Hechten is subtiel

MALOU VAN HINTUM

Kinderen van vaders die ooit een depressie of angststoornis hebben gehad, zijn vaker veilig gehecht dan kinderen van vaders die zulke klachten nooit hadden. Dat is een van de opmerkelijke onderzoeksresultaten uit het proefschrift Parents and infants, dat psycholoog Anne Tharner deze week aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verdedigde.

Tharner deed drie jaar onderzoek bij bijna duizend Nederlandse kinderen en hun ouders. Ze bekeek verschillende factoren die een rol spelen in het hechtingsproces. Veilig gehechte kinderen, die een stabiele emotionele relatie met hun ouders hebben, kunnen beter en gemakkelijker sociale relaties aangaan.

Voor een goede hechting wordt vaak borstvoeding genoemd. Uit Tharners onderzoek blijkt dat een langere periode borstvoeding geven samenhangt met een betere moeder-kindrelatie. 'Maar,' zegt ze, 'we weten niet of er echt een oorzakelijk verband is. Het kan ook zo zijn dat bepaalde vrouwen langer borstvoeding geven omdat ze al sensitiever zijn dan moeders die dat niet doen.'

Borstvoeding aanbevelen doet ze daarom niet: 'De groep zonder borstvoeding scoorde het slechtst, maar niet zo slecht om je er zorgen over te maken. Bovendien zijn er meer momenten waarop moeder en kind met elkaar bezig zijn.'

Tharner onderzocht ook de invloed die depressieve klachten van de moeder op de gehechtheid van kinderen hebben. Terwijl klinische postnatale depressies wel negatief uitpakken voor de emotionele ontwikkeling van kinderen, is dat bij klachten als vermoeidheid, interesseverlies en negatieve gedachten niet het geval. Als deze klachten gepaard gaan met armoede en gebrek aan sociale steun, is de uitkomst wellicht minder gunstig.

Vrouwelijke eenlingen in de top die zich niet identificeren met andere vrouwen in hun organisatie, werken vrouwelijke ondergeschikten tegen en ontkennen dat seksediscriminatie bestaat. Dat blijkt uit een internetonderzoek onder 63 senior politievrouwen in drie Nederlandse steden waarover de Leidse organisatiepsycholoog Belle Derks in het blad Psychological Science publiceert.

Topvrouw is niet solidair

Chatten heeft een positieve uitwerking op jong-volwassenen die zich in het werkelijke leven minder gemakkelijk sociaal bewegen. 'Ze krijgen er meer zelfvertrouwen van en geven hun vrienden meer sociale steun,' zegt ontwikkelingspsycholoog Susan Branje (Universiteit Utrecht). Ze publiceerde hierover onlangs met andere Nederlandse onderzoekers in het Personality and Social Psychology Bulletin.

Waarom heeft u chatten onderzocht, en niet bijvoorbeeld mailen of sms'en?

'Chatten, zoals bijvoorbeeld op Hyves gebeurt, is een directere vorm van communicatie dan mail of sms. Je hebt het idee dat er een echt gesprek wordt gevoerd.'

Is achter je computer zitten niet een vorm van verschuilen?

'Dat blijkt niet zo te zijn. Chatten heeft geen nadelen en ook geen meerwaarde voor jongeren die offline gemakkelijk sociale contacten leggen en onderhouden. Maar het heeft wel duidelijk positieve effecten op jongeren die dat moeilijk afgaat. Als zij chatten, oefenen ze hun sociale vaardigheden in een omgeving waar ze zich sociaal veilig voelen en waarop ze controle hebben.'

Chatten gaat toch net zo snel als gewoon praten?

'Het gaat snel, maar je hoeft niet meteen te reageren. Je kunt even rustig nadenken als je dat wilt. Anderen zien het niet als je even stokt, of rood wordt. Dat is veiliger voor jongeren - we deden ons onderzoek onder 197 studenten van 19 jaar - die moeite hebben met direct sociaal contact.'

U maakt een onderscheid in chatten met vrienden die ze alleen online kennen, en met vrienden die ze ook offline zien. Waarom?

'Vaak wordt gedacht dat online-vriendschappen oppervlakkig zijn, ten koste gaan van vriendschappen offline, en het risico op sociale isolatie vergroten. Dat zou dan weer resulteren in een grotere kans op depressie. Uit ons onderzoek blijkt precies het tegenovergestelde: online vriendschappen hebben juist positieve effecten op iemands gevoel van eigenwaarde en op diens sociale vaardigheden in het zogenaamde echte leven.'

Waarom zegt u 'zogenaamd'?

'Omdat voor jonge mensen contact via de computer net zo echt is als contact offline. Toen internet pas in opkomst was, begin jaren negentig, werd er heel negatief gedacht over de effecten van online communicatie. Mensen zouden van elkaar vervreemden en elkaar niet meer zien. In feite komen er steeds meer communicatiemiddelen bij die mensen benutten om met elkaar in contact te blijven. Zolang die in een normaal levensritme passen, is dat geen enkel probleem. Integendeel.'

Chatten is gezond

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden