Heel Gyor leeft van de autofabriek

De auto-industrie bloeit in Hongarije. Daar kan premier Orbán zondag bij de parlements-verkiezingen goede sier mee maken. Want verder gaat het niet goed met de economie.

GYOR - Csaba Nagy staat in de ontvangstruimte van de Audi-fabriek op zijn rondleiding te wachten, wanneer zijn blik valt op het wagenpark. Voor de ingang staan opvallend veel TT's geparkeerd, de sportwagen die in de fabriek wordt geproduceerd.


Ja, zo'n auto zou ik ook wel willen hebben, zegt hij.


Nou ja, Csaba, een goedlachse veertiger met een buikje, rijdt rond met een oude VW Passat. Hoe oud precies wil hij niet zeggen. Te oud, lacht hij.


Beter kan de ingenieur zich eigenlijk moeilijk permitteren. In de aluminiumfabriek van Székesfehérvár, een stad negentig kilometer verderop, verdient hij omgerekend zo'n achthonderd euro per maand.


Het kan bij Csaba en zijn elf collega's - uitsluitend mannen - de pret niet bederven. Een bezoek aan de Audi-fabriek beschouwen ze als een buitenkansje. De rondleidingen, vier per dag, zijn een maand op voorhand volgeboekt.


De mannen zijn onder de indruk. Ook hun bedrijf is in buitenlandse handen, maar aan de technische snufjes van Audi kunnen ze niet tippen. Het is totaal verschillend, vertelt Csaba, terwijl hij staat te kijken hoe een robot een voorruit installeert. De anderen zijn het volmondig met hem eens.


Paradepaardje

Van een verrassing kan moeilijk worden gesproken. De auto-industrie is het economische paradepaardje van Hongarije, met Audi aan de absolute top, legt perschef Monika Czechmeister uit. Al zes jaar na elkaar heeft de fabriek in Gyor de prijs gewonnen van aantrekkelijkste bedrijf van Hongarije.


Ook in cijfers zijn de Duitsers besten. Wanneer binnen enkele maanden de nieuwe productiehal in gebruik wordt genomen, kan de capaciteit oplopen tot 125 duizend auto's per jaar. Daarbovenop worden in de fabriek jaarlijks twee miljoen motoren gebouwd, een Europees record.


Gyor, een industriestad in het noordwesten van Hongarije, kan er alleen maar wel bij varen. Van haar inwoners wordt gezegd dat ze hebben gewerkt, werken of zullen werken voor Audi. Het is nauwelijks overdreven. Het Duitse automerk levert werk aan 10 duizend arbeiders en dan zijn de toeleveringsbedrijven niet eens meegerekend.


Wie daar ook gelukkig mee zijn? Premier Viktor Orbán en zijn conservatieve Fidesz-partij. Dankzij de autoindustrie kan hij in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van aanstaande zondag uitpakken met een goed economisch rapport. Samen met Mercedes, dat twee jaar geleden een fabriek opende in het centraal gelegen Kecskemét, heeft Audi ervoor gezorgd dat Hongarije is uitgegroeid tot een van de belangrijkste autoproducenten van Europa.


In andere grote sectoren loopt het veel minder lekker met de investeringen en dat zal er de komende jaren niet op verbeteren. Veel buitenlandse bedrijven laten Hongarije links liggen, sinds Orbán enkele jaren besliste het ontsporende begrotingstekort op onorthodoxe wijze aan te pakken.


In plaats van zoals andere lidstaten van de Europese Unie zware bezuinigingen door te voeren, ging de Hongaarse premier het geld halen waar het zit. De pensioenfondsen werden genationaliseerd en sectoren met een grote inbreng van buitenlands kapitaal kregen een zogenoemde crisisbelasting opgelegd. Alleen de auto-industrie bleef buiten schot. Tegelijkertijd werden de banken gedwongen hun leningen in buitenlandse valuta te herschikken


Die onorthodoxe aanpak - schertsend Orbanomics genoemd - heeft de buitenlandse investeerders bang gemaakt. Maar ze past wel in de patriottische retoriek van de premier. Sinds zijn partij vier jaar geleden de absolute meerderheid veroverde, werpt Orbán zich zich op als de verdediger van de Hongaarse belangen tegen buitenlands kapitaal en wat hij de Europese bureaucratie noemt.


Voorlopig lijdt de Hongaarse economie er niet onder. Vorig jaar werd een stijging genoteerd van 1,1 procent; voor 2014 wordt nog meer groei voorspeld. Maar economen wijzen er op dat de cijfers er nog beter zouden uitzien als het investeringsklimaat niet was verpest. Bovendien heeft Hongarije na de zware crisis van enkele jaren geleden een grote economische achterstand in te halen. In tien jaar tijd groeide de Hongaarse economie met amper 3 procent.


Bloemen verkopen

De populariteit van Orbán is er niet minder om. Veel Hongaren zijn de premier dankbaar voor zijn pogingen om de gevolgen van de economische crisis te verlichten. Als je zoals Judit elke morgen op de markt van Gyor bloemen uit je tuin moet verkopen om je pensioentje op te krikken, dan maken die paar duizend forinten per maand op de elektriciteitsrekening een verschil. 'Orbán heeft van Hongarije een beter land gemaakt', zegt ze.


Maar er zijn ook andere geluiden te horen. Tijdens zijn rondleiding door de Audi-fabriek enkele kilometers verderop heeft Tamás Szili bedenkingen bij de economische politiek van de regering. 'Wat Orbán doet is een broekzak-vestzak operatie', vertelt de collega van Csaba. Hij klaagt erover dat de forint de voorbije jaren flink in waarde is gedaald, een gevolg van het beschadigde vertrouwen in Hongarije.


Vlakbij de twee ingenieurs is een TT RS, het pronkstuk van de fabriek, van de band gerold. '340 pk, 2,5 liter, vijf cilinders', zegt Csaba bewonderend. Hoelang moet hij werken om zo'n exemplaar te kunnen kopen? 'Honderd jaar', zegt hij zonder blikken of blozen. 'Nee, misschien zestig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden