Heerlijk onmisbaar

Het eerste dat je als klein kind ervaart, is liefde. Of geen liefde. Je maakt je taal eigen, eerst passief, dan actief....

Marieke Henselmans

Zo begrijp ik achteraf wel dat ik me als kind ook vergiste met een aantal zaken die met tijd en getallen te maken hebben. Ik probeerde mij als 10-jarige voor te stellen hoe mijn leven in het jaar 2000 zou zijn. Ik zou oud zijn. Ik stelde mij voor, het middelpunt te zijn van een druk dartelend en spartelend huishouden, waar in alle hoeken en gaten kinderen en huisdieren rondkropen. Ik zou onmisbaar zijn voor de levende have. De misverstanden zijn duidelijk.

Nu het jaar met de drie nullen aanbreekt, blijk ik niet oud, maar heerlijk jong te zijn. Ook op het aantal kinderen dat noodzakelijk is om een huis te laten leven, had ik mij verkeken. Ik dacht aan zes, minstens vijf. De ervaring leert inmiddels dat zelfs één kind een huis kan vullen met jeugdigheid, decibellen, rommel, kleverigheid en gekwetter, en dat drie kinderen meer dan voldoende is.

Het ene ding waarin ik mij met mijn blik in de toekomst niet vergiste, is de heerlijkheid van het onmisbaar zijn. Het idee kwam, zoals bijna alle mooie ideeën, uit een boek. Het John Grier Huis is het vervolg op het iets bekendere Vadertje Langbeen van Jean Webster. Het voormalige weesmeisje, Judy, inmiddels succesvol schrijfster, vraagt haar vriendin Sally directrice te worden van het weeshuis waar Judy opgroeide. Sally gaat aan de slag. Ze schaft de gehate gestichtsuniformen af, de kinderen mogen stoffen en kleuren voor hun eigen kleren kiezen. Ze verven de grijze muren lichtgeel, passen het menu aan en geven de kinderen zeggenschap in een soort wezenparlement. Dat boek had verfilmd moeten worden. Als ik niet kon slapen, verbouwde ik in gedachten mijn eigen weeshuis. Een locatie had ik al op het oog. Voor mijn vader moest ik soms post naar het landelijk gelegen gemeentehuis brengen. Ik sloop daar door de gangen en glipte weleens de statige raadszaal in. Daar zou ik een slaapzaal inrichten. Haaks op de wand stonden schotten, daartussen pasten precies twee leuke stapelbedden. Het zou mijn wezen aan niets ontbreken. En net als bij de opgewekte daadkrachtige Sally zouden er altijd een paar kinderen aan mijn rok hangen.

In mijn geheime streven naar een dergelijke rol begon ik de eerste dag dat ik op mijzelf woonde met het in huis halen van een aantal dieren. Een neurotische poes en een sentimentele hond: het begin was er. Nu nog kinderen. De tijdgeest zat tegen. Moest je in de jaren tachtig beginnen over het verlangen naar een kind, in plaats van over je werk! De verloofdes kozen het hazenpad, en ik begon weer te verlangen naar de weeshuisfantasie. Daar had je geen man bij nodig.

Het gebeurt zelden dat je, strevend naar een bepaald doel, exact op het verlangde punt uitkomt. Er komt niets van terecht, of er komt meer dan je bedoelde. Het dartelen, de decibellen, de rommel en de kleverigheid: dat is allemaal dik in orde gekomen. Met de onmisbaarheid zijn we doorgeschoten. Als ik mijn jas aantrek, draaien er vier hoofden om en ze kijken vragend: Wat ga je doen? Mag ik mee? Wanneer ben je terug? Als ik een dag ziek ben, loopt er tot twee weken daarna nog van alles in het honderd. Ouderavond vergeten, briefje niet geretourneerd, pianoles niet betaald, S.O. niet overhoord. Terwijl een schat van een geliefde zich de benen uit het lijf heeft gerend om mij te vervangen. Zelfs als ik op de wc zit, hoor ik de een aan de ander vragen: 'Weet jij waar mamma is?' Dan vraag ik mij zuchtend af of mijn gebeden niet iets minder overdonderend verhoord hadden kunnen worden.

Maar zijn er gradaties in onmisbaar zijn? Ongeacht alle codes, modes en hang naar autonomie is dit toch het leven waar ik in bloei. En het gebrek aan vrijheid dan? Ach wat. Gerard Reve legde al uit: vrijheid en liefde, dat gaat onmogelijk samen. En hij dichtte: 'Naarmate ik ouder word,/ wordt wat ik schrijf, hoewel fraaier verwoord,/ steeds enkelvoudiger van inhoud:/ liefde (of geen liefde)/ en ouder worden,/ en dan de Dood.'

Nou, het is liefde geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden