Heesters hunkerde naar verzoening

Johan Heesters was een groot man in Duitsland. Maar in Nederland bleef men altijd kritisch.

ERIK VAN DEN BERG

Niemand die stijlvoller van zijn champagne nipte en joyeuzer de hoge hoed lichtte dan Johan Heesters, de Amersfoortse kruidenierszoon die dankzij zijn äusserste Eleganz de top bereikte in het Duitstalige variété. In Nederland werd hij tot zijn leed vooral als nazi-collaborateur gezien. Zaterdag overleed Heesters na een uitzonderlijk lange carrière op 108-jarige leeftijd in een kliniek in zijn woonplaats Starnberg, Beieren.

Johan Marius Nicolaas Heesters, op 5 december 1903 als jongste van vijf kinderen geboren, studeert in de jaren twintig bij de Nederlandse toneelnestor Willem Royaards en trekt in zijn leerjaren op met collega's als Willy Walden en Louis Davids. Hij onderscheidt zich al vroeg door zijn goede stem, acteertalent en een fotogeniek casanovaprofiel. Met die combinatie oogst hij in 1932 applaus voor zijn hoofdrol in de operette De Vagebondkoning. Twee jaar later staat hij naast de grote Fien de la Mar in de film Bleeke Bet, maar nadat een Weense impresario naar zijn toekomstplannen informeert, concludeert Heesters dat hij zijn geluk niet per se in Nederland hoeft te zoeken.

Als 'Johannes' Heesters maakt hij in 1934 zijn debuut in Der Bettelstudent bij de Weense Volksoper. Hij valt in de smaak bij het Weense publiek. Duitstalige sterren als Richard Tauber hebben misschien een grotere stem, maar zijn geen Frauentyp en acteren houterig. Heesters weet op het podium een overtuigende aristocraat neer te zetten, een Lebemann die met charmant gemak de klippen des levens omzeilt.

Zijn paraderol wordt de rokkenjagende graaf Danilo Danilowitsch in Franz Lehárs operette Die lustige Witwe. Vanaf 1938 vertolkt hij Danilo honderden keren in de grote Oostenrijkse en Duitse theaters, uitgedost in rokkostuum, witte sjaal en cilinderhoed, met een knipoog voor de dames en een kwinkslag voor de heren. Ook dankzij zijn romantische filmrollen, als Traumpaar met de 'Hongaarse wervelwind' Marika Rökk, wordt de familiair als 'Jopie' geannexeerde acteur voor veel Duitsers een bepoedersuikerd symbool van Heiterkeit in duistere tijden.

Dat de werkelijkheid van de nazi-tijd ook aan graaf Danilo niet voorbij gaat, vormt de schaduwzijde van Heesters' met huldeblijken gestoffeerde levensverhaal. Adolf Hitler dweept met Die lustige Witwe en drukt de hoofdrolspeler - niet op diens initiatief - bij diverse uitvoeringen de hand. Pijnlijker nog is het (naar eigen zeggen gedwongen) bezoek aan het concentratiekamp Dachau in januari 1941, waar Heesters met collega's wordt rondgeleid. Op de propagandafoto's van dit bezoek die vanaf eind jaren zeventig opduiken, is geen gruwel te zien, maar ze versterken de aanzwellende kritiek op Heesters' houding in de nazitijd.

Tekenend voor de mentaliteit in de wederopbouw is, dat de verwijten pas decennia na het einde van de oorlog opkomen. Nog in 1960, als Heesters door Nederland toert met Der Bettelstudent (de glansrol waarmee hij ooit in Wenen debuteerde), klinkt er geen wanklank in de kritieken. Dat verandert als hij in 1964 onder regie van Ton Lutz de anti-nazistische kapitein Von Trapp speelt in de musical The Sound of Music. 'Heesters SS' scanderen demonstranten bij de première in theater Carré, en critici schrijven dat 'een man met een oorlogsverleden niet zo'n voortreffelijke Duitser [hoort] te spelen'.

Het publiek blijft weg, en Heesters keert geknakt terug naar Wenen. Het komt nooit meer helemaal goed tussen Nederland en 'der Herr im Frack'. Ook niet als bij zijn 100ste verjaardag een op uitvoerig onderzoek gebaseerde biografie verschijnt, waarin de filmhistoricus Jürgen Trimborn de zanger niet vrijpleit ('er war ein Star, der auf seine Karriere fixiert war'), maar hem portretteert als een apolitieke artiest die gruwde van de nazi-ideologie maar niet in durfde te gaan tegen het regime. Tot zijn verdediging: Heesters weigerde het hem door Goebbels aangeboden Duitse staatsburgerschap, negeerde het verzoek van Seyss-Inquart voor de bezetter in Den Haag te zingen, en hield zich ver van alle propaganda. Voor de ergste aantijging ten slotte - dat Heesters in Dachau voor SS'ers zou hebben gezongen- is volgens Trimborn geen snipper bewijs te vinden.

Heesters behield tot zijn dood de Nederlandse nationaliteit, en beleed trouw zijn liefde voor 'onze koningin'. Het blijvende verlangen naar een Wiedergutmachung met zijn geboorteland culmineert in 2008 in een optreden in De Flint in Amersfoort. Die comeback pakt averechts uit. Het 'Comité Heesters Raus' ageert tegen een 'dader met bloed aan zijn handen' en zet Heesters' komst bij voorbaat in een controversieel licht. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie zegt nog dat Heesters 'absoluut niet de zware oorlogsmisdadiger' is die het comité van hem wil maken, maar de kans op verzoening is verkeken.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden