Hedendaags fatalisme is volkomen onterecht

Wij moeten opnieuw gaan geloven in het menselijk vernuft dat een ongekende welvaart heeft geschapen.

Bijna 40 jaar geleden uitte minister-president Joop den Uyl, leider van het meest linkse kabinet dat Nederland ooit kende, bij gelegenheid van de eerste oliecrisis de historische vergissing dat de wereld nooit meer zou worden zoals hij was geweest. Een vergissing, omdat hij bedoelde dat de welvaart van de jaren zeventig van de vorige eeuw een nooit meer te evenaren hoogtepunt had bereikt.


Maar politici zijn slechts dan staatslieden als zij moeite doen om over de waan van de dag heen te kijken en hun burgers uitzicht te geven op de toekomst. Zelfs als zij de bronnen van de aarde en het ingenieus intellect en het taai adaptatievermogen van de mens blijken te onderschatten.


In die zin was Den Uyl een staatsman en is het niet zo vreemd dat de huidige premier zich nog graag tegen hem afzet. En eveneens in die zin zijn de politici van vandaag weinig meer dan achter varianten van de opinion chic aanzeulende eendagsvliegen.


Ook zien wij dat hun volgelingen daar weinig voor onderdoen. Want hoezeer wij ons ook verheugen in de spectaculaire comeback van Diederik Samsom, de plotselinge stijging van zijn electorale waardepapieren duidt toch vooral op de enorme volatiliteit en vluchtigheid van de politieke dagkoersen!


Als oudere landgenoten maken wij ons daarover zorgen. De versplintering van het politieke midden, tot uiting komend in een toch nog altijd bescheiden zetelaantal voor de Partij van de Arbeid en een zeer groot verlies voor het CDA, gaat tevens gepaard met een fatalistische en populistische versimpeling van de grote problemen waarvoor wij staan en die naar voren worden gebracht als onontkoombare natuurverschijnselen.


Kenmerkend is dat bijna alle partijen en stromingen in dit land zich hieraan overgeven. Laten we voorbeelden noemen: als het gaat om zorg en de (oudere) medeburger herkennen we de volgende gemakkelijke mantra's waaraan beurtelings rechts en links zich bezondigen:


De zorg wordt op termijn onbetaalbaar.


De vergrijzing eet ons pensioenvermogen op.


Wij mogen de generaties na ons niet opzadelen met ons potverteren.


Als de crisis voorbij is dreigt er een ernstig tekort aan arbeidskrachten.


Later met pensioen, terwijl je als oudere allang aan de kant bent gezet.


Op deze vijf kreten en de ontkenningen ervan die inmiddels behoren tot het collectieve bezit van de krantlezende Nederlander is zo ongeveer de toekomstvisie van de gemiddelde politieke partij gebaseerd. Is het een wonder dat de kiezer, balorig van het gebrek aan perspectief zich dan maar overgeeft aan primare impulsen en zijn jasje laat hangen naar de best geslaagde one-liner, de meest kwetsende scheldpartij of de luidste schanderoeper?


Want wie biedt hem uitzicht, wie ontvouwt hem een panorama, een beeld om naar toe te werken? Waar in het verschiet ligt die klare, schone dag waarin in ieder geval de (internationale) sociaal-democraten tot voor kort nog geloofden?


Een absurd voorbeeld is het weerstandsvermogen van de pensioenfondsen. Ons grootste fonds, wereldleider op dit gebied, het ABP, heeft al aangekondigd de pensioenen volgend jaar waarschijnlijk te moeten verlagen. Vanwege de regels. Maar wie nagaat hoe het dan staat met dat vermogen weet niet wat hij ziet: precies 6 jaar geleden, juli 2006, dus juist voor de driedubbele crisis die ons daarna overkwam, bedroeg het vermogen van het ABP 194 miljard euro; eind vorig jaar was dat gestegen tot 246 miljard. Je gelooft je ogen niet. En je zoekt nog even het getal van de jaarlijkse pensioenbetalingen. Vijf miljard. 'Vijf miljard? Maar dat betekent dan...' 'Ja dat betekent het!'


Maar desondanks: met de al bijna een eeuw geleden door Keynes weerlegde dooddoener dat onze kleinkinderen moeten opdraaien voor ons gat in de handen gaat een heel land op de pijnbank van een hardhandige krimpeconomie. Zonder dat ook maar één hooggeleerde komt uitleggen dat die eenvoudige vermogensvergelijking van het ABP niet opgaat. Alleen Marcel van Dam roept onweersproken in de woestijn dat het rampscenario onzin is.


In plaats van uitleg te geven, bepleitte Lans Bovenberg - CDA-econoom, van de partij dus die nog niet zo lang geleden de kampioen van de 'bezitspreiding' was - pas nog het overdragen van het eigen huis door ouderen in ruil voor zorg. Wat een gotspe.


Voor het juiste begrip: het is ook de Oude Socialisten in de Partij van de Arbeid niet ontgaan dat we in moeilijke tijden leven. En wij stammen uit generaties die, opgegroeid met het tientje van Lieftink, de 'bestedingsbeperking' van Roolvink, de olieboycot onder Den Uyl, de Club van Rome van Van Mierlo en de stagflatie onder Lubbers, onze welvaartsbutsen waarachtig wel hebben opgelopen.


Maar het fatalisme dat ons dezer dagen aan alle kanten tegemoetkomt verbaast ons zeer. Elk toekomstoptimisme lijkt verdwenen. Nergens bespeuren we iets dat lijkt op de mentaliteit van 'moeilijk maar dat lossen we op'. Denkt iemand dat, toen een halve eeuw geleden de AOW mogelijk bleek, onze generatie zich zorgen maakte over de houdbaarheid van deze voorziening in de volgende eeuw? Integendeel: wij betaalden graag onze premies en verheugden ons over de bevrijding uit de armoedeval, waar de ouderen voor het eerst in de geschiedenis van konden profiteren. Vooruitgang heette dat.


Daarnaast verrast ons de ondoordachtheid van de vele als panacee aangediende suggesties en 'onontkoombaarheden'. Laten we als voorbeeld de kunstgreep van Bovenberg nemen. Wie even nadenkt over het beeld van een toekomstig Nederland waarin ouderen in ruil voor zorg hun eigen huis moeten 'opeten', komt tot een onvoorstelbaar slagveld van fraude en ontwijkgedrag, een maatschappelijk armageddon dat alleen al vanwege die gevolgen nooit zal ontstaan. Waar dus de politiek nooit aan zal beginnen, maar die het politieke klimaat eerst nog verder zal aantasten. Om nog maar te zwijgen van het voortschrijdende verval van ethiek en moraal die ermee gepaard gaat.


Maar wat ons het meest blijft verbazen en benauwen is het schrikbarende gebrek aan vertrouwen in de toekomst. Gaan we op zeker, lamgeslagen door de gedachte dat het allemaal te ingewikkeld is geworden, als lemmingen de afgrond tegemoet?


Geloven wij werkelijk niet meer in het menselijk vernuft dat er in slaagde op zoveel plaatsen in de wereld, eerst bij ons en nu zelfs in China en India, en morgen in Indonesië en overmorgen wellicht in Afrika een ongekende welvaart te scheppen? Lijden we echt onder het besef dat het vooral die bereikte welvaart is die het onontkoombaar einde van onze planeet gaat veroorzaken? En dat daar geen kruid meer tegen is gewassen?


Mijn grootouders hebben de auto zien komen, mijn ouders het vliegtuig, ikzelf de televisie en mijn kinderen de vlucht van het wereldwijde web. Zoveel reuring, zoveel vooruitgang dus in zo'n betrekkelijk korte tijd. Er is werkelijk geen enkele reden tot icarisch pessimisme over de menselijke hoogmoed en haar 'onvermijdelijk' neerstorten.


En er is dus evenmin reden om na het afschaffen van de begrippen bezitspreiding, welvaartsvastheid en helaas ook ontwikkelingssamenwerking, dan maar meteen de solidariteit tussen mensen en generaties bij het grootvuil te zetten. Wie dit gemakzuchtig opportunisme durft te noemen heeft onvoldoende vertrouwen in medemensen en zichzelf.


Komaan Kameraden. Voorwaarts!


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden