Heerenveen alle 'topclubs' de baas

Een beetje meewarig kijken ze vanuit het verre Friesland naar het gekonkel in Amsterdam, de ternauwernood bezworen crisis in Eindhoven en de torenhoge verwachtingen die Rotterdam van zijn voetbalhelden koestert....

De club die thuis verdiend van PSV (4-1), Ajax (5-1) en Feyenoord (afgelopen zaterdag, 1-0) won, en die volgens trainer Van Marwijk van Feyenoord in eigen stadion het beste voetbal van alle ploegen laat zien, die club moet toch kampioen kunnen worden.

Ja maar. . . zeggen ze in Heerenveen, waar ze weten hoe moeilijk het is een wig te drijven tussen de traditionele top-drie. Het is sinds 1981, toen AZ'67 kortstondig de Europese top bereikte dankzij het geld van de broers Molenaar, nooit meer voorgekomen dat een andere club dan Ajax (acht keer), PSV (negen keer) of Feyenoord (drie keer) de titel veroverde.

Daarbij geholpen door internationale ontwikkelingen die de topclubs een deel van hun glans ontnamen, behaalden Willem II (1999) en Heerenveen (2000) recent de tweede plaats. De vraag is of een kampioenschap een stap verder is of een stap te ver.

De Haan wijst op de mentale makke van zijn keurkorps. Zijn spelers kunnen enorm toeleven naar een grote wedstrijd, maar als de tegenstander minder uitdagingen biedt, vatten ze hun taak te gemakkelijk op. Een reis naar Sittard of Waalwijk inspireert blijkbaar minder. 'We vragen ons dan wel eens af: zijn dit dezelfde jongens? Feyenoord heeft meer body en persoonlijkheid.'

Heerenveen selecteert vooral op spelers die technisch vaardig zijn. En jongens die heel goed kunnen voetballen, nemen het soms minder nauw als het om andere aspecten van het spel gaat. 'Ze hebben soms nog niet ondekt dat voetbal hun vak is.'

Maar het wordt beter, vindt De Haan. Hij ziet hoe Jensen tegenwoordig ballen afpakt. Hij ziet verbetering bij Allbäck, de Zweedse topspits die effect paart aan frivoliteit. Hoewel de ploeg vorig seizoen figureerde in de Champions League, is juist veel geleerd van het kampioenenbal. 'Dat is het omslagpunt in denken geweest. We weten nu hoe belangrijk fysieke kracht is, duelkracht op de eerste meters.'

Dat de begroting van Heerenveen nog niet de helft is van die van de top-drie, zegt niet alles. Je kunt ook de verkeerde spelers kopen. Met de Roemenen en Nigerianen was het behelpen in het Abe Lenstra Stadion, maar de Noord-Europeanen gedijen op een enkele uitzondering na. Tegen Feyenoord stonden twee Finnen (Nurmela en Väyrynen), twee Zweden (Allbäck en Edman) en een Deen (Jensen) in de basis.

'Ze zijn niet volgevreten. Je kunt ze nog achterop de fiets meenemen. En we houden ze normaal, net zoals we zelf zijn. Je moet niet vergeten dat ze in hun eigen land bijna niets verdienden met voetbal. Ze hebben echt gekozen voor voetbal.'

Als De Haan dan toch iets moet zeggen over de mentaliteit van Nederlandse voetballers, dan doet hij dat in algemene termen; ze zijn verwend. 'Ze zijn zó goed. Althans, dat zeggen hun vader, moeder en zaakwaarnemer.'

In kwalitatief opzicht doet Heerenveen niet of nauwelijks onder voor de topclubs. Heerenveen heeft de beste spits van de eredivisie, Allbäck. Rechtsbuiten Nurmela kan, zoals Finidi destijds bij Ajax, een perfecte voorzet geven zonder dat hij zijn tegenstander passeert. Lurling is een pingelaar op links met nu en dan onnavolgbare bevliegingen.

Radomski en Jensen zijn uitstekende middenvelders. Voor de balans kocht Heerenveen Väyrynen, een stoomwals die Talan tegen Feyenoord uit de basis hield. Klompe en De Nooijer vormen een betrouwbaar verdedigingscentrum, Bakkati was zaterdag een goede vervanger van Venema als rechtsback en linksachter Edman is al international geweest. Vonk is een doelman van allure.

Vonk zegt: 'We kunnen kampioen worden, maar dan moeten we ons dat vanaf nú realiseren. Dan mogen we niet nog één of twee nederlagen leiden als tegen RKC of Fortuna. Een kampioenschap is geen onderwerp van gesprek in de kleedkamer. Dat bewustwordingsproces is ons grootste probleem.'

Vooral in uitwedstrijden laat Heerenveen punten liggen. Dat komt volgens Vonk vooral door het feit dat tegenstanders zich op ons instellen. De Haan denkt dat het ook met gevoel te maken heeft. In eigen stadion voelen de spelers zich alsof ze thuis voor de tv zitten, zo vertrouwd. Hij herinnert zich een zege bij PSV, een paar jaar geleden. 'Toen ontstond iets. Daarnaar zijn we op zoek. We moeten onder alle omstandigheden ontspannen leren voetballen, in het besef dat winnen én verliezen bij het leven hoort.'

En het feit dat Heerenveen thuis van de traditionele top-drie heeft gewonnen, houdt automatisch in dat in de tweede seizoenhelft moeilijke uitduels tegen Ajax, PSV en Feyenoord op het programma staan. Maar als Heerenveen geen kampioen wordt, is er niets aan de hand. De Haan, voor het tiende seizoen op rij hoofdtrainer en afkerig van de waan van de dag die het voetbal in zijn greep houdt: 'Het klimaat om aardige dingen te ontwikkelen, is hier nog ouderwets. Iemand die een scheet laat, staat niet meteen in de krant.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden