Heel gewoon en nog trots ook

De licentie voor het tweede mobiele net, de aankoop van Dagbladunie door PCM en de overname van Barings. Aad Jacobs is al gebombardeerd tot de manager van het jaar....

BEGIN dit jaar stapte Aad Jacobs het kantoor van Nationale-Nederlanden in Den Haag binnen. Hij meldde bij de portier dat hij een afspraak had. De portier vroeg of Jacobs even wilde wachten en ging bellen.

Na tien minuten zei Jacobs opnieuw tegen de portier dat hij op dit kantoor een afspraak had. De portier zou nogmaals bellen. Na twintig minuten was Jacobs het wachten beu. 'Ik zou toch graag naar de afspraak gaan.' 'Wie bent u dan wel?', vroeg de portier. 'De voorzitter van de raad van bestuur.' 'Ja, maar u bent deze week de derde al die dat zegt.'

Aad Jacobs (59) gaat het liefst zo onopvallend mogelijk door het leven. De man die bij toeval bestuursvoorzitter werd van een van de grootste Europese financiële conglomeraten, dringt zich nooit naar voren als de aanvoerder van de ING-troepen die bezig zijn de wereld te veroveren.

Jacobs is niet bijzonder groot. Hij loopt het liefst op spekzolen, gaat gekleed in simpele kostuums - met lintje op revers - die meestal zo slordig om het lijf hangen dat een Barings-medewerker grapte 'dat Jacobs bij deze bank niet eens chauffeur was geworden'. Ook binnen Nationale-Nederlanden wordt wel eens met een scheef oog naar zijn kleding gekeken. 'Altijd die blauwe pakken met zwarte schoenen.'

Maar de kunst onopgemerkt te blijven beheerst Jacobs daardoor als geen ander. 'Er zijn mensen die vinden dat een bestuursvoorzitter glamour moet uitstralen, maar dat heb ik nu eenmaal niet. Ik heb het niet en ik hoef het niet', benadrukt hij.

Tijdens het heetst van de strijd om de overname van de Britse zakenbank Barings zagen de in de City van Londen verzamelde journalisten juist de topman van de belangrijkste gegadigde over het hoofd. Als ze Jacobs uiteindelijk toch herkenden, was hij al veilig de glazen deur door. Jacobs moest enorm lachen als de persmensen dan met hun neus tegen het glas gedrukt stonden.

Bij Nationale-Nederlanden in Den Haag wil Jacobs wel eens gaan eten in het personeelsrestaurant. Hij schuift dan graag aan bij de 'jongelui' voor een fikse discussie. Toen een van de jonge medewerkers van de verzekeraar een keer vroeg 'Goh, waar werkt u?' antwoordde Jacobs eerlijk: 'Bij de raad van bestuur'. 'Oh, maar wat doen die gasten nu eigenlijk?', zei de jongeman tot dolle pret van Jacobs.

Adrianus Gerardus Jacobs werd op 28 mei 1936 geboren in Rotterdam. Zijn vader was valutahandelaar bij de Amsterdamse bank. Als jongen hielp hij in de plaatselijke viswinkel. Zijn grote hobby was voetballen. Hij deed zelfs een poging een carrière bij SC Rotterdam te starten in de toen nog wilde profvoetbalcompetitie, maar zag na enige maanden al in dat hij hiervoor niet goed genoeg was. 'Ik miste de hardheid die een profvoetballer nodig heeft.'

Jacobs deed bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit. Hij studeerde af bij Johan Witteveen, in 1991 de eerste president-commissaris van de ING. Als officier bij de veldartillerie deelde hij de kamer met Ide van der Boor, later een van de collega's van de NMB Postbank.

Jacobs koos niet bewust voor een carrière bij een verzekeraar. De Nederlanden van 1845 deelde ieder jaar aan studenten van de Erasmus een jaarverslag en een borrelglaasje uit. 'Ik was vooral geïnteresseerd in het laatste.'

Hij solliciteerde bij deze in Den Haag gevestigde verzekeraar. Hij kreeg een gesprek met Leen van Zwol, op dat moment directeur van de beleggingsafdeling. 'Die constateerde dat ik had gesolliciteerd op een advertentie van de Nationale Levensverzekeringsbank. ''Maar nu je hier toch bent, mag je wel blijven'', zei Van Zwol.' In 1962 werd Aad Jacobs werknemer van De Nederlanden van 1845 dat een jaar later alsnog fuseerde met de Nationale. Via Delft kwam Jacobs uiteindelijk op het kantoor in Rotterdam terecht.

Van Zwol weet zich de jonge Jacobs nog goed te herinneren. 'Hij kwam bij mij op de beleggingsafdeling. Jacobs moet het onderzoek doen naar goede aandelenbeleggingen. Dat betekende balansen napluizen. Nationale-Nederlanden was eigenlijk de eerste institutionele belegger die groot in aandelen ging.' Jacobs maakte snel carrière. In 1965 werd hij chef van de afdeling beleggingsonderzoek en vijf jaar later algemeen procuratiehouder. Daarna klom hij op tot directeur.

'We zaten op het kantoor in Rotterdam met zijn vieren op één gang. Eimert den Bakker, die ook lid was van de raad van bestuur, had een kamer met drie ramen. Jacobs, Arie van der Neut en ik hadden kamers met twee ramen. Jacobs en ik deden de aandelen. Van der Neut de vastrentende waarden. We kwamen allemaal uit Rotterdam en werden dan ook wel de 'Rotterdamse mafia' genoemd', zegt Van Zwol.

Den Bakker: 'Jacobs was de junior, maar ook het meest aanwezig. Een levendige en grappige man. Ik weet nog wel dat hij met Sinterklaas de rijmpjes voor ons maakte.'

'Beeldschermen had je toen nog niet. Je las de krant, vergaderde en legde een serie orders in de markt tegen een bepaalde limiet. Omdat we zo groot waren en ook omdat Jacobs zo goed kon opschieten met allerlei commissionairs en bankiers, kregen we vaak het voorkeursrecht als ze iets op de plank hadden liggen of een grote klant voor die stukken hadden', aldus Van Zwol.

In de jaren zeventig ging het minder goed met de aandelenbeurzen, maar toen die begin jaren tachtig aantrokken konden de aankopen verder worden uitgebreid. Van Zwol weet zich nog te herinneren dat Jacobs in de daghandel Japanse aandelen ging kopen die toen in sneltreinvaart in waarde stegen. 'Ik was een ontzettende domoor op die markt. Ik kon die lispelende Japanners ook slecht verstaan, maar Jacobs had daar geen problemen mee.'

De beurskrach van oktober 1987 was een fikse streep door de rekening van de portefeuillehouders van Nationale-Nederlanden. Op papier waren ze in één klap honderden miljoenen guldens armer geworden. Jacobs kwam die avond laat thuis en vertelde zijn vrouw het ellendige nieuws. Toen hij de volgende morgen opstond, zei zijn vrouw: Zou je nog wel gaan?.'

In 1988 wist de beurs zich te herstellen. Van Zwol ging in dat jaar met pensioen. Jacobs, de rechterhand van Van Zwol, werd namens het beleggingsbedrijf het nieuwe bestuurslid van Nationale-Nederlanden.

SAM Jonker, de huidige voorzitter van het Verbond van Verzekeraars, was op dat moment vice-voorzitter van de raad van bestuur van Nationale-Nederlanden. 'Nationale-Nederlanden had een heel uitgebreid management-development programma. Uitgangspunt was de specialisatie en ervaring in het buitenland. Ik was daarvoor verantwoordelijk, maar Jacobs had dat allebei niet gedaan. Hij kwam in de raad van bestuur puur als beleggingsman: de natuurlijke opvolger van Van Zwol. Niet als de toekomstige bestuursvoorzitter.'

Van Zwol is evenals Jacobs een pretentieloos man die het liefst met een mok koffie in de hand journalisten aan de keukentafel van zijn rijtjeshuis in Rotterdam-Zuid te woord staat. Het onderscheid? 'Ik woon in de arme wijk. Jacobs in Hillegersberg', grapt hij. 'Ik ben een doodsaaie man, Jacobs is erg geestig. Voor de rest zijn we echte Rotterdammers. Mensen van geen woorden maar daden.'

Den Bakker: 'We zijn wel vrienden, maar veel zie ik hem niet. Het leiden van zo'n enorm bedrijf is een time-consuming business. Jacobs is bijna nooit thuis. Hij kan delegeren, maar het is geen superdelegator. Af en toe zeg ik wel eens tegen hem: don't overdo it. Jacobs is een workaholic. Hij wil graag iets in handen hebben en er dan ook bij zijn.' Jacobs houdt van lezen - 'vooral biografieën, ik heb hem onlangs nog een boek over de geschiedenis van de Warburgs gegeven', aldus Den Bakker - en luistert graag naar jazz-muziek, maar hij heeft er eigenlijk geen tijd voor.

Zowel Van Zwol als Den Bakker beamen dat Jacobs volkomen pretentieloos is. 'Niet eerzuchtig. Geen kapsones. Hij spéélt niet dat hij gewoon is, Hij is echt gewoon. Iemand die hekel heeft aan glitter en glamour', zegt Den Bakker. Van Zwol: 'Hij is zelfs zo pretentieloos dat hij daar ook niet prat op gaat'. Jonker: 'Weet je wat ik zo knap aan hem vind? Hij is nooit veranderd. Jacobs heeft zich niet aan de omgeving aangepast, maar de omgeving heeft zich aan hem aangepast.'

Naar buiten toe komt Jacobs zeer zelfverzekerd over. Maar in wezen is het een tobber. 'In de jaren zeventig lag ik elk weekend met hoofdpijn in bed totdat een dokter zei dat ik thuis niet zo moest piekeren over het werk. Sindsdien ga ik iedere zondag hardlopen', vertelde Jacobs in een interview met Quote. Voor het programma Nova liet hij zich dan ook joggend in het Kralingse bos portretteren. Hij vertelt ook altijd dat hij na een uurtje joggen op een zondagmorgen in februari van dit jaar van mede-bestuurslid Cees Maas hoorde dat de bank Barings in problemen zat.

Den Bakker lachend: 'Met dat joggen valt het wel mee. Daar komt nog bij dat Jacobs een gruwelijke hekel heeft aan honden. Als hij een hond ziet, dan stopt hij onmiddellijk.' Jacobs, de anti-held, kan altijd grote bewondering opbrengen voor echte helden. In Quote liet hij zich fotograferen met op de achtergrond een boksuitzending op de televisie, waarop Mohammed Ali te zien is. 'Ik kijk graag naar sport. Boksen bijvoorbeeld. De moed om op te staan terwijl je een pak slaag krijgt. Dat vind ik geweldig.'

Met zijn directe benadering van problemen en zijn vechtlust doet hij wel aan een bokser denken. Jacobs schuwt een boude uitspraak niet, ook niet toen hij in 1988 in de raad van bestuur was gekomen. De toenmalige bestuursvoorzitter Jaap van Rijn van Nationale-Nederlanden: 'In 1987 had Van Zwol iets in de media geroepen in de overnamestrijd rond Kluwer. Daar waren we niet zo blij mee. Jacobs beloofde dat hij zich niet over individuele aandelen zou uitlaten. Daar heeft hij zich keurig aan gehouden.'

Maar hij liet zich niet de mond snoeren. Zo liet hij zich tijdens de Golfcrisis over een bedrijfsgeheim ontvallen: 'Saddam Hussein vertelt toch ook niet hoeveel Scud-raketten hij heeft'. Later kwamen de spijtbetuigingen, waarin hij zich zeer ruimhartig toonde. Over de ruime reismogelijkheden van de nieuwe functie was hij niet zo enthousiast. 'Ik ben Columbus niet.'

INDIEN nodig bezoekt Jacobs een buitenlandse vestiging. Maar liever blijft hij thuis. Jonker: 'Op buitenlandse reizen heeft hij nooit geld bij zich. Komt hij ergens aan dat moet hij eerst geld lenen voor een taxi.'

Twee jaar nadat Jacobs in de raad van bestuur van Nationale-Nederlanden was gekomen, begonnen bestuursvoorzitter Scherpenhuysen Rom van de NMB Postbank en Nationale-Nederlanden-topman Jaap van Rijn met hun eerste geheime gesprekken over een mogelijke fusie. Jacobs werd als financiële man pas later ingelicht.

Jacobs was niet onmiddellijk enthousiast. Als enige binnen de zes man tellende raad van bestuur van Nationale-Nederlanden verzette hij zich aanvankelijk tegen het concept van het fusieplan. Hij voelde meer voor het samengaan met een andere buitenlandse verzekeraar dan een bank.

Van Rijn: 'Het is een goede zaak dat binnen een raad van bestuur niet iedereen hetzelfde denkt. Dan krijg je een goede discussie. Er was ook een mogelijkheid om met een buitenlandse verzekeraar te fuseren. Even hadden we nog het plan om er een fusie van drie van te maken, maar de buitenlandse verzekeraar wilde niet met twee dutchies in zee. '

Jacobs kon goed luisteren en werd van tegenstander een van de uitgesproken voorstanders. 'Tijdens het fusieproces werkten we ook bijna alle weekeinden. Ik weet nog dat Jacobs op zondag binnenwandelde. ''Ik ben blij dat ik weer op kantoor ben, want ik hoorde jou al uit de verte bulderen van het lachen'', zei hij.'

Toen de fusie bekend werd gemaakt, stak een storm van protest op. De onafhankelijke tussenpersonen waren bang dat de grootste Nederlandse verzekeraar nu zijn polissen via de bank ging verkopen en kondigden een boycot aan. De aandeelhouders van Nationale-Nederlanden waren ontevreden over het bod. Ook concurrent Aegon trachtte een spaak tussen de wielen te steken.

Jacobs ging overal in het land het fusieplan verdedigen. Journalisten nam hij mee naar zijkamertjes om ze na de persconferentie nogmaals op de redelijkheid van het bod te wijzen. Met rood hoofd, frequent anderen in de rede vallend, verweerde hij zich tegen wetenschappers die de fusie aanvielen. 'Ik laat niet over mij heenlopen', riep hij uit.

De ruilverhouding hield niet stand. Het bod moest worden verhoogd, maar de fusie van Nationale-Nederlanden en NMB Postbank in de nieuwe ING Groep was in februari 1991 een feit.

Jacobs zou verder gelukkig zijn geweest als hij de rest van zijn loopbaan op de zetel van bestuurslid had kunnen blijven zitten. Van Rijn: 'Mij was gevraagd om langer te blijven. Dat heb ik een half jaar gedaan. Maar in juni 1992 ben ik opgestapt. Scherpenhuysen Rom zou het daarna doen. Hij werd de eerste echte holdingman, ook omdat hij meer een strateeg was dan iemand die op de winkel wilde passen.'

Begin 1992 bleek een reeks van NMB-bankiers privé beleggingstransacties te hebben uitgevoerd in fondsen waarmee ook de bank relaties onderhield. De kroonprinsen Ton Soetekouw en Ide van der Boor vertrokken. In september 1992 moest ook Scherpenhuysen Rom opstappen, nadat de Volkskrant onthulde dat hij privé had belegd in een vastgoedmaatschappijtje dat door de NMB was gefinancierd.

Jacobs werd van zijn vakantie-adres teruggeroepen en tot nieuwe bestuursvoorzitter gebombardeerd. 'Tijdens het fusieproces was al afgesproken dat Scherpenhuysen Rom door een 'oranje man' (iemand van de Nationale, red.) en niet door een 'blauwe man' (een NMB Postbank-bestuurder) zou worden opgevolgd. Maar wie moest dat worden? Jacobs had nog niet zo'n brede kennis, maar het was een bijzonder intelligente en verdomd aardige man', zegt Van Rijn. 'Maar hij was een belegger. Ik weet dat een vroeger bestuurslid eens had gezegd dat verzekeren eigenlijk niet meer was dan een smoesje om te kunnen beleggen. Dus tegen de beleggers werd intern wel eens vreemd aangekeken.'

De nieuwe topman van de ING Groep stond voor een enorme uitdaging. De kritiek op de fusie en de daaropvolgende schandalen hadden het imago van het nieuwbakken bancassurance-concern aangetast. Jacobs had één voordeel: hij was onkreukbaar. Zijn privé-vermogen stond op deposito. 'Fiscaal de slechtste belegging die je kunt doen. Het regent bij mij thuis blauwe enveloppen en voorlopige aanslagen. Ik betaal ze keurig, maar met bloedend hart.'

ING moest weer het vertrouwen terugwinnen. Jacobs moest wel wennen aan de nieuwe positie waarbij hij de blikvanger werd van het hele concern. De directe benadering waarmee hij de problemen aanpakte, maakte hem al snel populair. In alle stilte werd binnen de nieuwe combinatie orde op zaken gesteld. Maar er moesten belangrijke beslissingen worden genomen.

Van Rijn: 'De overname van de Belgische bank BBL. Jacobs vond het uiteindelijk te duur worden. Daarnaast moest er veel overleg worden gevoerd om te komen tot de integratie van de bank- en verzekeringspoot en moesten de voorwaarden worden geschapen waaronder bancassurance zou werken. En tenslotte moest Jacobs enkele zere plekken - Orion, Victory - binnen het concern zien te isoleren.'

HIJ stortte zich vol overtuiging op de nieuwe taak. Zijn gezin - Jacobs heeft twee zonen en een dochter - kwam voorlopig op de tweede plaats. Jacobs stond technisch-financieel bekend als een kei, maar nu moest hij ook leren communiceren. Van Rijn: 'Hij heeft daarbij op een geweldige manier zijn grote toegankelijkheid en gevoel voor humor kunnen kapitaliseren'.

Op een dag reed hij samen met een van zijn zonen van Den Haag naar Rotterdam. Langs de weg stond een groot bord van de Postbank. 'Kijk, dat hoort bij ons', zei hij. Vervolgens reden zij langs een kantoorgebouw waarop met grote letters Nationale-Nederlanden stond geschreven. 'Dat hoort ook bij ons.' En voordat ze Rotterdam binnenreden, passeerden ze een bord met het opschrift van de ING Bank. 'En daar ben ik de baas van.' Zijn zoon keek hem verbouwereerd aan: 'U kunt mij nog meer vertellen. U bent zeker overal de baas van.'

De keuze voor Jacobs - de man die alleen verstand had van beleggingen - bleek uiteindelijk een gelukkige te zijn. Jonker: 'Kwaliteit wint. Hij is het bewijs dat het ook zonder management-development programma's kan. Jacobs roept steeds dat hij geen bal verstand heeft van verzekeringen. Maar dat is beslist niet zo. Aan de Schiekade in Rotterdam zat je dagelijks met de verzekeringsmensen rond de tafel. Dan weet je tenslotte ook alles van dat vak. Pas als je directeur wordt, krijg je een broodje op je kamer.'

Drie jaar later heeft Jacobs kunnen bewijzen dat het concept van een fusie tussen een grote bank en een grote verzekeraar een goede was.

Grote ingrijpende veranderingen - afgezien van de overname van Barings - hebben zich bij de ING groep onder Jacobs eigenlijk niet eens voorgedaan. 'Nationale-Nederlanden was altijd de Rolls Royce onder de verzekeraars. Dat is het nog steeds. Het is alleen zakelijker geworden', zegt Jonker. De buitenlandse operaties - de zogenoemde greenfields - waren al veel eerder opgestart. Gerrit Tammes had voor de NMB al een grote buitenlandse operatie opgezet. En bij de Postbank hebben ze de afgelopen jaren laten zien dat het uitstekende marketeers zijn', voegt hij daar aan toe.

Jacobs heeft de enorme organisatie die ING nu eenmaal is, binnen korte tijd goed leren kennen. 'Weet je wat ik zo'n goed idee van hem vind? Die ontbijtgesprekken met al die medewerkers. Dan weet je precies wat speelt in de organisatie', stelt Jonker. 'En voor de rest is het gewoon een hardwerkende kerel die de relativiteit van de dingen kan inzien.'

Zijn commerciële instelling is bijna berucht. Winst staat hoog in het vaandel. Hij bemoeide zich hoogstpersoonlijk en intensief met de overname van Dagbladunie door PCM. 'Niet om kranten te gaan maken, maar om er gewoon geld aan te verdienen', zo gaf hij ruiterlijk toe. In Japan heeft Nationale-Nederlanden enkele duizenden huisvrouwen ingeschakeld die via huisbezoeken levensverzekeringen verkopen. 'Op het hoofdkantoor zitten enkele tientallen mensen. Dat moet u eens vergelijken met die kantoren in Nederland', zei hij een keer.

Van Rijn: 'Commercieel was Jacobs als belegger al. Hij let altijd op de kosten. Ook privé: hij rijdt een Toyota. In mijn tijd mocht een chef pas iemand aannemen als er twee waren weggegaan. Onder Jacobs is dit verhard. Dat is vaak moeilijk te verkopen, maar Jacobs heeft er begrip voor gekweekt. De concurrentie is ook verhard.'

Jacobs zelf: 'Ik kan in mijn functie moeilijk zeggen: ''we moeten de werkloosheid aanpakken, brengt u mij maar vijfduizend werklozen.'' Ik ben machteloos, want ik heb daar de volmacht niet voor gekregen van de aandeelhouders. Die zeggen niet: ''Mijnheer Jacobs doe eens iets goed voor de werkloosheid in Nederland''. Bovendien moet werk zinvol zijn.'

VAN RIJN, de architect van de fusie met de NMB Postbank en nog altijd commissaris bij ING, zegt dat het concern in de concurrentiestrijd op de binnenlandse markt geen gekke sprongen kan maken. 'Je moet toch een beetje de wijze reus zijn die af en toe een klapje accepteert.' Jacobs heeft de integratie voortvarend vorm kunnen geven. 'Vijf jaar na de fusie hebben we al onze doelstellingen bereikt', zo zei hij onlangs op het eerste ING-congres. Winstgroei staat bij hem voorop.

De grote uitdaging ligt in het buitenland. De overname van Barings in februari van dit jaar was ook voor Jacobs het hoogepunt, maar ook een emotioneel klapstuk. 'Het was de meest belangrijke beslissing die ik in mijn carrière heb genomen', zo zei hij in The Wall Street Journal. Jacobs reisde op donderdag naar Londen met het idee dat de transactie vrijdag zou worden afgerond. Hij had alleen een pyjama bij zich. De onderhandelingen zouden nog een heel weekeinde vergen.

Jacobs had ten opzichte van de concurrentie een voordeel. Hij beschikte al over een heel dossier over Barings. In september 1994 had hij al met Andrew Tuckey, de vice-voorzitter van de raad van bestuur, gesproken over een mogelijke samenwerking. Maar het gesprek duurde slechts twintig minuten of, zoals Jacobs zei, 'een kopje thee'. Een bankier van Robert Fleming die de ING groep bij de onderhandelingen terzijde stond: 'Jacobs was op dat moment als enige bankbestuurder in staat om tegen veertig van zijn mensen te zeggen ''leg je potlood neer en reis onmiddellijk af naar Londen''. Daarom heeft ING de slag om Barings gewonnen.'

De Britse pers reageerde aanvankelijk smalend op de overname van het prestigieuze Barings door wat ze oneerbiedig 'de Nederlande postkantoren' noemde. 'Het is net of de Wehrmacht in een oude oorlogsfilm een Frans chateau verovert', schreef The Sunday Telegraph. Jacobs wist met zijn met Rotterdams accent doorspekte Engels de Britse pers echter snel voor zich te winnen.

De overname was voor Jacobs ook een emotionele gebeurtenis. 'Als je daar op het kantoor in Londen keek naar al die portretten van de mensen van Barings die dat bedrijf in 230 jaar hebben opgebouwd. De ondergang van de bank was toch ook een menselijk drama.' Jacobs had grote bewondering voor bestuursvoorzitter Peter Baring die het kon opbrengen ING behulpzaam te zijn. Nadat de deal gesloten was, lunchte Jacobs nog een keer met de man die zo hard van zijn troon was gestoten.

Jacobs zal nog tot 1998 bestuursvoorzitter van ING blijven. Met Cees Maas en onlangs Alexander Rinnooy Kan heeft Jacobs twee nieuwe potentiële kroonprinsen binnengehaald. Maar voorlopig zal toch de aandacht nog op zijn persoon gericht zijn, hoe vervelend hij dat zelf af en toe ook zegt te vinden. Daarna zal hij ongetwijfeld snel terugtreden in de Rotterdamse schaduw. Een beetje lezen, een beetje les geven en ook weer een beetje zelf beleggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden