Heel Duitsland discussieert over ‘Unser Kampf’

Twintig jaar geleden ontketende de Duitse historicus Ernst Nolte een fel debat met de these dat Lenin de wegbereider was geweest voor Hitler....

Nu is er opnieuw een Historikerstreit gaande. Aanstichter is de historicus en gewezen maoïst Götz Aly (60). ‘Wij waren ideologisch en strategisch in de eerste lijn verwant met de nazi’s’, luidt vrij vertaald de stelling waarmee hij de laatste weken velen tot tegenspraak heeft geprikkeld.

Alleen de titel van Duitslands meest bediscussieerde boek geniet al een hoge attentiewaarde: Unser Kampf. Een als provocerend ervaren verwijzing naar Mein Kampf, de ‘geloofsbelijdenis’ van Adolf Hitler.

De titel doet recht aan de inhoud. Want 1968 lijkt – in groepsdynamisch opzicht – verdacht veel op 1938. De partij van Adolf Hitler en de Berlijnse Kommune 1, de uitvalsbasis van ‘buitenparlementaire activisten’, hadden hun verachting voor het individu, hun verheerlijking van de jeugd, hun demonisering van andersdenkenden en het onwankelbare geloof in het eigen gelijk met elkaar gemeen.

En dat niet alleen: het antisemitisme was volgens Aly een wezenlijk bestanddeel van het gedachtegoed van de radicale ‘68’ers’, die met name in Duitsland talrijk waren. Hun gezindheid werd weliswaar tot uitdrukking gebracht in anti-zionistische en (met name) anti-Amerikaanse parolen, maar achter deze linkse cosmetica gingen klassieke anti-joodse vooroordelen schuil.

Net als in de jaren dertig werden jodendom en grootkapitaal met elkaar in verband gebracht. En net als in de jaren dertig waren Joden (onder wie de Berlijnse hoogleraren Richard Löwenthal en Ernst Fraenkel) het doelwit van lastercampagnes. In 1969 beraamde een bewoner van Kommune 1 zelfs een (mislukte) bomaanslag op het joods gemeentecentrum in West-Berlijn – nota bene op 9 november, de 31ste verjaardag van de Kristalnacht.

Met de suggestie dat de rebellen van de jaren zestig de kinderen van Adolf Hitler waren, is Aly zijn doel – een kritische discussie over een geïdealiseerde tijd – ver voorbijgeschoten. Volgens zijn critici kan de staatsterreur van het Derde Rijk niet worden vergeleken met het revolutionaire pathos van idealisten en desperado’s. Aly ondermijnt zijn eigen geloofwaardigheid, zeggen zij, als hij de Duitse studentenleider Rudi Dutschke, die in april 1968 door een vroegere SA-man werd neergeschoten, vergelijkt met Hitlers propaganda-minister Joseph Goebbels.

Meer bijval oogst de historicus met zijn relativering van de zuiverende werking die aan de jaren zestig wordt toegedicht. Zo trekt hij het in Duitsland gangbare inzicht in twijfel dat de zelfkritische omgang met het naziverleden de ‘historische verdienste’ van de 68’ers is – een gedachte die bijvoorbeeld oud-minister Joschka Fischer graag verkondigt.

In werkelijkheid interesseerden de nazimisdrijven de linkse avant-garde geen zier, zegt Aly. Kritische jongeren vroegen hun ouders wat zij in de oorlog hadden gedaan, maar stelden geen enkel belang in het antwoord. De ouderen waren verdacht vanwege hun leeftijd. Niet vanwege hun mogelijke medeplichtigheid aan de jodenvervolging.

Met hun fixatie op het Amerikaanse imperialisme hebben de 68’ers zelfs de aandacht van het Duitse verleden afgeleid, en hebben ze gemene zaak gemaakt met anti-Amerikaanse nationalisten. Dat Duitsland met zijn verleden leerde omgaan, is – aldus Aly – niet de verdienste van de 68’ers maar van ‘de generatie van Helmut Kohl’, die onder de slechtst denkbare omstandigheden Duitsland zijn fatsoen heeft teruggegeven. De 68’ers past slechts bescheidenheid. Aly heeft hun dat op ruwe wijze willen bijbrengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden