Heerlijke blanke mannen als Midas Dekkers worden niet meer gemaakt

Ik, Arthur van Amerongen

Beeld Illustratie: Gabriël Kousbroek

Midas Dekkers zag ik laatst zitten op een terras in Nederhorst den Berg. Intens gelukkig keek hij naar de verse kopstoot op zijn tafeltje. Het spraakmakende interview van Nathalie Huigsloot met hem, voor de Volkskrant, was nog niet gepubliceerd. Dat las ik de afgelopen week in een visserskroeg op een Algarviaans strand.

Hoewel de tien nog niet in de klok zat, bestelde ik daar een café com cheirinho, een koffie met een geurtje. Dat geurtje kan een straffe, versneden aguardente zijn maar daar krijg ik het zuur van. Ik vroeg daarom om een scheut Macieira, een fijne Portugese brandy die bespottelijk weinig kost.

Ik had mij voorgenomen die dag niet te drinken want ik moest nog een gewichtig artikel schrijven. Bovendien had ik een kater des doods dus ik wilde het laten bij één haar van de hond, zoals de Engelsen een medicinaal pikketanissie noemen.

De kop bij het interview met Dekkers - een borreltje op zijn tijd is het beste antidepressivum- smeekte echter om een drinkgelag. Zo krijg ik ook acute drankzucht tijdens het herlezen van Moskou op sterk water van Venedikt Jerofejev en The Grass Arena van John Healy.

Zelden las ik zo'n opbeurend en troostrijk interview. Wat zal Dekkers een voorpret hebben gehad van zijn hommage aan de alcohol.

Moraalridders, fatsoensrakkers, blauweknopers en de gezondheidsgestapo in kippenhok Nederland sloegen geheel voorspelbaar op tilt. Het was jammer dat Dekkers geen dikke sigaar rookte op het prachtige portret van hem in een bruine kroeg.

De oude vos betreurt net als ik de teloorgang van de ouderwetse kroeg. Ook vindt Dekkers dat het café geen bron van plezier is. 'Als je iets te vieren hebt, blijf je maar thuis.'

Ik prees mij gelukkig in mijn treurige vissersbar, walmend van tabaksrook, gebakken vis, saudade en pis.

Uiteindelijk maakte ik een hele fles Macieira burgemeester en waggelde blij als een kind naar huis, naar Villa Vischlugt, naar moeders de vrouw en de hondjes.

Op het strand zong ik luidkeels dat liedje van Frans Halsema:

Het leven is niet zo fantastisch

zonder moeder, zonder moeder

Het leven is niet zo fantastisch

zonder moeder Alcohol.

Ik nam het me kwalijk dat ik daar aan de Vecht niet was aangeschoven bij Dekkers. Ik dorst echter niet en was verder gefietst.

Stom, want het had een episch bacchanaal kunnen worden met mijn favoriete stokebrand. Zulke heerlijke blanke mannen worden niet meer gemaakt. Sterker nog: ze sterven in angstaanjagend hoog tempo uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.