Heel Bolivia aan de coca

Coca is gezond en de ideale grondstof voor uiteenlopende producten. Sinds Evo Morales het voor het zeggen heeft in Bolivia, is er een legale coca-industrie ontstaan....

Poets je tanden met coca!! Een reclamespotje van de drugsgroothandel in Amsterdam-Zuid? Een tip voor de onhandige coke-snuiver die het maar niet voor elkaar krijgt het spul via zijn neus naar binnen te halen?

Nee hoor, de leus is onderdeel van een overheidscampagne in Bolivia om het gebruik van natuurproducten te stimuleren en tegelijk de arme cocaboeren aan een beter bestaan te helpen. Het is niet de bedoeling cocaïne op je tandenborstel te smeren, maar de op basis van de cocaplant gefabriceerde levensechte tandpasta.

Voor wie het nog niet doorhad: coca is niet hetzelfde als cocaïne. De laatste is een drug voor de verwende verslaafden in Europa en de Verenigde Staten, de eerste een plant die niet alleen heilig is voor de indianen in de Andes-landen, maar ook zo gezond is dat het doodzonde is hem stomweg door de internationale drugsmaffia te laten opslorpen. Op verschillende ministeries in La Paz hangen affiches om het verschil te onderstrepen: ‘coca + water = thee; coca + chemicaliën = dood’.

En met coca-shampoo nooit meer haaruitval!!!

Bolivia heeft sinds ruim twee jaar in de persoon van de Aymara-indiaan Evo Morales een echte cocalero als president. Een man die in zijn levensonderhoud voorzag met het kweken van (legale) coca en die carrière maakte in de vakbonden van de cocaboeren door de strijd tegen de uitroeiing van het gewas. Eenmaal gekozen tot president maakte Morales serieus werk van wat heet ‘de industrialisering van de coca’: met als uitgangspunt ‘cocaïne nul’ moet de coca gebruikt worden voor het vervaardigen van allerhande producten waar de mens alleen maar beter van wordt.

Het is al een behoorlijke collectie aan het worden, zoals blijkt wanneer Melanio Rocabado een kleine uitstalling maakt van de cocaproducten die hij in huis heeft. Naast de tandpasta en de shampoo heeft hij cocawijn, verschillende soorten sterke drank gemaakt van ‘het groene blaadje’, crèmes om gelaatsrimpels of jicht te bestrijden, er is honing vermengd met coca en een cocasiroop. En er zijn nog legio cocaproducten die je gewoon bij de bakker kunt kopen, taarten, koekjes, chocolaatjes, noem maar op. Minister van Onderwijs Patzi beweert zelfs dat je er heel fijne condooms van kunt maken.

Melanio Rocabado zit letterlijk ingegraven in de coca. Om tot zijn kleine kantoortje in een souterrain door te dringen, moet je je in alle bochten langs de zakken coca wringen. De nauwe gangetjes zitten verstopt met ‘originele’ blauwe zakken, zwarte vuilniszakkken, plastic tasjes en alle formaten en kleuren. Op de stoep voor het pand heeft de politie net een stel grote zakken van vijftig pond gedeponeerd. Want de coca mag dan een nieuwe status als industrieproduct hebben verworven, dat betekent niet dat alles mag.

‘Dit is allemaal illegale coca die in beslag is genomen, omdat de boeren die gingen verkopen aan de drugsmaffia. Het is nu wel erg vol, er ligt hier zo’n 10 duizend kilo, die een dezer dagen verbrand gaat worden.’ De coca komt uit Los Yungas, een streek niet ver van La Paz en de thuishaven van de de traditionele coca van Boliva. ‘Er is een beetje overproductie, er wordt wat meer verbouwd dan wettelijk mag. En er zijn altijd mensen die proberen die buiten de markt om te verkopen, want de drugshandelaren bieden veel geld. Met enige regelmaat onderscheppen we auto’s die van onder tot boven zijn volgeladen.’

De agronoom Rocabado is de baas van de Digcoin, de afdeling van het staatssecretariaat van Coca belast met de industrialisatie van de cocaplant. Hij moet er ook op toezien dat clandestien geteelde blaadjes worden vernietigd. Terwijl de politie bij Rocabado zakken vol verboden waar op de stoep zet, staan agenten een paar blokken verderop in de wijk Villa Fátima van La Paz toe te kijken hoe handelaren kleine vrachtwagentjes en taxi’s volstouwen met coca.

Hier functioneert de grootste legale cocamarkt in de wereld. Een enorm pand van vier verdiepingen, waar honderden mensen zich een ongeluk slepen aan de zakken met de blaadjes. Er is allemaal niets verbodens aan, maar de handelaren vinden het niet fijn wanneer een buitenlander er rondhangt en foto’s wil maken. De activiteiten op de cocamarkt vallen vrijwel nooit stil want de heilige plant levert maar liefst vier keer per jaar een oogst.

Op de bovenverdieping van het kantoor van Rocabado staat een lange rij inheemse mannen en vrouwen voor een loket te wachten op hun beurt. ‘Dat zijn detailhandelaren. Ze moeten hun vergunning laten stempelen om de coca naar het binnenland te vervoeren en in kleine hoeveelheden aan de consumenten te verkopen.’

Binnen hangt de bitterzoete lucht van coca: de geur van Bolivia. Heel veel indianen hebben een stevige bal achter de wang, en blijven steeds een nieuw blad in hun mond stoppen. Ze spuwen niet, zoals vroeger in Europa met de pruimtabak, maar kauwen urenlang op de bal. Zodra je de stad uitrijdt, zie je aan de kant van de weg stalletjes waar de reizigers voor onderweg een coca-cola (what’s in the name?) plus een half pondje blaadjes kopen.

Melanio Rocabado is behalve agronoom en ambtenaar ook cocalero, met zijn eigen perceel in Los Yungas. Hij is een wees die is grootgebracht in een huis van Nederlandse Augustijnen in de stad Cochabamba en is trots op het prachtige product dat hij levert: ‘Coca verbouwen in Los Yungas is een duizenden jaren oude kunst. Ecologisch verantwoord, hoewel helaas de laatste paar jaar ook bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Onze coca is van veel betere kwaliteit dan die in de Chapare, het andere cocagebied van Bolivia, dankzij de kleinere bladjes.’ Veel meer smaak, beaamt de taxichauffeur later met zijn mond vol.

‘Hier op kantoor kan ik natuurlijk niet gaan zitten kauwen’, zegt Melanio. ‘Ik ben ermee begonnen toen ik 19 was en op het land werkte, dat is heel zwaar. Nee, we geven het niet aan onze kinderen om te kauwen. Maar als mijn zoontje van vijf maagpijn heeft of zo, maak ik natuurlijk wel een kop mate de coca voor hem.’

Dat de coca heilzaam is ook voor kinderen, daaraan twijfelt de Boliviaanse overheid geen moment. Het blaadje kan moeiteloos de in Europa steeds populairder voedingssupplementen vervangen. ‘Hoeveel planten kent u die meer calcium bevatten dan melk, meer ijzer dan spinazie en net zo veel fosfor als vis?’, vraagt Rocabado. Minister van Buitenlandse Zaken David Choquehuanca heeft om die reden in het parlement voorgesteld coca op te nemen in het ontbijt dat kinderen op school krijgen. Als bewijs noemde de minister een onderzoek van de Amerikaanse Harvard universiteit uit 1975.

Rocabado laat een papiertje zien met de complete Harvard-analyse. Zijn staatssecretariaat heeft het in grote aantallen gedrukt om buitenlanders die coca blijven verwarren met cocaïne uit de droom te helpen. ‘Ons probleem is dat dit de eerste regering is die de coca systematisch wil benutten voor gezondheidsproducten en er nauwelijks onderzoek of literatuur bestaan. We moeten alles zelf uitvinden, het proces staat nog in de kinderschoenen.’

In Los Yungas en de Chapare draaien de eerste fabrieken die mate de coca produceren, het product dat het het meest voor de hand ligt. De doosjes met ogenschijnlijk normale theezakjes zien er gedistingeerd uit, als de betere kwaliteit thee, wat het ook is. De Bolivianen zelf stoppen gewoon een handvol bladeren in de pot en gooien er kokend water op. Dat is het eerste dat een beetje hotel in La Paz, op 3.600 meter boven de zeespiegel, vers aangekomen gasten aanbiedt om de effecten van de hoogteziekte (sorochi) te bestrijden.

Maar internationale antidrugsverdragen verhinderen de export. ‘We organiseren exposities voor ondernemers. In Ecuador willen ze wel 5 tot 6 dollar voor een pak van onze mate betalen, de beste kwaliteit, zonder draden en steeltjes. In het noorden van Argentinië ook. Maar het mag niet geëxporteerd worden.’

President Evo Morales, die zelf overigens niet pleegt te coquear (coca kauwen), ziet voor het gebruik van coca in voedingsmiddelen een grote toekomst. In het geval van de cosmetica lijkt hij zijn bedenkingen te hebben. ‘We moeten geduld hebben. De industrialisering van de coca zal ons niet op slag rijk maken’, zei hij bij de presentatie van zijn plannen tegenover een paar duizend cocaboeren. ‘We hebben shampoo gemaakt van coca’, voegde hij er grinnikend aan toe. ‘Mijn haar zag er heel raar uit van die shampoo, maar een vriendin beweert dat het bij haar werkt tegen haaruitval.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden