Heerlijk naïeve minisamenleving

Ruimte op links

De minisamenleving van het sportveld glorieert in tijden van wereldbrand. Geen maskerades. Geen laffe aanvallen. Korte broeken, zonder steekzakken. Een overzichtelijk speelveld.

Alleen talent is van belang, gemiddeld gesproken dan. Met geloof, ras of afkomst win je geen wedstrijd. Het team telt, met het universele icoon: Zinedine Zidane als Franse Algerijn, of Algerijnse Fransman. Wat maakt het uit?

In tijden van groeiende onverdraagzaamheid is het lekker om weg te glijden in het onbekommerde genot van sport, in de maakbare samenleving van schaatsen, hollen en ballen. Kijk eens naar al die clips van de stichting Meer dan Voetbal, die binnenkort zijn jaarlijkse prijs uitreikt voor clubs en projecten die meer behelzen dan trappen tegen een bal: de club als buurthuis, als ontmoetingsplaats voor alle gezindten. Tot het kleffe toe.

De wereld is in de war, met al die brandhaarden en het groeiende onbegrip tussen volkeren, landen en geloven. Voor altijd beklijft het verhaal van Bernd Stange, een Duitser en voormalig bondscoach van Irak. In 2003, op de avond van de verkiezing voor de Gouden Bal, ontving hij een speciale FIFA-prijs voor moed. Maar hij was vooral woedend om de oorlog. 'Met elk bombardement zullen nieuwe terroristen opstaan die de wereldvrede zullen bedreigen', zei hij profetisch.

Niets was overgebleven van zijn werk. Ballen, netten, alles was kapot. In het stadion van Bagdad hadden de rupsbanden van de tanks het veld vernield. Niemand hielp hem. De sport is op dergelijke momenten slechts een stipje aan de horizon van de almachtige ellende. De sport probeert slechts overeind te blijven als verdeeldheid zijn sporen trekt in de samenleving, al is het maar als metafoor.

Nog zo'n treffend verhaal dan, nu de strijd om de Afrika Cup weer nadert. Tijani Babangida, oud-Ajacied, sprak vroeger liefdevol over de samenwerking tussen moslims en christenen in de nationale ploeg van Nigeria. Bij al hun verschillen konden ze alleen proberen de overeenkomsten te zien. 'Wij geloven allemaal in God, hoe die ook mag heten', zei hij.

Dat guitige ventje

Babangida, dat guitige ventje dat zo hard rende langs de zijlijnen van het internationale voetbal, kon prachtig vertellen over de busreizen van de nationale ploeg naar het stadion, voor wedstrijden in de Afrika Cup. De bondscoach droeg hem dan op om voor te gaan in gebed. De christenen hielden zich op die momenten stil. Even later zwegen de moslims uit respect voor het gebed van de christenen. Na de aftrap deden ze alles samen.

Zij beseften dat ze hun minisamenleving alleen op die manier draaiende konden houden. Want stel dat de moslims zouden aanvallen, terwijl de christenen gingen verdedigen. Of andersom. Dan konden ze nooit presteren. Ze wilden als nationale ploeg in de grootste sport van het verdeelde land fungeren als voorbeeld, zij het met schroom. Ook toen voelden ze latente spanning in dat immense Nigeria, dat nu zover heen is dat meisjes van tien jaar zich opblazen op de markt, in opdracht van wie dan ook.

Sport vertelt de mooie verhalen van veelkleurige samenwerking, maar in de ingewikkelde maxisamenleving die de wereld is, zijn al die voorbeelden ook te bestempelen als naïef gepraat. Dat is eigenlijk jammer, de constatering dat sport door de bank genomen weinig kan bijdragen aan de wereldvrede, al zijn daarvan dan wel voorbeelden. Maar om een of andere reden lucht het op om af en toe eens hardop te zeggen tegen mensen die elkaar naar het leven staan: ga eens een potje voetballen.

Reageren?

ruimteoplinks@volkskrant.nl

Twitter @vkwillemvissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.