Heerlijke herfst

Nu is de zomer waarschijnlijk toch echt voorbij. Dat heeft één voordeel: we kunnen weer winterse gerechten gaan eten. Stoofpotten die urenlang opstaan terwijl de regen langs de ramen gutst....

Niet iedereen kan tegen dat soort gezelligheid, maar voor veel mensen is zo'n knusse herfst het summum van geluk. De lucht van natte regenjassen, de beslagen ruiten en de loopneuzen nemen ze op de koop toe. Want al word je niet verkouden van kou maar van rondwarende bacteriën, verkouden wórd je. En wat doe je dan? Dan eet je warme kippensoep.

In de negentiende eeuw brachten joodse immigranten uit Oost-Europa de soep naar New York en later verwierf de 'jewish penicillin' mythische faam. Niet omdat joden de enigen waren die kippensoep maakten: vrijwel elk volk kent een of meerdere varianten van soep met kip erin. Maar de joodse immigranten zagen het gerecht als een middel tegen allerlei kwalen, vooral verkoudheid. Hiervoor is geen enkele wetenschappelijke verklaring, maar wat maakt het uit? Het helpt echt, al weet niemand waarom.

Doe vier liter koud water in een grote pan, samen met een in vieren gesneden grote, vette oude soepkip (hoe ouder en vetter, hoe meer smaak), een gekneusd teentje knoflook, een gepelde in tweeën gesneden ui, twee of drie in stukken gesneden worteltjes, twee stengels bleekselderij in stukken, een met een draadje samengebonden bosje peterselie, een laurierblad, een theelepel zwarte peperkorrels en een afgestreken eetlepel zout.

Breng alles langzaam aan de kook (hoe langzamer, hoe meer smaak) en laat een hele middag, zeker vier uur, heel zachtjes koken. Zeef de soep, verwijder ui, peper, peterselie en laurier, maar doe de andere groente terug, evenals de kip, ontbeend en ontveld en in stukjes geplozen. Publiek geheim: de soep wordt pas echt lekker als je er nog een stukje van een commercieel kippenbouillonblokje aan toevoegt.

De basissoep is nu klaar, maar je kunt er van alles aan toevoegen om hem een eigen karakter te geven. Vermicelli bijvoorbeeld, of joodse matzeballen.

Of gebruik een deel van de bouillon, zonder kip en groente, voor Braziliaanse canja: fruit in een grote braadpan een gesnipperde ui, vier tenen dito knoflook en twee groene paprika's in piepkleine blokjes tien minuten in wat olie. Voeg drie kleingesneden tomaten toe, een halve fijngehakte scherpe rode peper (of meer) en een grote koffiemok rauwe langkorrelige rijst. Doe er twee liter hete bouillon bij en laat drie kwartier sudderen. Dien op met veel peterselie en zet er een flesje rode pepersaus naast. Van canja krijg je zo'n gloeiend hoofd dat elke bacterie er gillend uit wegrent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden