Heeft soulmuziek nog toekomst?

Eind 1979 vroeg Muziekkrant OOR een aantal popjournalisten en radiomakers naar hun toptien met beste albums van de jaren zeventig. Songs In The Key Of Life kwam in de totaallijst op de eerste plaats, verder stonden er platen in van David Bowie, Derek And The Domino’s, Todd Rundgren en nog een van Stevie Wonder, Talking Book. Wonder deed het goed dat decennium, zowel onder critici als onder het grote publiek. Maar hoe zat dat met andere soulartiesten, waar bevond zich in de lijst bijvoorbeeld Marvin Gaye met What’s Going Onde plaat die tegenwoordig in veel Beste-Platen-Allertijden-lijstjes in de hoogste regionen prijkt?

De plaat kwam in 1979 niet in de top tien en werd slechts door een enkeling genoemd. Marvin Gaye, Curtis Mayfield, James Brown en Al Green: grote soulartiesten maar in 1979 leken ze niet meer te bestaan.

Ik schreef het een paar dagen geleden al: in deze postpunk jaren was reggae populair onder de smaakmakers maar soul totaal niet. Ja, Stevie Wonder die kon ermee door. Maar Marvin Gaye’s prachtige dubbel-lp Here My Dear verdween in Nederland zo ongeveer rechtstreeks naar de uitverkoopbakken van V&D en Capi Lux. Speciaalzaken deden er zelfs helemaal niet aan. Die hadden nog stapels van Gayes Anthology liggen, een driedubbel-lp die voor 8,95 nog niet te slijten was.

Soul was volstrekt uit de mode, een plaat als What’s Going On was in Surinaamse kringen populair maar het hippe popvolk wist van niks.

Ik ook niet. Pas toen Marvin Gaye een hit kreeg met Sexual Healing werd ik langzaam bewust van de kracht van soulmuziek. Maar toen was het al eind 1982. Prince (1999) en Michael Jackson (Billie Jean) voegden zich bij Gaye in het rijtje nieuwe favorieten en ineens bleek disco niet zo’n vies woord meeer. Ik raakte langzaam meer verslingerd aan zwarte muzie, wellicht aangespoord door bladen als de NME die in de jaren die erop volgden steeds meer over soul gingen schrijven en artiesten naar voren schoven als Bobby Womack van wie ik nog nooit gehoord had.

De jaren 1983-1987 staan niet bepaald bekend als een zeer spannde tijd in de popmuziek: postpunk had zijn beste tijd gehad en hiphop deed pas zo vanaf 1986 echt van zich spreken. Voor mij waren er Prince, Tom Waits, The Smiths, The Fall, Elvis Costello, Nick Cave en The Pogues. Een mooi rijtje maar veel meer was er niet.

Het was een ideale tijd om me eens goed in oude soulmuziek te gaan verdiepen. Maar daarvoor was ik aanvankelijk volledig op 2e hands zaken aangewezen. Goede compilaties van James Brown, Otis Redding en Aretha Franklin waren nieuw domweg niet te krijgen. Gelukkig waren er Britse reissue labels als Kent, Ace en Charly die zo ongeveer iedere week wel een prachtverzamelaar met r&b en soul uitbrachten. Het merkwaardige feit deed zich voor dat er van veel obscure northern soul artiesten meer muziek leverbaar was dan van de grote namen op Atlantic of Motown.

Maar gaandeweg kon ik toch een aardige soulcollectie opbouwen. Geholpen door bijvoorbeeld de prachtboeken Nowhere To Run van Gerri Hirschey en Peter Guralnicks Sweet Soul Music. Oude soul werd gaandeweg ook populairder. De hipste dansavond vond eens in de maand in Paradiso plaats: Eddy de Clercqs Pep Club, waar de hele nacht de meest geweldige oude soul te horen was.

Platen van Al Green werden door het Demon label opnieuw uitgebracht, en weer later kwam door de invoering van de cd nog veel meer oud materiaal opnieuw uit.

Essentieel in mijn muzikale vorming bleek vooral de zeven dubbel-lp’s tellende reeks Atlantic Soul And R&B 1947-1974 uit 1986. Alle grote hits van Otis Redding, Ray Charles, Drifters, Aretha Franklin en nog veel meer stonden erop verzameld. Precies wat er toen nodig was. Tweede hands had ik de oeuvres van Al Green, Millie Jackson en Curtis Mayfield al bij elkaar gescharreld.

Marvin Gaye’s What’s Going On en Let’s Get It On had ik zo rond 1984 leren kennen, maar de grootste Motown, Stax en Atlantic hits kwamen nu pas langzaam opnieuw uit.

Er kwam met Anita Baker en Womack & Womack ook wel nieuwe soulnamen bij, maar soul was toen al iets van vooral vroeger. Het klassieke werk van James Brown kreeg eindelijk de behandeling die het verdiende. Met de opkomst van hiphop kwamen er ook steeds meer van zijn platen opnieuw uit waar door rapproducers flink uit gesampeld werd.

Het was, kortom echt een gouden tijd voor born again soulliefhebbers als ik.

En nog altijd verschijnen er op Ace/Kent en nu ook Numero soulplaten met muziek van vroeger die me diep raakt. Zoals recentelijk een Anthology van Doris Troy en een door Numero uitgebracht volkomen vergeten album van Willie Wright.

Maar net als in de reggae is het met soulmuziek toch vooral een muziek uit de gouden periode die me het meest bekoort, die ligt grofweg tien jaar eerder dan die van de reggae, namelijk tussen 1965-1975.

Het is soul uit deze tijd waar altijd nog naar terugverlangd wordt. De herwaardering ervoor was voor een deel ook te danken aan de film The Blues Brothers die een zeer feestelijke soundtrack had. Hoewel uit 1980, was de film midden jaren 80 regelmatig op tv en Aretha Franklins remake van Think van die soundtrack was een nummer dat je op dansavonden altijd kon draaien.

Ook geholpen aan de herwaardering hebben de zogeheten spijkerbroekenreclames. Van Sam Cooke waren eigenlijk geen goede compilaties verkrijgbaar toen in 1986 Wonderfull World onder een Levi’s reclame zat. Het werd een hit, en RCA stelde in allerijl een dubbel-lp met zijn greatest hits samen.

Kortom, prachttijden om een liefde voor klassieke soul op te bouwen.

Maar ik voel me toch een beetje gegeneerd als ik nu zie hoe artiesten hardnekkig die jaren proberen terug te halen. Oude soul lijkt vooral door een blank wat ouder publiek te worden gewaardeerd (net als oude reggae trouwens), de gemiddelde FunX luisteraar maalt er niet om.

Wie zoveel mogelijk klinkt als soulartiesten in de jaren zestig klonken, krijgt in de media meestal de meeste lof toegezwaaid. R.Kelly die teruggrijpt naar oude soul is nieuws ook al is het in de VS zijn minst succesvolle plaat in tijden, en stond de plaat hier op de 99ste plaats voordat Saul van Stapele er in NRC Handelsblad een zeer aanstekelijk lyrisch stuk over schreef. (Wel met gevolg dat het album een week later een plaats of veertig steeg).

En dan is er Charles Bradley. Hij debuteerde een paar weken geleden op 62-jarige leeftijd op het New Yorkse Daptone label dat helemaal gespecialiseerd is in retrosoul: hedendaagse artiesten die het geluid van de jaren zestig nieuw leven willen inblazen en ook de formats uit die tijd (vinyl-platen, 7 inch singles) koesteren.

Net als vorig jaar is Bradley dezer dagen in Nederland te zien samen met generatiegenoot Lee Fields en de Menahan Street Band. Ik ben gisteren in Tivoli gaan kijken en zag een man die heel erg zijn best deed een soulshow neer te zetten zoals James Brown en Otis Redding dat in de jaren zestig deden. Na anderhalf nummer zakte hij al door de knieën om met de hand op het hart zijn smeekbedes te verkondigen.

Allemaal net iets te overdreven, ook zijn versie van Heart Of Gold bezorgde me vooral jeuk. Maar hij wist de zaal wel te veroveren. Precies waar het publiek voor kwam: een echt ouderwetse soulrevu.

Lee Fields bleek na Bradley over de betere liedjes te beschikken maar Bradley was ontegenzeggelijk de man met de meeste uitstraling.

Ik heb me best vermaakt maar voelde me ook een beetje ongemakkelijk. Is soulmuziek dan alleen nog maar goed als het precies zo klinkt en oogt als in de jaren zestig? Waarom zijn er geen zwarte twintigers meer die zo de longen uit hun lijf schreeuwen.

De laatste nieuwe soulster die echt vernieuwingen aanbracht was D’Angelo, maar het wachten op zijn nieuwe plaat duurt ook al weer tien jaar.

Is soul anno 2011 alleen nog maar muziek die naar het verleden wijst, of heeft het nog echt toekomst?

Raphael Saadiq heeft ook alle klassieke maniertjes maar te weinig goede songs en iemand als Ne-Yo is me meer een kwijlebal dan een soulzanger.

Wie niet precies klinkt als in de jaren zestig heeft het als soulartiest moeilijk. In dat opzicht vind ik het heel dapper wat R. Kelly op zijn nieuwe album doet. Hij probeert klassieke soul echt een beetje hedendaags te laten klinken wat hem in een nummer als When A Woman Loves ook heel knap lukt. Maar zit de gemiddelde R. Kelly fan hier wel op te wachten?

R. Kelly kwam op zijn idee om zelf een soulplaat te maken toen hij op een feestje voor de lol Sam Cookes live-plaat uit de Copa integraal ging nazingen. Hij kreeg de smaak te pakken en begon zelf nummers in die sfeer te schrijven en op te nemen.

Mooi, maar ik dacht toen ik erover las: stel je nu eens voor dat R. Kelly die andere, in 1985 pas postuum verschenen live-plaat opgenomen in 1963 in de Harlem Square Club was gaan nazingen, dan had dit mogelijk echt geleid tot een rauwe soulplaat vol zweet en tranen, en waren ons de toch wat kwijlerig croon-nummer bespaard gebleven.

Dan hadden we pas echt een ‘ouderwets’ soulalbum gekregen.

Leuk voor ons, veertigers met een hang naar oude soul. Maar of de R. Kelly fans daar wel op zitten te wachten?

Toch zou ik graag een wat jongere man of vrouw horen die je doet uitroepen: wow wat een soul, zonder dat je meteen aan de jaren zestig of zeventig moet denken.

Iemand als D’Angelo, Angie Stone of Alicia Keys.

Waar zijn hun opvolgers?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden