgen, is meer nodig dan een grondige documentatie. De schrijver moet zich de historie eigen maken en die van binnenuit weer laten opleven. Maar Boomsma is te zeer verknocht aan stoplappen en ontzielde taal om te ontkomen aan typeringen die al 35 jaar meegaan.

Jeanette hoort bij Andreas, maar naarmate die zich meer afkeert van de raddraaiende puntmutsen (en zijn erotisch vertier bij een hoertje zoekt), groeit haar warme sympathie voor broertje Gerard. Boomsma beschrijft hoe Jeanette op de roemruchte Trouwdag in een tegendemonstratie verzeild raakt: `Ze kan niets doen, niets tegenhouden. De macht van de massa drijft haar naar de Amstel. (. . .) Ze heeft zichzelf niet in de hand, ze is er niet echt met haar hoofd bij, ze laat alles maar gebeuren.'

Van zoiets veert geen lezer op.

Andreas dan. Die ziet Jeanette, en denkt dit: `We zijn twee miniplaneten in een onmetelijk heelal die zich van elkaar verwijderen met de snelheid van het licht, en niemand die dat kan tegenhouden. Als alle mensen net zo groot waren als een atoom zou de hele wereldbevolking op een speldenknop passen. Maar wie denkt er zo in deze verwarrende dagen? Alles verschuift en niemand kan het tegenhouden.' Dat weten we nou wel, dat niemand het kan tegenhouden. Kan het misschien iets minder vlak?

Gerard dan. Die zit geregeld geestdriftig in zijn dagboekje te noteren: 'De wereld bloeit en bloedt. De dood is opgeheven, het leven vloeit. I shall be free, no. 10. De geschiedenis golft over straat en gracht. Kom maar op, schrijvers en critici die met de pen profeteren, ogen wijdopen want zo'n kans komt nooit meer.' Kom maar op Boomsma, verleid ons met je vertelling. Laat maar zien waarom we ons een dik boek lang moeten laten terugzakken in de recente geschiedenis.

Boomsma dan. Die spant de kroon met het uitstrooien van platitudes en Polygoonjournaal-jargon, zoals wanneer hij de vrijmarkt in het Vondelpark wil evoceren: `Tot onder de brug over de Van Baerlestraat is het Vondelpark omgetoverd in een boulevard van muzikaal vertier, een bolwerk van uitgekomen kinderdromen. De wandelweg is afgezet met oranje linten die van boom tot boom gespannen zijn. Violisten, accordeonisten, blokfluitspelers en gitaristen van nog geen tien spelen alsof hun leven er van afhangt. Het is nu of nooit.'

Dan is het nooit, kun je niet anders opmerken. De spanning die toen in de hoofdstad moet hebben gehangen, wordt op geen enkele manier vastgehouden (laat staan geïntensiveerd) door de manier waarop Boomsma erover schrijft. Later in het jaar houden prole- en provotariaat een sitdown-demonstratie op het Marnixplein. De 51-jarige snijvoeger Jan Weggelaar gaat er uitgeput zelfs bij liggen, om niet meer op te staan.

Maar hoe kunnen we met hem begaan zijn, als Boomsma deze harde werker heeft geïntroduceerd in bewoordingen die niet zouden hebben misstaan in een inmiddels vergeelde editie van het communistische dagblad De Waarheid: 'Twintig jaar getrouwd; twintig jaar Jordaan, twintig jaar in de bouw, twintig jaar ongeorganiseerd, twintig jaar krap behuisd. (...) Zijn voeten, zelfs zijn tenen doen pijn. Redt hij het morgenochtend wel? Om zeven uur moet hij de steiger weer op.' Waar zitten de tenen bij een doorploegde snijvoeger? Volgens Boomsma behoren die niet tot de voet.

Voor het slot heeft hij nog een paar knaleffecten achtergehouden, maar ook daarvoor geldt dat de vlam op het papier van Stadsvlucht een strovuurtje blijft. Je trapt erop en het is uit. Dat is wel iets heel anders dan Boomsma, een verklaard bewonderaar van de 'American novel', voor ogen moet hebben gestaan. Andreas komt tot de ontdekking dat er buiten alle zichtbare materie ook nog 'een duister heelal in ons eigen hoofd' bestaat. 'Dat is het allerspannendste verhaal van het mysterie van de vermiste magie of de ontbrekende schakel in de evolutie van de kosmos.'

Humorloos en platvloers gesmijt met grote woorden, waar de auteur gelijkelijk in grossiert als zijn personages. Doener Gerard schildert het woord MOORD in kobaltblauw op het muurtje bij het monument op de Dam, en voelt zich een hele Piet. Terwijl de bouwvakker niet is gestorven door hardhandig optreden van de politie, maar door een hartverlamming.

Misschien heeft Boomsma gepoogd hiermee de naïeveteit van de toentertijd opstandige jeugd te schetsen. Zoals hij anderzijds de student Andreas confronteert met diens verzaking van het huwelijk, hem wil laten voelen dat een stringent rationalisme nu óók weer niet alles is.

`De oorlogsgeneratie begrijpt de na-oorlogse jongeren helemaal niet. Eens zal hij het allemaal opschrijven', denkt Gerard. God verhoede dat, roep je geschrokken uit, maar je bent dan al op bladzijde 333 van de roman waarin het allemaal is opgeschreven door Graa namens Gerard, en die van de ene gemeenplaats naar de andere voortstrompelt op weg naar het einde. Waarna de murw geworden lezer deze machteloze strafexpeditie opgelucht ontvluchten kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden