reconstructie

Heeft Den Haag de boel weggemoffeld?

'Ik wens dat de onderste steen bovenkomt. Daarom heb ik Kees Vendrik, lid van de Algemene Rekenkamer en oud-lid van uw Kamer, verzocht om een diepgravend onderzoek te doen naar de financiële ontnemingsschikking. De heer Vendrik is bereid hierover aan mij te rapporteren.'

Het rapport van de Onderzoekscommissie Ontnemingsschikking. De commissie oordeelde dat de deal die voormalig officier van justitie Fred Teeven in 2000 sloot met drugscrimineel Cees H. 'de toets van kritiek niet kan doorstaan'. Beeld anp

Van de zinnen hierboven is er niet één waar. Ze komen uit het concept van een brief die ambtenaren op 17 april 2014 hebben opgesteld voor hun minister, Ivo Opstelten. Er is in de weken ervoor bij het Openbaar Minister (OM) koortsachtig gezocht naar het bedrag dat hasjhandelaar Cees H. overhield na een schikking met de staat. Tevergeefs. Opstelten wil dat er nader onderzoek wordt uitgevoerd.

Vendrik komt daar niets van te weten. Opstelten wil het anders. Op zijn aandringen komt er geen onafhankelijke onderzoeker. Opstelten geeft de opdracht aan het college van procureurs-generaal - de bazen van het Openbaar Ministerie.

'Er is grote kennis van het Openbaar Ministerie nodig', verdedigt Opstelten zich. Maar procureur-generaal Herman Bolhaar herinnert zich het anders. Volgens hem was het een 'politieke afweging' van Opstelten niet iemand van buiten het OM aan te zoeken.

Zo maakt Opstelten meer politieke afwegingen. Dat begint al in maart 2014, als de Tweede Kamer voor het eerst argwaan krijgt bij het bedrag dat volgens Opstelten met de deal gemoeid was. Opstelten stuurt dan een advies van het Bureau Ontnemingen Openbaar Ministerie naar de Kamer. Hij laat echter een cruciale passage zwart lakken. Deze: 'Vaststaat dat de voorgestelde overeenkomst in geen enkele verhouding staat tot het [...] wederrechtelijk verkregen voordeel.'

Als Henk van Brummen, oud-procureur-generaal, in april 2014 het bonnetje van de deal gaat zoeken, krijgt hij van Opstelten niet de vrije hand. Hij moet in twee weken klaar zijn - ook de Tweede Kamer maant hem tot spoed. Bovendien verbiedt Opstelten hem met Fred Teeven te praten, de oud-officier van justitie die de deal sloot en dan staatssecretaris is. Dat vindt Opstelten niet zuiver 'om staatsrechtelijke redenen'.

Zo komt het dat Gerard Roes, topambtenaar op het ministerie, op vrijdag 25 april 2014 een gesprek met Teeven voert. Het staat Teeven bij dat Cees H. aanvankelijk 2,3 miljoen gulden had. Daar is door rente op rente nog eens 4,8 miljoen bij gekomen. Die bedragen kloppen niet helemaal. Maar duidelijk is dat de schatting die Opstelten van H.'s vermogen gaf in de Tweede Kamer, 2 miljoen in totaal, nogal aan de lage kant was.

Onvoldoende herinneringen

Toch besluit Van Brummen de herinneringen van Teeven niet te gebruiken. Hij beroept zich op berichten van het ministerie dat Teevens herinneringen onvoldoende zijn. 'Er zijn onvoldoende documenten en herinneringen voorhanden om uitspraken te doen over de overgemaakte bedragen ten tijde van de ontnemingsschikking', is zijn conclusie. Opstelten laat de Kamer weten: 'Ik heb alles in het werk gesteld om de gang van zaken van destijds te achterhalen, maar moet accepteren dat ik de ultieme duidelijkheid niet kan verschaffen.'

Als de Tweede Kamer later, na het aftreden van Opstelten en Teeven, nadrukkelijk om het verslag van het gesprek dat Roes met Teeven voerde verzoekt, weigert premier Mark Rutte het te openbaren. 'Het zijn persoonlijke aantekeningen', zegt Rutte. Maar op het verslag prijkt de paraaf van Teeven. Het is een stuk dat niet geheim had hoeven blijven.

Ondertussen zijn er mensen bij het Openbaar Ministerie die trachten de onwil van Opstelten te omzeilen. Een anonieme officier van justitie uit Amsterdam stuurt een brief aan Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg - en een afschrift aan Nieuwsuur. Daarin staat dat er wel degelijk bewijzen zijn van de Teevendeal. De brief wordt vernietigd; dat is nu eenmaal wat er in het parlement met anonieme brieven gebeurt.

Het is 'niet passend' en 'onhandig', oordeelt Marten Oosting, de voorzitter van de commissie die heeft onderzocht of de Tweede Kamer de juiste informatie kreeg over de ontnemingsschikking. Maar de grootste blaam treft toch Opstelten. De onderste steen boven? Nee, zegt Oosting. 'De handelswijze van Opstelten vertoont duidelijke tekortkomingen.'

Deze reconstructie werd gemaakt op basis van het rapport van de Onderzoekscommissie Ontnemingsschikking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden