Opinie

'Hebben we met het meisjessucces tegelijkertijd ook een jongensprobleem?'

Een generatie geleden lagen de verhoudingen nog volledig omgekeerd. Anno 2013 staan mannen op achterstand en vrouwen op ruime voorsprong in het hoger onderwijs, stelt hoogleraar onderwijskunde Jos Claessen. 'Wat is er gebeurd in een tijdsgewricht van één generatie?'

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker Beeld anp

Wat koele cijfers: in het schooljaar 2010/2011 behaalden 123.894 studenten een graad in het hoger onderwijs (hbo bachelor, wo bachelor en wo master). Maar achter dit imposante aantal gaat evenwel een scheefgroei tussen mannen en vrouwen schuil die dwingt tot nadenken en onze bezorgdheid zou moeten doen groeien. Het blijkt dat mannen de minderheid van de geslaagden vormen met 44 procent (54.318 personen), de vrouwen leveren het leeuwendeel met 56 procent (69.576 personen). Een discrepantie van deze omvang is meer dan verbazingwekkend. Een generatie geleden lagen de verhoudingen immers nog volledig omgekeerd. Anno 2013 staan mannen op achterstand en vrouwen op ruime voorsprong. Wat is er gebeurd in een tijdsgewricht van één generatie?

Het lijkt erop dat bestuurders en politici langzaam oog beginnen te krijgen voor deze transformatie die zich voor onze ogen voltrekt. Waar minister Marja van Bijsterveldt in 2011 nog aangaf zich geen zorgen te maken over de in haar ogen kleine achterstand van jongens in schoolprestaties en schoolloopbanen, vraagt haar opvolgster Bussemaker zich in haar recente Hoofdlijnenbrief Emancipatiebeleid af of we met dit 'meisjessucces' ook niet tegelijkertijd een 'jongensprobleem' hebben.

Kleine voorsprong
De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden is: waar raken de jongens het spoor bijster in ons onderwijs? Bij de start van hun leven staan de jongens op een kleine voorsprong. Jaarlijks worden in ons land ongeveer 180.000 kinderen geboren, 51 procent jongens en 49 procent meisjes. Als op vierjarige leeftijd de kinderen naar de basisschool gaan zijn ze met ongeveer 1,6 miljoen. 1,5 miljoen leerlingen komen terecht in het reguliere basisonderwijs. Dat is de groep die we in het vizier hebben. Onderzoek leert dat jongens het in het basisonderwijs goed doen. Ze scoren jaar in jaar uit op de Citotoets als geheel iets hoger dan de meisjes. Geen reden tot zorg.

Vanuit de resultaten in het basisonderwijs en de scores op de Citotoets is het aannemelijk te veronderstellen dat jongens en meisjes in gelijke aantallen havo en vwo binnenstromen. In de brugklas/brugperioden beginnen zich echter verschillen af te tekenen. Dat valt af te leiden uit de samenstelling naar geslacht in het derde leerjaar van havo en vwo. In het vwo zitten dan ongeveer 3 procent meer meisjes dan jongens. De uitstroom van jongens is dus groter dan die van meisjes. Kijken we naar de aantallen havo-geslaagden in 2010/2011 dan zien we 52 procent meisjes en 48 procent jongens. Voor het vwo zijn de verschillen nog groter: 54 procent meisjes en 46 procent jongens.

Maar in de volgende trede van het onderwijs, het hbo en wo, moeten we grote verschillen constateren:
-15 procent meer vrouwelijke geslaagden voor hbo bachelor in 2010/2011
-10 procent meer vrouwelijke geslaagden voor wo bachelor in 2010/2011 en
-8 procent meer vrouwelijke geslaagden voor wo master in 2010/2011.

De conclusie kan dan ook niet anders luiden dan dat er in het hoger onderwijs sprake is van een substantiële uitval van mannelijke studenten. Was er al sprake van enige divergentie in het vo, in het hbo lijkt de man met de hamer voor 'het sterke geslacht' voorbij te komen.

'Verklaringen'
Deze cascade in uitval en afstroom van mannelijke leerlingen heeft geleid tot allerlei 'verklaringen'. Zo zou de oververtegenwoordiging van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs (80 procent vrouwen) leiden tot een vrouwelijke cultuur en bijbehorende stijl van lesgeven alsmede het ontbreken van uitdagende, stevige mannelijke rolmodellen voor jongens. Maar: jongens doen het goed op de Cito-toets, stromen in gelijke mate door naar de verschillende niveaus van het voortgezet onderwijs en empirisch onderzoek inzake de negatieve impact van vrouwelijke leerkrachten ontbreekt.

Voor het 'jongensprobleem' in het voortgezet onderwijs worden onder meer 'verklaringen' aangevoerd als de komst van het Studiehuis en verschillen tussen jongens en meisjes in ontwikkelingssnelheid en rijping van het puberbrein. Maar: onderzoek dat deze verklaringen ondersteunt, ontbreekt. Wat we wel weten dat er tussen scholen grote verschillen bestaan in het studiesucces van jongens. Er zijn scholen die relatief veel meer jongens tot en met het eindexamen weten vast te houden. Het geheim van deze scholen is dat ze in hun hele onderwijsconcept oog hebben voor de uiteenlopende onderwijsbehoeften van hun leerlingen (jongens EN meisjes) en daar over de hele linie systematisch en actief op inspelen. Deze scholen hebben een mooie balans gevonden tussen structurering / kaders enerzijds en autonomie / stimulering eigen initiatief anderzijds.

Wat er nu precies aan de hand is in het hoger onderwijs, weten we niet. Maar: we weten wel dat de achterblijvende studieresultaten van mannelijke studenten een Europa breed fenomeen is. Dit zou er op wijzen dat we de verklaring niet meteen moeten zoeken in specifieke kernmerken van ons Nederlandse onderwijssysteem.

De uitval in het hoger onderwijs is echter van een zodanige omvang, dat er actie vereist is. Momenteel beschikken we nog niet over generiek en betrouwbaar inzicht waar het mis gaat. Aan de instellingen de taak om hiermee snel aan de slag te gaan.

Jos Claessen is hoogleraar Onderwijskunde
LOOK, Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek
Open Universiteit.

 
waar raken de jongens het spoor bijster in ons onderwijs?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden