Column

Hebben we de afgelopen tien jaar iets geleerd?

Toen Eberhard van der Laan een paar weken terug gevraagd werd of de stad er beter voor stond dan ten tijde van de moord op Theo van Gogh, tien jaar eerder, antwoordde hij heel voorzichtig dat hij dacht van wel; maar dat het ondertussen best een moeilijke zomer was geweest met de Gaza-oorlog, de opkomst van IS en hoe dat ook de binnenlandse gemoederen had verhit.

Ik hoop dat Van der Laan gelijk heeft, maar zeker weten doe ik het niet.

Economisch is voor veel mensen de situatie zorgelijker dan tien jaar terug. We weten dat juist dan tegenstellingen tussen mensen en groepen groter worden. Internationaal zijn de tegenstellingen rond het jodendom, de staat Israël, de Palestijnen en de islam alleen maar gegroeid.

Binnenslands wordt alles heftiger beleefd door toegenomen mondigheid bij etnische minderheden en door de hyperigheid van de nieuwe media. En door heel Europa heen zien we extreme partijen aan aanhang winnen daar waar Nederland tien jaar geleden met de LPF een buitenbeentje was; zelfs de Groep Wilders, de voorloper van de PVV, bestond nog niet. En toen ze eenmaal wel bestonden, werd het debat er bepaald niet milder van.

Ik zou niettemin hopen dat we met elkaar de afgelopen tien jaar toch iets geleerd hebben. Bijvoorbeeld dit.

Eén: kwetsen mag. Ooit had ik dit zinnetje in een integratienota van de PvdA geschreven. Ik was teleurgesteld over de hoeveelheid 'ja, maar...'-redeneringen die ik bij (te) veel moslims tegen was gekomen in de periode na de moord op Van Gogh; alsof Van Gogh zijn dood toch uiteindelijk aan zichzelf te wijten had.

Maar het recht om niet gekwetst te worden, bestaat niet. Het zinnetje haalde de nota uiteindelijk niet, omdat het er te veel op leek alsof we als politieke partij kwetsen wilden aanmoedigen. Ook waar, maar wel jammer van dat zinnetje.

Twee: de rechter is er niet voor niets. Rond de opkomst van Fortuyn, daarna na de moord op Van Gogh en vervolgens weer bij de opkomst van Wilders, steeds weer kwam de roep naar boven om bepaalde uitingen te verbieden. Met name in moslimkring werd er vaak voor gepleit bepaalde uitspraken, films of geschriften bij voorbaat te verbieden omdat ze beledigend, kwetsend of discriminerend zouden zijn. En steeds weer zeiden we nee.

Omdat je in een rechtsstaat geen censuur pleegt, geen uitingen vooraf verbiedt. Steeds weer zeiden we dat we daar een rechter voor hebben die achteraf kan sanctioneren maar niet vooraf moet verbieden. Zo zou het horen te werken in een rechtsstaat.

Maar nu Wilders wordt aangeklaagd en de rapper Hozny wordt veroordeeld, is het opeens bon ton om te zeggen dat we dit soort vraagstukken niet bij de rechter moeten uitvechten. Dat is een wel heel dubbele boodschap. Juist als we elkaar ervan proberen te overtuigen dat we in een rechtsstaat niet vooraf censureren, maar mensen altijd achteraf naar de rechter kunnen, moeten we niet gaan klagen als mensen dat ook daadwerkelijk doen.

Drie: wetten mogen veranderd worden, maar kijk uit. Kustaw Bessems, chef Vonk van de Volkskrant, zei zondag bij Buitenhof dat de wet in Nederland best veel grenzen stelt aan de vrijheid van meningsuiting en dat dat misschien wel wat minder kon; de grote maatschappelijke vraagstukken kunnen beter door debat dan door rechtspraak worden opgelost.

Dat kan natuurlijk, maar ik vind het glad ijs. Volgens mij zijn rechters in Nederland heel terughoudend bij het honoreren van klachten over te vrije meningsuiting. Natuurlijk, ik snap ook niet waarom je Hiddema geen louche advocaat mag noemen (menig politicus zag vast meteen talloze mogelijkheden voor rechtszaken opdoemen!) en zo zijn er altijd wel een paar voorbeelden van doorschietende rechtspraak te vinden.

Maar laten we niet vergeten dat het gros van de anti-racisme- en anti-discriminatiewetten zijn oorsprong vindt in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Voor mij was het altijd een van de weinige lessen van de oorlog en de opkomst van het nazisme binnen een democratie, die we echt ter harte hebben genomen: als je wilt dat het gif zich niet verspreidt, moet je zorgen dat het niet gezaaid mag worden.

Om de kern van onze burgerlijke vrijheden te kunnen behouden, moeten we aan de marges af en toe wat slikken. Ik heb het er graag voor over. En dat maatschappelijke debat voeren we toch wel.

Wouter Bos is econoom en politicoloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden