Geweld tegen politie

Heeft de vriendelijke wijkagent zijn langste tijd gehad?

Heftig geweld tegen politieagenten is aan de orde van de dag. De mishandeling van een Rotterdamse agent door een bruiloftsgast leidde tot een hernieuwde roep om het stroomstootwapen. Maar gaat de taser de agent redden? 

Het zou goed zijn als de politie meer openheid van zaken gaf over haar optreden, vindt motoragent Dennis Snip. Beeld Arie Kievit

Vier keer per dag wordt een politiemedewerker ergens in Nederland bedreigd. Dertien keer per dag wordt een agent beledigd. Twee keer per dag wordt een politiemedewerker mishandeld. Een keer per week probeert een automobilist op een agent in te rijden. Om de dag maakt een agent een melding van poging tot doodslag op hem of haar.

Geweld tegen hulpverleners: het is al jaren een pijnlijk onderwerp. ‘Er zullen nu ook weer mooie beloftes worden gedaan’, zegt de Tilburgse hoofdagent Koen Simmers. ‘Maar die horen we al jaren.’ Hij en zijn collega’s zijn het spuugzat, en ook hun korpschef Erik Akerboom zei deze week dat het echt niet langer kan.

Directe aanleiding is een incident in Rotterdam, waarbij een agent knock-out werd geslagen door een deelnemer van een trouwoptocht. Akerboom haalde uit naar het kabinet, dat vaart moet maken met het invoeren van een stroomstootwapen. Minister Grapperhaus (Justitie) beloofde donderdag dat dit er komt. Maar gaat dit soelaas bieden? En in hoeverre neemt het geweld toe?

‘Geweld tegen agenten ligt al jaren op een hoog niveau’, zegt Edward van der Torre, lector aan de Politieacademie. In 2014 onderzocht hij hoeveel politiemedewerkers te maken kregen met agressie: één op de drie. Destijds werden de aantallen niet landelijk bijgehouden. Sinds 2017 publiceert de politie landelijke cijfers. Dat jaar werd er 9.598 keer melding gemaakt van agressie. In 2018 ging het om 10.593 meldingen. Dit jaar staat de teller op 5.100 meldingen.

Korter lontje

Het is de vraag of die cijfers een compleet beeld geven. Uit onderzoek van de Centrale Ondernemingsraad bleek dat veel agenten het melden zinloos vinden: ze vinden de procedure omslachtig en zijn vaak teleurgesteld over de gevolgen voor de dader. Om dit probleem deels te ondervangen kunnen agenten een geweldsincident tegen hen binnenkort eenvoudig op hun mobiel melden.

‘Nederlanders lijken een korter lontje te hebben gekregen’, constateert Ruud Verkuijlen, bij de politie verantwoordelijk voor het programma dat agressie tegen politieambtenaren tegen moet gaan.

‘Het lastige’, zegt Van der Torre, ‘is dat de agressie een gevolg is van maatschappelijke ontwikkelingen. Daar heb je als politie niet veel invloed op. Het is iets waarop je moet reageren.’

Verwarde personen

Uit de politiecijfers blijkt dat vooral ongeplande aanhoudingen, interventies bij verwarde personen en confrontaties met het uitgaanspubliek geregeld leiden tot verbaal of fysiek geweld. Maar bijvoorbeeld ook het uitschrijven van bekeuringen resulteert in agressieve reacties.

Ook Verkuijlen vindt dat agressie een ‘maatschappelijk probleem is dat de politie niet plat kan slaan’. Toch probeert zijn organisatie maatregelen te nemen. ‘We brengen in beeld in welke context agressie voorkomt.’

Zo signaleert de politie al jaren dat agenten vaak uitrukken vanwege incidenten met verwarde personen. Het is een doelgroep die in de ogen van de politie eigenlijk bij de GGZ thuishoort. Verkuijlen: ‘Dat proberen we heel gericht bij de politiek aan te kaarten. Net als de vuurwerkoverlast. We zijn teleurgesteld dat politici niet voelen voor een verbod op vuurwerk dat naar ons geschoten of gegooid kan worden.’

Om uitgaansgeweld tegen te gaan is inmiddels de lange wapenstok ingevoerd. Ook het stroomstootwapen zou in zulke situaties soelaas kunnen bieden. ‘Alleen dreigen met een taser werkt al’, zegt agent Ashwin Wever, die in Rotterdam werkte toen het stroomstootwapen op proef was. ‘Als je dat ding hoort knetteren, gaan je nekharen overeind staan. Collega’s hebben met de taser eens een beer van een kerel, die onder invloed van drugs was, uitgeschakeld.’

Het stroomstootwapen is een wapen dat ingezet kan worden als pepperspray en de wapenstok niet werken, en als een vuurwapen een te heftig middel is. Het werkt afschrikwekkend en kan het zelfvertrouwen van de agent vergroten, stelt de politie.

‘Als er agenten staan met zelfvertrouwen, en als er een geloofwaardige dreiging van hen uitgaat, dan kan dat in bepaalde situaties geweld voorkomen of verminderen’, beaamt lector Van der Torre. Maar, stelt hij, zo’n extra wapen kan alleen werken als je agenten voldoende tijd geeft om te trainen. ‘Als een extra wapen wordt geïntroduceerd, moeten agenten hun keuzeproces aanpassen. Welk wapen gebruik ik nu? Vergeet niet dat een wapen beoogt agenten veiligheid te bieden, maar ook leidt tot kritiek op geweldgebruik, zeker met de taser. Het is een geweldsmiddel, geen tovermiddel.’

Minder autoritair

Hij begrijpt de boosheid onder de agenten – al vindt hij wel dat er al heel wat is verbeterd de afgelopen jaren. ‘Maar dat heeft geen tevredenheid gebracht. De agent stelt één belangrijke eis aan zijn baas: ze willen op straat veilig hun werk doen. En als ze dat gevoel niet hebben, heb je een probleem.’ Wat hem betreft is het tijd voor een fundamentelere discussie: in Nederland is gekozen om te investeren in een toegankelijke straatagent, maar juist die agent krijgt te maken met geweld.

Het is een debat dat al langer speelt: in de jaren zeventig en tachtig veranderde de taakopvatting van de politie. De afstand tussen de politie en de burgers werd kleiner en de agenten werden minder autoritair. Motto’s als: ‘de politie is je beste vriend’ en: ‘je mond is je beste wapen’ deden hun intrede.

Hierin is geleidelijk een kentering gekomen: de politie toont ‘betrokken gezag’. Ze is toegankelijk, maar treedt wel op als het moet. Dat is onder meer terug te zien in het nieuwe politie-uniform dat in 2014 zijn intrede deed. De ‘platte pet’ en ‘kantoormedewerkersuitstraling’ maakten plaats voor een stoerder uniform.

De vraag, zegt Van de Torre, is nu : ‘Wordt – na een stoerder uniform, de lange wapenstok en straks de taser – ook het trainen en ontwikkelen van geweldgebruik een topprioriteit voor de politiechefs van alle 167 basisteams?’

‘Hij beet me en raakte mijn vuurwapen aan’

Koen Simmers (29), hoofdagent in Tilburg

Koen Simmers: ‘Mensen vinden: ik moet kunnen rijden, jij moet aan de kant.’

‘Een paar maanden geleden hielden we een man aan. Hij fietste ’s nachts zonder licht door de wijk. In zijn hand had hij een tweede fiets, een gloednieuwe mountainbike. De man gaf een valse naam op. Dat bleek de naam te zijn van iemand die gesignaleerd stond en nog dna af moest geven. Ik zei: ‘We gaan je aanhouden.’ Het was duidelijk: dit was een goed boefje.

‘Hij rende weg, maar we konden hem tackelen. Hij was net een slang, lag spartelend op de grond. Maar hij gaf zich niet gewonnen. Hij beet me en raakte mijn vuurwapen aan. Ik en mijn collega hadden om ondersteuning gevraagd, maar dat duurde tien minuten.

‘De man was dronken. Niets leek te helpen. Zelfs op pepperspray reageerde hij niet. Uiteindelijk heb ik hem tot bloedens toe op zijn gezicht geslagen. Als pepperspray en al het andere niet werkt, heb je geen keuze. Je wilt geen vuurwapen trekken. In zo’n situatie was een taser handig geweest.

‘Ik heb al veel geweldssituaties meegemaakt. Te veel om op te noemen. Aan het begin van mijn carrière stond ik eens met een moeder te praten, haar kinderen waren bij haar weggehaald. Uit het niets sloeg ze me vol in mijn gezicht. Een andere keer reed iemand in een gestolen auto op mij in. Maar er zijn ook mensen geweest die mij tijdens een normale autocontrole aanvlogen. Door al die ervaringen sta ik er strakker in, ik ben alerter op mogelijk geweld.

‘Ik ben ook bestuurder bij de vakbond NPB, en hoor veel verhalen van collega’s. Het is erger geworden. Als je bij een verkeersongeval het verkeer tegenhoudt, krijg je middelvingers. Mensen – ook types die mijn vriend of vader hadden kunnen zijn – zijn dan boos. Ze vinden: ik moet kunnen rijden, jij moet aan de kant.

‘Ik heb meegemaakt dat een verdachte vervolgd werd omdat hij mij mishandeld had bij zijn arrestatie. Er waren getuigen, en er lag een verklaring van mij. Maar de rechter oordeelde dat er geen onafhankelijke getuigen waren. De verdachte werd niet veroordeeld voor die mishandeling. Agenten zetten hun eigen veiligheid op het spel voor anderen, zij moeten dan ook beschermd worden als er iets gebeurt.’

‘Opeens zag ik overal handen die aan mij en de verdachte trokken’

Ashwin Wever (28), hoofdagent in Etten-Leur

Ashwin Wever: ‘Er moeten hogere straffen komen voor geweld tegen hulpverleners.’

‘Mensen hebben tegenwoordig altijd een weerwoord, ze proberen overal onderuit te komen en vinden dat de politie alles maar fout doet. Daardoor loopt het ook eerder uit de hand. Zelf ben ik nooit zwaar mishandeld, ik word wel regelmatig beledigd en bedreigd. Ook kom ik geregeld thuis met blauwe plekken en kneuzingen.

‘Een paar jaar geleden bijvoorbeeld, toen ik nog in Rotterdam werkte. Met een collega draaide ik een nachtdienst. We waren met een politiebus aan het surveilleren. Op een gegeven moment zagen we iemand over de weg rennen. Hij gaf een soort karatetrap tegen een dranghek.

‘Ik draaide het raampje omlaag om hem staande te houden, maar hij ging ervandoor. Mijn collega achterhaalde hem. Omdat hij zich verweerde en zijn identiteit niet wilde geven, hebben we hem geboeid. Hij bleef zich verzetten. Toen hebben we hem tegen de grond gewerkt. Langzaam verzamelden zich steeds meer mensen om ons heen. Tien, vijftien man, denk ik. Ze begonnen te roepen dat het schandalig was dat we een knie in de rug van een geboeide man zetten.

‘Daarna zag ik overal handen. Handen die aan mij trokken, handen die aan de verdachte trokken. Er was geduw, ik voelde klappen, schoppen tegen mijn rug. We hebben meer versterking gevraagd. Dat leek eindeloos te duren, maar uiteindelijk lukte het de collega’s met honden en pepperspray om die omstanders weg te krijgen. Het was de eerste keer dat ik als agent in een hoek gedreven werd. Uiteindelijk hield ik er wat bulten en schrammen aan over, meer niet.

‘De omstanders? Die kwamen er mee weg. Je kunt in zulke gevallen moeilijk bewijzen wie wat gedaan heeft, dus zo’n zaak krijg je niet rond. En al waren ze vervolgd, dan nog had de rechter ze waarschijnlijk een lichte boete of een taakstraf gegeven. Dat werkt niet. Er moeten hogere straffen komen voor geweld tegen hulpverleners. Het moet afschrikken.’

‘Hij probeerde me op mijn hoofd te slaan met de autoradio uit zijn weggesleepte auto’

Dennis Snip (59), motoragent in Etten-Leur

Dennis Snip: ‘Ik heb wel eens de indruk dat mensen vergeten zijn dat wij de bevoegdheid hebben om dwang toe te passen.’ Beeld Arie Kievit

‘Een vreemdeling in vreemdelingenbewaring was zijn cel aan het slopen. Omdat het personeel hem in de isoleercel wilde plaatsen, vroegen ze mijn assistentie. Toen heeft die man me vol in mijn gezicht gespuugd. Dat vind ik zo vernederend! En dan is er ook nog de onzekerheid wat zo iemand onder de leden heeft. Zijn spuug komt in mijn ogen, mond of neus. Dan vraag ik me steeds af wat voor gevolgen het voor mij zal hebben.

‘De afgelopen maanden heb ik nog wel meer meegemaakt. Een man die ik wilde aanhouden schopte me hard tegen mijn knie. Ik kon een paar dagen niet lopen. Een ander probeerde me op mijn hoofd te slaan met de autoradio die hij uit zijn weggesleepte auto had gehaald. Je moet er niet aan denken wat er gebeurd was als ik die aanval niet had kunnen afweren.’

‘Ja, de agressie neemt toe. Door de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg lopen er meer verwarde personen rond. Als die overlast veroorzaken, krijgen wij een melding. We brengen ze ook wel naar ons cellencomplex of een zorginstelling. Daar verzetten ze zich soms tegen.

‘En dan is er ook nog een groep die niet op een normale manier interacties kan plegen, om het zo maar te zeggen. De jeugd heeft soms niet van huis uit meegekregen dat ze respect voor de politie moeten hebben en dat de politie gezag ook kan afdwingen. Ik heb wel eens de indruk dat mensen vergeten zijn dat wij de bevoegdheid hebben om dwang toe te passen.

‘Wat er moet gebeuren? Ik weet het niet goed. De aanschaf van zo’n taser is leuk, maar al dat geweld voorkom je er niet mee. Je kunt hooguit adequater optreden.

‘Misschien is het goed als de politie meer openheid van zaken zou geven, om begrip te kweken voor ons werk. In Amerika versturen politiekorpsen persberichten waarin ze vertellen hoe een aanhouding is verlopen en waarom agenten zo gehandeld hebben als ze gehandeld hebben. Ze geven soms ook beelden van de bodycam vrij. Hier gebeurt dat niet, omdat de privacy van de verdachte dan geschonden zou worden. Ja zeg. Dat recht op privacy vervalt wat mij betreft als je hulpverleners aanvalt.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden